Plus

Stopera 30 jaar: 'Het is een vreselijk verhaal'

De Stopera bestaat dertig jaar. Historicus Herman de Liagre Böhl schreef een boek over de roerige geschiedenis van het stadhuis en het muziektheater. 'Het is een vreselijk verhaal.'

Amsterdam was zo'n beetje de enige Europese hoofdstad zonder operagebouwBeeld anp

Dertig jaar na de oplevering van de Stopera bezorgt het onderwerp sommige mensen nog steeds acute buikpijn, merkte Herman de Liagre Böhl toen hij zijn vriend Anton Gerritsen een uitnodiging overhandigde voor de presentatie van zijn boek. "Anton heeft als leider van Het Nationale Ballet ook het nodige meegekregen van de ontstaansgeschiedenis van de Stopera. Hij las de eerste regels van de uitnodiging, maakte er vervolgens een prop van en wierp die woedend naar de andere kant van de kamer. Een beetje overdreven, vond ik, maar het is een feit dat er indertijd diepe wonden zijn geslagen. Sommige betrokkenen zijn werkelijk getraumatiseerd geraakt door wat zich toen allemaal heeft afgespeeld."

Rumoer aan de Amstel heet het nieuwe boek van historicus De Liagre Böhl over de geschiedenis van het huidige Amsterdamse stadhuis, en op die titel valt weinig af te dingen. Het verhaal over de afwikkeling van een hoofdpijndossier dat tientallen jaren op tafel bleef liggen, laat zich lezen als een onthutsend portret van een vrijwel onbestuurbare stad. "Het is een vreselijk verhaal," beaamt de schrijver. "Het is een en al stroperigheid, besluiteloosheid en gebakkelei wat de klok slaat. Het speelt natuurlijk in een zeer turbulente tijd. Het Amsterdam van nu is een oase van bestuurlijke rust in vergelijking met de stad in de jaren zeventig en tachtig. Wat het bestuur ook deed, het was nooit goed."

Pispaal
De Liagre Böhl schreef het boek in opdracht van de Wim Polak Stichting en het Genootschap Amstelodamum en kreeg daarvoor inzage in de memoires die de burgemeester van Amsterdam na zijn pensionering in 1983 schreef. "Over de stadhuiskwestie heeft hij slechts fragmentarisch geschreven," vertelt de historicus. "Er zitten een paar aardige anekdotes tussen. Omdat vanuit de bevolking druk werd uitgeoefend om het Paleis op de Dam weer in te richten als stadhuis, is Polak er in zijn tijd als wethouder van financiën nog eens gaan kijken. Hij beschrijft hoe hij de zaal voor de thesaurie binnenloopt, om zich heen kijkt en constateert: nee, dit is te groot voor mij. Het moest toch nieuwbouw worden."

Daartoe was in 1954 al besloten door het toenmalige gemeentebestuur. Ook de plek was bestemd: nadat eerder nieuwbouw op het Frederiksplein was overwogen, werd nu gekozen voor de huidige locatie aan de Amstel. Grote haast werd evenwel niet gemaakt. In 1964 vroeg het gemeentebestuur architecten in binnen- en buitenland met een ontwerp te komen voor 'een democratisch stadhuis van een bestuur door overreding, dat tegelijk een ontmoetingscentrum met de burgers schept'. In 1968 kwam de Oostenrijker Willem Holzbauer als beste uit de bus, een jaar later stemde de gemeenteraad in met de uitvoering van zijn ontwerp.

Arme Willem Holzbauer. De Liagre Böhl schetst in zijn boek hoe de architect stuiterend van enthousiasme en dadendrang naar Amsterdam kwam, om met het verstrijken van de jaren zonder enige terreinwinst langzaam maar zeker ontgoocheld te raken. "Holzbauer vond Wenen maar saai," vertelt De Liagre Böhl. "Amsterdam was voor hem de hemel op aarde, met alle vrijheid en losbandigheid. Maar toen tien jaar later nog steeds geen eerste paal geslagen was, had hij er schoon genoeg van. Zijn ontwerp was door Nederlandse collega's ook op een meedogenloze manier afgekraakt. Holzbauer had geen zin om nog langer de pispaal zijn."

Herman de Liagre BöhlBeeld Het Parool/Maria van Rooijen

Dat er maar niets gebeurde, had niet alleen te maken met een verlammende besluiteloosheid in het bestuur, maar ook met de financiële positie van de stad. Amsterdam zat op zwart zaad en zat niet te wachten op een geldverslindend megaproject. En er lag ook nog een ontwerp van de architecten Bernard Bijvoet en Gerard Holt voor een nieuw muziektheater in De Pijp dat ook al tientallen jaren op uitvoering wachtte. Amsterdam was zo'n beetje de enige Europese hoofdstad zonder operagebouw, en dat werd in toenemende mate als een culturele schande ervaren.

Het was Holzbauer die, wandelend langs het Waterlooplein, op het idee kwam de beide plannen in elkaar te schuiven en zo kosten te besparen. De Liagre Böhl: "Polak was meteen enthousiast. Hij zei: zó gaan we het doen. Hij moest nog wel bij de architecten Bijvoet en Holt langs om hen het slechte nieuws te vertellen. Bijvoet liep inmiddels tegen de negentig en vond het verschrikkelijk. Hij zat al 25 jaar te wachten op de uitvoering van zijn plannen. Maar hij wilde of kon zich ook niet verzetten. Hij zei: als u denkt dat het zo moet, burgemeester, moet het maar zo."

Creatieve oplossing
Polak leverde een huzarenstukje door vervolgens ook het kabinet mee te krijgen. De Liagre Böhl: "Dat was een stunt. Er was een afspraak met premier Dries van Agt om over het oorspronkelijke ontwerp van Holzbauer te praten. Het kabinet had besloten daar geen geld aan te geven. Van Agt zei dat de hoogte van de stookkosten het grote probleem was, een bizar argument. Polak informeerde daar tijdens het gesprek nog een paar keer naar en haalde vervolgens tot ieders verrassing het nieuwe ontwerp uit zijn tas, als creatieve oplossing voor het probleem van de stookkosten. Van Agt was totaal verbluft en stemde in."

Met de financiële steun van het kabinet kon Amsterdam aan de slag. Inmiddels was Bijvoet overleden. In zijn plaats voegde Cees Dam - de schoonzoon van Holt - zich bij Willem Holzbauer. In 1982 ging de bouw van de Stopera van start, opnieuw onder luide protesten. "Stopera werd in de volksmond Stop-opera. De buurt vond het geldverspilling en eiste op luide toon dat er woningen werden gebouwd. Bij de krakersrellen werden stenen uit de bouwput gebruikt om de politie te bekogelen," vertelt de historicus. "Het was een grimmige tijd, met af en toe een vrolijke noot. Een politieman die van zijn paard was gevallen, werd door de krakers afgeklopt en weer op zijn paard gezet. Dat was ook wel echt Amsterdams."

Roze tapijt
In 1986 ging het muziekgebouw open, veel duurder dan voorzien, naar het ontwerp van Cees Dam. "Het meest spectaculaire gebouw," oordeelt De Liagre Böhl. "Holz-bauer heeft zich tijdens het ontwerpproces toch wat naar de achtergrond laten duwen. Ik snap niet hoe hij dat heeft kunnen laten gebeuren. Dam trok alle aandacht naar zich toe, ook met het fameuze roze tapijt op de vloer van het theater. Het was besmettelijk en moest geregeld worden vervangen, maar Dam wilde niet weten van een alternatief omdat de kleur naar zijn mening nu eenmaal het beste paste bij de rest van het gebouw."

Gastheer tijdens de opening was Ed van Thijn. Vanwege de demonstraties voor de hoofdingang moesten prinses Beatrix en prins Claus via de artiesteningang naar binnen worden geleid. De Liagre Böhl, lachend: "De prinses heeft daarbij volgens de overlevering tegen de burgemeester gezegd: wat heeft u toch een geweldige stad." Wim Polak, die de heetste kolen uit het vuur had gehaald, was met pensioen. Een groot bestuurder, vindt De Liagre Böhl: "Hij was geen opvallende man, maar heeft met grote soepelheid en kracht de stad door zeer moeilijke tijden geloodst, met zijn rechterhand Jan Schaefer."

Een kenmerkende anekdote noemt de schrijver een voorval tijdens de kroningsrellen van 1980. "Toen de zaak uit de hand begon te lopen, heeft de politie Polak het advies gegeven de Blauwbrug op te halen, om zo een vrije doorgang van de relschoppers naar het Rokin te verhinderen. Polak weigerde daar toestemming voor te geven, met als argument dat de brug in de oorlog door de Duitsers was opgehaald tijdens de razzia's op het Waterlooplein. Dat doen we dus niet, zei hij op een moment dat de spanning in de stad hoog opliep, en hij nam daarmee ook de consequenties van dat besluit voor zijn rekening."

Het Waterlooplein met de bouwput van de StoperaBeeld Peter Elenbaas/HH
Het Stadhuis en Muziektheater in aanbouw (februari 1985)Beeld Peter Elenbaas/HH
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden