Plus

Stotteren op werk: 'Wat maakt het uit als ik haper?'

Onder je niveau werken, lastige sollicitatie-gesprekken en plagende collega's. Op Wereldstotterdag de vraag: hoe belemmerend is stotteren in je carrière? 'Ik was uitgeput als ik na een werkdag thuiskwam.'

Beeld anp

Als tweevoudig international van het Nederlands elftal gaan meestal deuren open, maar niet voor Martin Laamers (51). Hij stopte in 2002 met professioneel voetbal en had vervolgens de grootste moeite om weer aan de slag te komen. Tegenwoordig heeft hij een baan als schoon­maker.

Vandaag, op Wereldstotterdag, presenteert hij zijn boek O-o-o-Oranje over zijn leven met een handicap - ­zoals hij dat zelf noemt. Laamers behoort namelijk tot de 1 procent van de mensen in Nederland die stotteren.

Een van de grootste misverstanden rondom stotteren is dat het met intelligentie te maken heeft. Ook simpelweg goed ademhalen lost het niet op. Voor niet-stotteraars is het lastig voor te stellen waarom stotteraars de woorden niet over de lippen krijgen, maar het is wel goed voor te stellen dat het bij vergaderingen of presentaties problematisch kan zijn. Hoe belemmerend is stotteren op het werk?

Afgewezen
"Ik had een groot netwerk opgebouwd, maar vond geen baan," vertelt Laamers. "Na zo'n vijf jaar meldde ik me bij het UWV. Daar moest ik vragenlijsten ­invullen met wat ik wilde gaan doen. Ik wilde alles wel doen! Maar toen bleek dat ik heel veel niet mocht doen van allerlei werkgevers vanwege mijn spraak."

"Ik snap dat het in bepaalde beroepen niet zo handig is, maar waarom kon ik geen conducteur worden? Of buschauffeur? Misschien haper ik dan weleens even bij een straatnaam, maar ik praat wel hoor!"

"Er zijn een heleboel mensen die stotteren en om die ­reden worden afgewezen, al zal vrijwel geen enkele werkgever dat zo uitspreken. Dat mag namelijk ook helemaal niet, dat is discriminatie," zegt Anja van der Vlist-Pluut van het StotterFonds. Harde cijfers over afwijzingen zijn er daardoor niet.

Wel weten, niet kunnen
Mensen die stotteren weten precies wat ze wíllen zeggen, maar kúnnen dat niet goed zeggen. Bij de een gaat het dan om lichte herhalingen, bij een ander om ernstige blokkades. En er zijn verschillende manieren om met stotteren om te gaan: openlijk stotteren of lastige spreeksituaties uit de weg gaan.

Met dat laatste wist Joeri van Ormondt (40) lange tijd een baan bij een koffiezaak - onder het niveau van zijn studie bedrijfskunde - vol te houden. Continu vervormde hij zijn zinnen, om in gesprek met klanten maar niet vast te lopen op woorden waarvan hij bij aanvang van de zin al voelde aankomen dat het mis zou gaan.

"Ik wilde per se niet laten merken dat ik stotterde en was daar de hele dag mee bezig. Het is dan heel erg druk in mijn hoofd. Ik was uitgeput als ik na een werkdag thuiskwam."

Hij volgde verschillende therapieën om het stotteren te verminderen. In de vijfde logopedist, ook gespecialiseerd tot stottertherapeut, vond Van Ormondt iemand die tot hem door wist te dringen, zag toen in dat zijn spreekwijze niet was vol te houden en werd vervolgens zelf een stotterende stottertherapeut. "Dit blijkt mijn droombaan én daar moet ik veel bij praten. Ik stotter gewoon, dat maakt het allemaal veel makkelijker."

Rustig inademen
Voor Siem Prins (21) vormde het stotteren geen belemmering bij het vinden van een baan. Na een stage bleef hij hangen als online marketeer bij Runner's World & Bicycling in Duivendrecht. Geregeld schuift hij aan bij vergaderingen en heeft hij grote bedrijven als New Balance aan de lijn.

Met de juiste spreektechniek gaat dat allemaal goed. "Ik moet altijd eerst rustig inademen, en dan op de uitademing spreken. Gelukkig ben ik van mezelf vrij rustig, want met veel emotie spreken is vragen om problemen. En anders dan herpak ik mezelf, even rustig worden in mijn hoofd."

Spanning, enthousiasme, woede, stress of elke andere emotie is van invloed op het stotteren. Laamers zegt dat hij geen baan als trainer kreeg, omdat hij eerlijk aangaf dat bij stressvolle situaties het stotteren erger werd. Ook stond hij naar eigen zeggen in de belangstelling van Ajax en PSV, maar kon hij zichzelf niet verkopen.

Een vergelijkbare ­situatie ervaren andere stotteraars tijdens een sollicitatiegesprek. "Dat kan zo'n grote hindernis zijn dat mensen minder van zichzelf kunnen laten zien," zegt Annabel Barbé, logopediste van Amsterdam Logopedie.

Een gespannen of opgewonden situatie zet de spreekspieren onder hoogspanning, wat de kans dat er een hapering optreedt alleen maar groter maakt. "Met de juiste therapie is dat goed tegen te gaan, maar er bestaat geen wonderformule die voor alle mensen die stotteren werkt," zegt Barbé.

Schouders ophalen
Het is volgens Barbé wel mogelijk om van stotteren af te komen, maar het is niet voor iedereen weggelegd. Van de Nederlandse bevolking stottert 5 procent in de jeugd, bij 1 procent is het een blijvende aandoening. Opmerkelijk is dat vrouwen twee keer zo vaak herstellen als mannen.

Van der Vlist-Pluut van het Stotterfonds had eens een ­advocaat in therapie. "Hij eiste van zichzelf niet dat hij 100 procent vloeiend moest spreken en accepteerde zijn stotteren. Daardoor viel er een last van zijn schouders en werd het stotteren veel minder," zegt ze.

Stottertherapeut Van Ormondt herkent dat. "Ik was voor elk woord een ­ander woord aan het verzinnen. Nu ik dat niet meer doe, blijkt het stotteren heel erg mee te vallen."

Ook Laamers trekt zich weinig meer aan van het stotteren. Op de voetbalvelden kreeg hij nog weleens opmerkingen naar zijn hoofd als 'M-m-m-martin' of 'Schiet eens op joh', maar daar haalt hij nu zijn schouders over op. "Ik zie in dat het helemaal niet uitmaakt. Ik schuif gewoon aan bij Wilfred Genee bij Veronica Inside en ga voor heel Nederland praten. Vroeger zou ik dat nooit durven. Wat maakt het uit als ik haper?"

Oorzaak en uitlokkers

"Het verschil tussen mensen die stotteren en niet stotteren zit in het brein," zegt dr. Marie-Christine Franken. Zij is logopedist-stottertherapeut in het Erasmus MC en werkt daar ook als onderzoeker. Ze geeft aan de wijsheid nog niet in pacht te hebben, maar verschillende bevindingen leiden samen naar de uitspraak dat de oorzaak in het brein zit. "Bijvoorbeeld, in het brein zit grijze stof - hersencellen - en witte stof - de verbindingskabels in de hersenen. De witte stof is dunner in hersen­gebieden die ­belangrijk zijn voor de spraakproductie. Impulsen worden daar minder goed vervoerd."

Emoties spelen ook een belangrijke rol. Voor iemand die stottert kan een woord er de ene keer prima uitkomen, een ander moment loopt diegene daarop vast. "Als je bijvoorbeeld 'paard' zegt, gebeurt iets bij je ademhalingsspieren, je stembanden, je tong, je lippen. Dat spraakmotorische systeem werkt meestal goed geautomatiseerd, maar bij sommige mensen is dat minder en wordt het sneller instabiel. Als de eisen aan dat systeem groter zijn dan de capaciteiten, bijvoorbeeld bij stress of enthousiasme, komt er een verstoring van de vloeiendheid," zegt Franken.

De kans dat een volwassene helemaal nooit meer zal stotteren is klein, maar de ernst sterk verminderen is goed mogelijk. "Iemand kan leren om binnen de bandbreedte van het eigen systeem te blijven. Als je ­enthousiast bent, eerst even rustig worden. Of als je iets te snel gaat, even kalm aan. ­Zogenaamde uitlokkers kun je heel bekwaam beheersen, zodat je niet of nauwelijks hoeft te stotteren."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden