Plus Column

Stuur die voetballers ­allemaal naar zo'n stervensleeg voetbalpleintje

Mano Bouzamour (1991) publiceerde eind 2013 zijn succesvolle debuutroman De Belofte van Pisa. Elke zondag lees je hier zijn column uit Het Parool.

Mano Bouzamour Beeld Wolff

Ik las laatst iets in de krant waar ik nogal van schrok. 'Ajax geeft meer trainingen omdat de jeugd tegenwoordig niet meer veel op straat voetbalt.'

Het bevestigde mijn beeld. De voetbalpleintjes in De Pijp zijn vaak leeg. De jeugd wordt gelukkiger van sociale media. Als kind had ik vrij weinig nodig om gelukkig te zijn. Het enige dat ik nodig had, was een bal, of iets wat daar op leek. Ik speelde m'n schoenen stuk.

Als ik naar buiten ging om op het Henrick de Keijserplein te voetballen, bad ik tot Allah dat Hij het die dag niet zou laten regenen. Anders sijpelde het water door de gaten in m'n zolen, kreeg ik natte sokken en misschien wel voetschimmel.

Schoenen van het schooiermerk: Victory. Het voelde niet bepaald als een overwinning als je die dingen aanhad, maar goed - op de lange termijn natuurlijk wel, want uiteindelijk is dat allemaal karaktervormend.

Het was een sport om de bal loepzuiver in de kruising te knallen, zodat ie in de hoek van de ijzeren goal vast bleef zitten. De kontjes van kameraden werden blauw geschoten als je team had verloren. En als je de bal ­verkeerd raakte, verdween die vrijwel altijd in de bosjes vol doornen die het plein omzoomden en werd je gedwongen om die te halen.

Er werd heroïsch in de bosjes gedoken omdat je zo snel mogelijk verder wilde voetballen. Ik heb littekens op m'n knie, m'n enkel en zelfs op mijn schouder van het voetballen. Daar was je trots op, die littekens droeg je op het plein als eretekens.

El Ghazi, prima voetballer, maar ik zag hem maanden geleden zitten bij Humberto Tan en het ging godverdomme alleen maar over hoe braaf hij was. Hoe zijn mama het eten voor hem klaarmaakte, hoe zijn ­mama zijn schoentjes schoonpoetste, z'n kleertjes waste en z'n haar netjes kamde.

En je bent een aanvaller? Van Ajax? Een rechtsbuiten die ervoor zorgt dat tegenstanders daags voor de wedstrijd de slaap niet kunnen vatten omdat ze weten dat ze gras gaan vreten door je bliksemsnelle schijn­bewegingen?

Flikker toch op, man.

Boezem op het veld je tegenstanders angst in, zodat ze lang voordat ze het tegen je moeten opnemen, al een carrièreswitch overpeinzen.

Het is te soft allemaal.

Ajax geeft meer trainingen omdat de jeugd niet meer op straat voetbalt en voetballen op straat is karaktervormend. En laat ­karakter nou net iets zijn waar het het huidige elftal van Ajax aan lijkt te ontbreken.

Als ik het voor het zeggen had, zou ik ze niet meer op trainingskamp sturen naar Oostenrijk of Turkije. Stuur die voetballers ­allemaal naar zo'n stervensleeg voetbalpleintje. Amsterdam zit er vol mee.
Voetballen moet opnieuw ­worden geleerd.

Reageren? m.bouzamour@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden