Lezersbrief

'Sterkste schouders dragen de zwaarste lasten op Pride'

Dit is onze Pride - mede mogelijk gemaakt door Uber, Schiphol en Google. Daar kun je over mopperen, maar veel logischer is het om er trots op te zijn, schrijft Sander Groen in een lezersbrief aan Het Parool.

Het organiseren en beveiligen van zo'n mega-evenement kost een kwart miljoen euroBeeld anp

Blijf met je poten van mijn Pride! Die kreet klinkt elk jaar, zo rond komkommertijd: de Amsterdamse Gay Pride wordt 'verkwanseld aan de commercie' en is 'overgenomen door multinationals'.

Er staat alleen nog 'dikbuikige bankdirecteuren' op de platbodems te hossen, zo lees ik op sociale media, en voor de 'echte veelkleurige homo' is deelname aan de botenparade onbetaalbaar geworden.

Grote bedrijven
Als de Gay Pride op stapel staat, wordt er geklaagd. Bedrijven 'verdienen te makkelijk hun plek op de Pride', las ik in deze krant, maar wat doen ze voor de homo-emancipatie? Nou, best een boel. Daarover later meer.

Eerst een feitencheck. Er varen meer boten van grote bedrijven mee dan van ideële LHBT-organisaties, zo wordt beweerd. In 2016 bestond de parade uit 80 boten, het maximaal toegestane aantal. Er waren wat politieke partijen bij, zoals het Roze Netwerk van de PvdA, media als Radio Decibel en overheden als de Europese Commissie.

En inderdaad, ook grote bedrijven dobberden langs: 15 stuks, van Adidas en Booking.com tot ING en Rabobank. De LHBT-­organisaties waren echter veel ruimer vertegenwoordigd: met 40 boten, van COC Nederland en Roze Zaterdag tot de Marokkaanse Boot en de Lellebel.

Goede balans
Dat is geen toeval. De organiserende stichting ziet daarop toe. Er zijn verschillende categorieën, zoals 'particulier klein', 'mediapartners' en 'commercieel landelijk'. Binnen elke categorie wordt een vaststaand aantal boten ingeloot, zodat een goede balans ontstaat, zowel in ideële als economische zin.

De Canal Parade trekt jaarlijks een half miljoen bezoekers. Het organiseren en beveiligen van zo'n mega-evenement kost een kwart miljoen euro. Een deel komt uit subsidie, de rest uit ­inschrijfgelden van de deelnemende boten. Daarbij dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten.

Zo betaalt een groot, internationaal bedrijf 30.000 euro, maar een kleine, lokale LHBT-organisatie 250 euro. Kapitaalkrachtige multinationals betalen de hoofdprijs, zodat LHBT-organisaties meevaren voor een vriendenprijs.

Droomscenario
Stel je even het droomscenario van de criticasters voor: een ­botenparade met alléén LHBT-organisaties. Tezamen zijn die dan goed voor amper de helft van de benodigde inschrijfgelden. Daar zijn twee oplossingen voor te bedenken: de tarieven verdubbelen of de Canal Parade cancelen - en dan heb je de poppen pas écht aan het dansen.

Dan nog dat andere veelgehoorde punt van kritiek: het gaat die bedrijven gewoon om publiciteit en helemaal niet om diversiteit. Ook daar stelt de organisatie eisen aan: om mee te mogen varen, moeten bedrijven een roze netwerk hebben, lid zijn van de Workplace Pride Foundation en een structurele bijdrage leveren aan de LHBT-emancipatie. Zo financiert KPN bijvoorbeeld een leerstoel aan de Universiteit Leiden voor acceptatie van LHBT'ers op de werkplek.

Volgend weekend gaat de Pride Week van start. Niet zo gek lang geleden werd je door de baas nog ontslagen als hij ontdekte dat je homo was. Nu wil de baas zich juist met de LHBT-gemeenschap afficheren en diversiteit ondersteunen. Dat is bijzonder.

Dit is onze Pride - mede mogelijk gemaakt door Uber, Schiphol en Google. Daar kun je over mopperen, maar veel logischer is het om er trots op te zijn. ­Happy Pride!

Sander Groen, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden