PlusKlapstoel

Stripboekenuitgever Hansje Joustra: ‘Geweldig, punk, wat een energie’

Hansje Joustra (1950) is uitgever van stripboeken. Na betrokken te zijn geweest bij de stripuitgeverijen Oog & Blik en Scratch Books, geeft hij nu stripboeken uit met platenzaak Concerto. Eerder zette hij punkplatenzaak No Fun op.

Hansje Joustra.Beeld Harmen de Jong

Amsterdam-Noord

“Ik ben geboren op de Nieuwendammerdijk. Mijn vader was huisarts en we hadden een groot huis met wel vijftien kamers. Ik heb er de eerste 23 jaar van mijn leven gewoond. Na de nodige omzwervingen in de stad woon ik tegenwoordig weer in Noord, nu gewoon in een flat. Ik had een onbezorgde jeugd. Ik hockeyde op hoog niveau in het Noord-Hollands jeugdelftal, maar mijn haar groeide – ik kwam in de hippiebeweging – en dat kon in die tijd echt niet in de hockeywereld. Rond mijn zestiende ben ik eruit gestapt. In die tijd was ik op school ook opstandig en tegendraads. Een studiehoofd was ik niet en ik ben uiteindelijk op de mavo terechtgekomen. Thuis had ik nooit trubbels. Mijn vader zat er ook totaal niet mee dat ik naar de mavo ging. ‘Het zal wel goed komen,’ zei hij altijd.”

Kuifje

“Die las ik in mijn jeugd, zeker! Mijn eerste Kuifjeboek was Kuifje in Amerika. Ik kreeg het van mijn oma toen ik een jaar of vijf was en een ­middenoorontsteking had. Mijn oma was apotheekster en woonde in de Van Baerlestraat; aan de overkant zat een boekhandel waar ze al die Kuifjes hadden. Hergé is nog altijd een favoriet van me. Zijn mooiste Kuifjeboek vind ik De zaak Zonnebloem. Bijna alle strips die ik toen goed vond, vind ik nu nog altijd goed: Kuifje, Guust, Robbedoes, Guus Slim...”

Hansje

“Mijn zwager heet Hans. Die kwam vroeger al veel bij ons thuis. Als mijn moeder van beneden ‘Hans!’ riep, kwamen hij en ik allebei de trap afgerend. Dus ik stelde voor dat ze mij Hansje zou noemen, dan wisten we wie ze bedoelde. Bijna iedereen zegt nog altijd Hansje tegen me. Ik noem mezelf ook zo, ik weet niet beter.”

Robert Crumb

“Ik had hem net nog aan de lijn. We hadden het over de coronacrisis. In Frankrijk is het allemaal veel strenger dan hier: je moet er een ­papiertje hebben om de straat op te mogen. Crumb woont in de buurt van Nîmes in zo’n klein middeleeuws dorp, ik zou er eigenlijk eind maart langsgaan. Ik ben zijn chocomeldealer; ik neem altijd blikjes chocolademelk voor hem mee.”

“Ik leerde hem kennen toen hij in 1992 een tentoonstelling had in het Haarlemse Teylers Museum. Ik had gehoord dat hij 78 toeren­platen verzamelde en nam hem mee naar een winkel in Hilversum, waar ze die verkochten. Daarna zat het meteen goed tussen ons.”

“Crumb heeft de reputatie totaal onbenaderbaar te zijn. Als je hem kent, valt het allemaal erg mee, maar hij is echt beroemd, hè? In ­Amerika kan hij de straat niet op. Ja, dan ga je je afzonderen, dat snap ik wel.”

“Ik leerde zijn werk kennen in de jaren zestig, toen hij nog echt undergroundstrips maakte. In Nederland werden die geïmporteerd door de Real Free Press. Crumb maakt nog altijd prachtig werk, maar toen was hij echt grensverleggend. Hij was de eerste die autobiografische strips maakte en daarin álles durfde te ­vertellen.”

Verzamelaar

“Ben ik. Van strips én muziek en ik heb heel veel. De strips, vooral boeken waar ik zelf bij ­be­trokken was en oude dingen, staan in een aparte ­kamer. De platen en de cd’s in de huis­kamer: veel psychedelische hippiemuziek en singer-songwriters, maar ook punk. Op het gebied van strips weet ik precies wat er aan de hand is, de muziek volg ik veel selectiever. Ik koop, op cd, gewoon wat ik leuk vind. Mijn laatste aanschaf? De nieuwe van Lucinda Williams en een album van American Aquarium, een alternatieve countrygroep. Stripliefhebbers zijn vaak verzamelaars, ja, maar die zijn dan vooral geïnteresseerd in boeken uit de jaren vijftig en zestig . Die willen ook alles compleet hebben.”

“Met die graphic novels tegenwoordig werkt dat anders. Iemand die een boek koopt van, ik noem maar wat, Joe Sacco, is niet automatisch ook geïnteresseerd in een boek van Chris Ware.”

Joost Swarte

“Die ken ik écht lang, al 45 jaar. We leerden ­elkaar kennen toen ik nog in platenzaak RAF werkte. Hij ontwierp onze advertenties. Daarvoor was ik ook al erg in zijn werk geïnteresseerd, maar ik wist toen nog niet dat hij een ­Nederlander was. Als ik met vakantie naar Zuid-Frankrijk of Spanje ging, stopte ik altijd in Parijs om daar een Charlie Hebdo te kopen, waar hij toen al in publiceerde. Dat is een Belg, dacht ik. Ik vind zijn werk – en dat staat helemaal los van onze vriendschap – echt geniaal, een ander woord is er niet voor. Op stripgebied het beste wat er is, zelfs. Hoewel het eigenlijk geen strips meer zijn die hij maakt, het zijn meer illustraties. Ze zijn goed uitgedacht, er zit altijd een dubbele bodem in. Eigenlijk is het een compleet stripverhaal in één tekening. Joost heeft zo’n precieze, op Hergé geënte stijl. Daarmee staat hij haaks op de veel losser tekenende Crumb, maar vergis je niet, Joost is wel degelijk door hem beïnvloed. Van Crumb, die in zijn ­begintijd echt een idool van hem was, leerde hij dat je als tekenaar de volledige vrijheid kunt pakken.”

Graphic novel

“Ik gebruik die term niets eens zo veel, ik zeg meestal striproman. Gewoon stripboek vind ik ook best. In Nederland is er geen groot publiek voor zulke literaire strips, maar de markt is hier sowieso klein. In België is hij al veel groter en in Frankrijk en Amerika is hij echt groot. In Duitsland lopen graphic novels tegenwoordig ook goed. Waarom is de stripmarkt in Nederland zo klein? Er wordt vaak verwezen naar het calvinisme, dat geen beeldcultuur is. Ik weet het niet, hoor, of dat klopt.”

“We hebben hier wel goede tekenaars, die het ook goed doen in het buitenland. Het heeft ook te maken met een gebrek aan aandacht, denk ik. Wanneer zie je op de Nederlandse tv nou iets over strips? De meeste kranten wijden er maar heel af en toe een stukkie aan. In Belgische en Franse kranten staan elke week serieuze ­recensies van strips.”

Oog & Blik

“Hebben Joost en ik in 1992 opgezet, de uit­geverij heeft tot en met 2014 bestaan. De laatste vier jaar waren we een imprint van De Bezige Bij. Dat is niet helemaal geworden wat wij en zij hadden gehoopt. Wij konden een grotere distributeur gebruiken, zaten ook weleens krap bij kas, dus we zagen de overname wel zitten. Zij zagen hoe goed graphic novels het deden in Frankrijk en de Verenigde Staten en dachten dat dat hier ook zou kunnen gebeuren. Dat zat dus anders. En toen kwam de crisis er ook nog eens overheen en moest er in de boekenwereld worden bezuinigd. En ja, dan ben je in Nederland met je stripjes het eerst aan de beurt.”

Concerto Books

“Na Oog & Blik kwam Scratch Books, waar we ook veel moois hebben uitgegeven. Na vier jaar ben ik daar opgestapt, ik was er klaar mee. Als cd-koper kwam ik al jaren in Concerto, de platenzaak waar ze tegenwoordig ook boeken verkopen. Op een vrijdagmiddag liep ik daar Dick van Dijk tegen het lijf, de baas. ‘Heb jij zin iets met strips te doen?’ vroeg ik hem. Op maandagmorgen belde hij me al: ‘Ja, we doen het.’ Concerto Books heeft al boeken uitge­geven van grote buitenlandse stripauteurs als Chris Ware en Charles Burns en uit Nederland die van Guido van Driel. En er komt nog veel meer.”

Punk

“Daar was ik heel vroeg bij. Bij RAF importeerden we zelf platen en daarom kwam ik nogal eens in Amerika. Halverwege de jaren zeventig was ik in New York en kwam ik terecht in de club Max’s Kansas City. Opeens stond er een stel jongens op het podium, die verder zonder gedoe hun gitaar inplugden en – boooooing!!! – begonnen te spelen, heel hard en ruig. Het ­waren The Heartbreakers, toen nog met ­Richard Hell. Ik vond het geweldig, wat een energie. Die muziek bleek punk te heten en ik ontdekte dat er nog veel meer van zulke bands in New York waren: The Dictators, Blondie, Mink DeVille... En dat was in 1975, hè, in ­Londen zou de punk pas een jaar later de kop opsteken. Toen ik terugkwam in Amsterdam, zei ik tegen iedereen dat de wereld ging ­veranderen. Nou ja, de muziek dan.”

No Fun

“Bij RAF kreeg je een scheiding tussen de klanten die nog van The Eagles hielden en zij die punk waren. Bij de directeur stelde ik voor een apart punkfiliaal te beginnen. Gaan we doen, zei hij. Dat werd No Fun op de Rozengracht.

De winkel kreeg veel aandacht, ik word er ook nog steeds op aangesproken, maar zakelijk was het geen succes. Het werd een belangrijke verzamelplaats van de punkscene, maar we hadden er beter bier kunnen gaan verkopen – met de platen verdienden we niet veel. No Fun was ook een platenlabel, waarop we vier singles hebben uitgebracht, waaronder I don’t care what the ­people say van The Helmettes. Het ­beste Nederlandse punknummer aller tijden, zeggen ze. En ik ben het daar volledig mee eens. Veel later werd de single een internationaal ­collector’s item, waarvan de prijs op eBay ­opliep tot wel 500 dollar, maar indertijd ­konden we hem aan de straatstenen niet kwijt. Bij RAF heeft hij voor een kwartje in de uitverkoopbakken gestaan.”

Lambiek

“Ik heb er vroeger veel plezier gehad met ­oprichter Kees Kousemaker, ik kom er nog ­altijd graag en regelmatig. De borrels op vrijdagmiddag zijn heel gezellig. Nee, nee, ik ga dan niet kijken hoe mijn eigen uitgaven erbij liggen, zo ben ik niet. Nou ja, als ik een boek ­helemaal niet zie, is het wel: ‘Jongens, wat is dit?’ Het Beeldverhaal op de Bilderdijkstraat is ook een goede stripwinkel en Scheltema heeft een behoorlijke stripafdeling. Stripzaken hebben het zwaar in de coronatijd, maar dat geldt voor de hele detailhandel. Alleen als je een ­behoorlijke webshop hebt, valt er nog wat te verdienen.”

Roel Maalderink

“Maakt hij filmpjes? O, dat volg ik allemaal niet, hoor. Ik kijk naar Netflix en elke dag naar Het Journaal, maar dat gaat de laatste tijd alleen nog maar over corona. Ik word ­zeventig, ben te zwaar en heb ook nog eens ­suiker, dus ik ben een risicolijder van de eerste ­orde. Bang ben ik niet voor corona, maar ik doe wel voorzichtig. Als ik wandel, ben ik de hele tijd aan het slalommen om niet te dicht bij ­anderen te komen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden