Plus

Stille getuigen van Duitsers die 'ontvijandingsverklaring' nodig hadden

Vanwege Openbaarheidsdag gingen dinsdag nieuwe archieven open. Zoals tienduizenden dossiers van Duitsers die na de oorlog een 'ontvijandingsverklaring' nodig hadden.

Op Openbaar-heidsdag gaan jaarlijks nieuwe archieven open Beeld Robin Utrecht/ANP

Liefst 750 miljoen gulden aan Duits vermogen heeft de Nederlandse staat na de Tweede Wereldoorlog geconfisqueerd. En dat begon allemaal bij de regering in ballingschap in Londen die in 1944 met een pennenstreek alle Duitsers in het koninkrijk tot vijandelijk onderdaan bestempelde.

Alleen met veel pijn en moeite, zaken die zich jaren konden voortslepen, konden ze na de oorlog hun bezittingen terugkrijgen.

Stille getuigen daarvan zijn de archieven van het Nederlands Beheersinstituut.

Dinsdag werden in het Nationaal Archief 180.000 dossiers opengesteld van deze instelling, die zich na 1945 ontfermde over het vermogen van landverraders en dat van tijdens de oorlog verdwenen personen, veelal gedeporteerde of ondergedoken Joden. En van Duitsers in Nederland dus.

Dekmantel
Daarbij kon het ook gaan om mensen die bijna per ongeluk Duitser waren geworden, omdat ze ver voor de oorlog met een Duitser waren getrouwd.

Marieke Oprel, die de dossiers bestudeert voor haar promotieonderzoek aan de VU, geeft het voorbeeld van een geboren en getogen Amsterdamse die in juli 1940 was gescheiden. En toch bleef ze te boek staan als Duitse.

Tijdens de oorlog heeft ze nog geprobeerd om de Nederlandse nationaliteit te krijgen, maar daar wilde de bezetter niet aan meewerken.

Dat ze zich niet als Duitse gedroeg, blijkt meteen uit haar werk voor de Persoonsbewijzencentrale van Gerrit van der Veen.

Met haar functie als secretaresse bij het Duitse Land- en Tuinbouw­bureau als dekmantel wist ze talloze mensen aan een nieuw persoonsbewijs te helpen of onderdak te verlenen. Toch lukte het haar niet om na 1945 een 'ontvijandingsverklaring' te krijgen, zelfs niet toen vanuit het verzet een goed woordje voor haar werd gedaan.

Meer nabestaanden
Tot 2019 buigt Oprel zich voor haar promotie over de dossiers die gisteren vanwege Openbaarheidsdag - de eerste dinsdag in het nieuwe jaar - ter inzage kwamen te liggen in het Nationaal Archief. Oprel hoopt daarnaast meer nabestaanden en Duitse Nederlanders te vinden die kunnen vertellen over hun 'ontvijanding'.

Naar schatting waren er bij het aanbreken van de oorlog 25.000 Duitsers in het koninkrijk. Een heel divers gezelschap, legt Oprel uit, van mijnwerkers in Limburg tot missionarissen in Suriname en musici bij het Concertgebouworkest.

Bij een eerste steekproef stuitte ze op meer persoonlijke verhalen die nog maar eens laten zien dat het nog niet zo makkelijk is om goed en fout te onderscheiden, zoals in de rauwe jaren na de bezetting de teneur was. "De meerderheid heeft Nederland eigenlijk niets kwaads gedaan."

Oprel illustreert het met een ander Amsterdams voorbeeld, een Duitse vioolbouwer. Al voor de oorlog opteerde hij voor het Nederlanderschap en hij stond erom bekend dat hij het nazisme afwees. Noodgedwongen gaf hij in 1944 gehoor aan de dienstplicht, misschien zelfs om de kust veilig te houden voor de onderduikers die hij thuis had zitten.

Ook in zijn geval kwam er bijval vanuit het verzet, volgens Oprel. "Toch heeft het vier jaar geduurd voordat hij zijn ontvijandingsverklaring kreeg, jaren waarin het heel moeilijk werd om zijn leven als vioolbouwer voort te zetten."

Lees ook de dossiers over Gijs van Hall in 1967: 'Ik laat me niet als keukenmeid wegsturen'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden