PlusNieuws

Steeds minder mensen ‘onder water’ met hypotheek, jongeren lopen nog de grootste risico’s

De almaar stijgende huizenprijzen laten de woningmarkt droogkoken, maar tegelijk zijn de financiële risico’s voor mensen die zich de markt hebben binnengevochten de laatste jaren wel kleiner geworden. Jongeren lopen nog de grootste risico’s.

Marc Kruyswijk
Woningen in aanbouw. Beeld ANP
Woningen in aanbouw.Beeld ANP

Volgens berekeningen van het CBS is het aandeel huishoudens met een woning ‘onder water’, waarbij de hypotheekschuld dus hoger is dan de waarde van de woning, is afgenomen van 33 procent in 2014 naar 6 procent in 2020.

Ook is sinds 2011-2020 de hypotheeklast ten opzichte van het besteedbaar inkomen kleiner geworden. Deze zogeheten loan-to-income geldt als indicator voor betalingsproblemen: hoe hoger de hypotheekschuld is ten opzichte van het inkomen, hoe groter het risico dat mensen bij tegenslagen in de problemen kunnen raken.

Gestegen huizenprijzen

Deze ontwikkeling wordt vooral veroorzaakt door de gestegen huizenprijzen. Daarnaast geldt vanaf 2013 de verplichting om af te lossen om het recht op hypotheekrenteaftrek te houden. Dit zorgt voor een afbouw van de hypotheekschuld.

Het meeste risico lopen jongeren die erin slagen een huis te kopen: bij huishoudens tot 25 jaar is bij 15 procent sprake van onderwaarde. Ter vergelijking toch: in 2014 was dit nog 62 procent. In deze groep was de waarde van de eigen woning in 72 procent van de gevallen hoger dan de hypotheekschuld.

Zorg over jongeren

In 2011 was volgens het CBS de mediane hypotheekschuld 3,7 keer het jaarlijks besteedbaar inkomen, in 2020 is dit gedaald tot 3,1. Vooral onder jongeren en de lagere inkomensgroepen is dit risico verlaagd, mogelijk door strengere hypotheekeisen.

Recentelijk sprak De Nederlandsche Bank al haar zorgen uit over de positie van starters op de woningmarkt. Onder zowel kopers als huurders komt deze groep steeds moeilijker aan een woning, stelde DNB in maart. Voor koopstarters stijgen sinds 2016 de woonlasten in verhouding tot het besteedbaar inkomen, aldus DNB in het jaarverslag over 2021. Vooral het afgelopen jaar is de aanschaf van een huis relatief veel duurder geworden in termen van maandlasten.

4,5 miljoen eigen woningen

Onder woningbezitters jonger dan 45 jaar had 86 procent in 2020 een woning met overwaarde. In 2014 was dit nog maar bij 30 procent het geval.

Op 1 januari 2020 waren er 4,5 miljoen huishoudens met een eigen woning. Bij 270 duizend huishoudens was de waarde van de woning in 2020 lager dan de hypotheekschuld. Dit komt neer op 6 procent van de huiseigenaren.

Het aandeel huishoudens met een woning onder water is in de jaren na de kredietcrisis van 2008 sterk gestegen, van 12 procent in 2008 tot 33 procent in 2014. Doordat de huizenprijzen daarna weer stegen en er een aflossingsverplichting kwam, is het aandeel weer gedaald.

Hypotheekvrij

Van de huishoudens met een eigen woning hadden 760 duizend huishoudens (17 procent) géén hypotheekschuld. In de meeste gevallen gaat het hierbij om mensen die hun hypotheek hebben afbetaald. Dit aantal is de afgelopen jaren iets toegenomen.

Onder 65-plussers met een eigen woning had 60 procent in 2020 overwaarde, 39 procent had helemaal geen hypotheekschuld en bij 1 procent was sprake van onderwaarde.

Luister ook onze podcast Amsterdam wereldstad over de woningmarkt:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden