Plus

#Streetart Amsterdam toont 800 kunstwerken uit de stad

Fotograaf Kees Kamper legde tijdens zijn tienjarige speurtocht door de stad de mooiste, meest bijzondere streetart vast. Het leverde een fotoboek op vol 'tags, pieces, throw ups en stickers'.

Streetart van Meu Bon Beeld Kees Kamper

Cadeautjes zijn het voor fotograaf Kees Kamper: de 'pieces' en 'tags' die hij tijdens zijn tochten door de stad op muren, schuttingen en viaducten aantreft. Soms zit de graffiti er slechts een dag, soms een half jaar. Hij legde zijn ontdekkingen bij hotspots als de Spuistraat, Indische Buurt, de Jordaan en de NDSM-werf, fotografisch vast.

Zijn eerste foto maakte Kamper ruim tien jaar geleden onder het spoorwegviaduct bij de Korte Prinsengracht. Hij was getroffen door het kunstwerk. Vanaf dat moment ging hij twee keer per week op zijn fiets op zoek naar streetart.

In zijn zojuist verschenen boek #Streetart Amsterdam staan achthonderd kunstwerken afgebeeld. "Ik had vaste stekkies zoals het viaduct van de Amsterdamsebrug bij het Flevopark en de NDSM-werf. Langzaam ontdekte ik de namen van de grootste graffitiartiesten," zegt Kamper. In het boek staat streetart van onder anderen Faile, Shoe, Otto Schade, Karski, C215, Anopsy, Stinkfish en Beast, die zelf niet op de foto wilden.

Vergankelijkheid
De kabouter met rode puntmuts, gemaakt door KBTR, vond hij op de NDSM-werf. "Dat is een van de grootste streetart plekken van de stad. Ook buitenlandse artiesten wisten dat je hier ongestoord je gang kon gaan," zegt Kamper. Op de werf zag ik ook de gedraaide joint van de Zweedse graffitiartiest Delicious Brains. "Het is over het algemeen de favoriete hobby van deze jongens."

In het boek staat ook een afbeelding van een blauw gezicht, vol bubbels, van de jonge Poolse kunstenares Anopsy. Kamper trof het aan op een schutting in de Haarlemmer­straat.

"De charme van streetart is dat het vergankelijk is. Als artiest hoop je dat het lang blijft zitten, maar het kan de volgende dag alweer weg zijn," zegt Peter Ernst Coolen, conservator van het StreetArt Museum, dat halverwege 2018 opengaat. Pakweg 98 procent van de afgebeelde werken in het boek is overigens al weggehaald of door een ander werk bedekt.

Streetart van een onbekende artiest Beeld Kees Kamper
Streetart van Kbtr Beeld Kees Kamper

Het meisje in netkousen, achter de tralies op een deur, is van onbekende hand. Coolen: "Goede streetart heeft een relatie met de omgeving. Voor mij krijgt een kunstwerk dan een bonus. Waarschijnlijk ontdekte de maker de plek en maakte hij toen een kunstwerk dat hij achter de tralies plakte. Het klopt namelijk precies."

Punkscene
De blauwgevederde vogel trof Kamper aan op het kassahokje van de IJ-Hallen. De Thaise kunstenaar Mue Bon portretteerde de vogel in een lijst en is afgebeeld met een palet in de vorm van een smartphone in de hand. Coolen: "De achtergrond, het palet en het verband om het oor van de vogel verwijzen naar Vincent van Gogh. Buitenlandse graffitiartiesten willen allemaal naar het Van Gogh Museum. Van Gogh is heel populair onder hen. Hij was ook een rebel."

In het voorwoord legt Coolen uit dat Amsterdam altijd een unieke plek in de wereld van graffiti en streetart heeft gehad. Graffiti begon bij de punkscene en werd in de late jaren zeventig, begin jaren tachtig overgenomen door de hiphopcultuur. Ze waren, schrijft Coolen in het voorwoord van het boek, geïnspireerd door hun 'peergroep' in New York die vooral graffiti maakte op de metro's. Tegenwoordig is Amsterdam een geliefde graffitiplek voor buitenlandse artiesten.

Kees Kamper: #Streetart Amsterdam,
Uitgeverij Bas Lubberhuizen, €34,99.

Streetart van Delicious Brains Beeld Kees Kamper
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden