Opinie

‘Steun aan Italië is steun aan onszelf’

Donderdag vergadert de Europese top verder over noodsteun. Nederland moet zijn houding veranderen en begrijpen wat er op het spel staat, stelt Joris Melman, promovendus politicologie aan de Universiteit van Oslo, in dit opiniestuk.

Premier Mark Rutte (uiterst rechts tegen een witte achtergrond) vorige maand tijdens een videoconferentie met de regeringsleiders van de andere 26 EU-landen.Beeld ANP

‘Nederland wint Europese strijd!’ kopte De Telegraaf nadat de euro­landen het twee weken geleden eens waren geworden over een Europees noodpakket. Nederlands starre houding in de onderhandelingen leverde veel vijandschap uit Zuid-­Europa op, maar hield de Europese noodsteun – en zo de Nederlandse kosten – binnen de perken.

Nu is wel een tweede pakket nodig. Op de Europese top van morgen moeten de regeringsleiders het daarover eens worden. En de Nederlandse publieke opinie lijkt nog precies dezelfde als twee weken geleden. ​

Die Nederlandse perceptie werd goed samengevat door Arjen Lubach. Want die Zuid-Europeanen – de Italianen voorop – schreeuwen wel moord en brand, maar hebben ze er zelf niet een potje van gemaakt door jarenlang te veel geld uit te geven? Goed, wat steun om de ergste klappen op te vangen kan, maar meer wordt lastig. Dan bestaat immers het risico dat Nederland ook meebetaalt aan Italiaanse schuld. Zoals Lubach zei staat het Italiaanse huis in brand. We willen wel helpen met blussen, maar niet de hypotheek overnemen.

Eurobonds

Het probleem is alleen dat die metafoor niet klopt. Hij suggereert dat elders brand woedt en Nederland een emmertje water kan komen brengen als een soort liefdadigheid. Maar de realiteit is dat we niet in losse huizen wonen, maar in hetzelfde brandende appartementencomplex. Het ene appartement is in een iets betere staat dan het ander, maar als een van de appartementen in elkaar stort donderen de andere appartementen direct mee. Minstens zoveel als liefdadigheid is hulp aan elkaar ook direct eigenbelang.

Zo is het overeind blijven van de Nederlandse economie sterk afhankelijk van de gezondheid van andere EU-landen. Ruim 75 procent van de Nederlandse export gaat erheen. Het wegvallen hiervan zal de schade aan de Nederlandse economie gigantisch verergeren.

Tegelijk is een gemeenschappelijke Europese aanpak veel effectiever dan een individuele. Neem bijvoorbeeld de in Nederland zo verfoeide eurobonds. Het idee: als eurolanden gemeenschappelijk geld lenen betalen ze daarover een rente die lager is dan het gemiddelde van wat individuele landen normaal betalen. Een fictief getallenvoorbeeld: waar land A normaal 1 procent rente betaalt en land B 5 procent, wordt dat nu 2 procent. Vanuit algemeen belang gezien een grote winst.

De Nederlandse angst is dat het op deze manier meebetaalt aan de schulden van het Zuiden. Maar het is belangrijk om deze angst in context te plaatsen. De werking van de euro heeft Nederland immers jarenlang bevoordeeld, waar de muntunie Zuid-Europa juist dwarszat. En de Europese interne markt in het algemeen, levert de Nederlandse burger per jaar gemiddeld zo’n 1500 euro op, tegenover 750 euro voor een Italiaan en 300 euro per Griek. Je zou ook over een gelijkere verdeling van baten kunnen spreken.

Pensioenen en werkloosheid

Natuurlijk is het redelijk dat zuidelijke landen in ruil voor solidariteit toezeggingen doen over schuldbeheersing. Maar Nederland moet ook beseffen dat zulke eisen niet ver kunnen gaan – in tegenstelling tot ‘de voorwaarden’ die het nu verlangt. Zo wijzen veel economen erop dat bezuinigen in crisistijd de situatie alleen maar verergert. Bovendien betekenen zulke voorwaarden in de praktijk al snel een inbreuk op de democratie van de zuidelijke landen. Hun angst is dat de parlementen van noordelijke landen straks bepalen hoe zij hun pensioenen en werkloosheidsstelsel moeten hervormen.

Je kunt zeggen: dit is solidariteit met de rug tegen de muur. Hoe democratisch is het eigenlijk dat we verankerd zitten in een appartementenblok dat de euro heet? Zeker, het punt dat het lidmaatschap van de eurozone democratische zeggenschap heeft gekost, is terecht. Maar dan is het wel eerlijk daaraan toe te voegen dat Nederland altijd aanvoerder van het euro­systeem is geweest. Dat we daar bovendien al die jaren ook economisch van geprofiteerd hebben. Meer dan zuidelijke landen, en vaak ook ten koste van hen. Als gevolg daarvan zitten we nu in een situatie dat solidariteit niet alleen in is ons eigenbelang is, maar ook rechtvaardig.

‘Nederland wint?’ Laten we niet doen alsof we bezig zijn met het Europees Kampioenschap. De situatie is tegenovergesteld: de Nederlandse kans op succes staat of valt met Europees succes.

Joris Melman, promovendus politicologie aan de Universiteit van Oslo.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden