Steeds meer moties van wantrouwen sinds 2000

De PVV diende dinsdag in de Eerste Kamer een motie van wantrouwen in tegen het kabinet. Voor de deftige Senaat was dat een primeur. Nooit eerder in de geschiedenis was hij met een dergelijke motie geconfronteerd.

Minister-president Mark Rutte aan het woord achter de regeringstafel in de Eerste Kamer op de eerste dag van de Algemene beschouwingen.Beeld ANP

In de Tweede Kamer zijn moties van wantrouwen tegen het kabinet of tegen afzonderlijke bewindslieden al jaren heel gewoon. Vooral sinds de eeuwwisseling is er sprake van een duidelijke toename. Uit een overzicht van de Kamer blijkt dat er sinds 1992, 35 moties van wantrouwen zijn geweest. Vijf daarvan dateren uit de jaren 90. De rest is van na 2000.

In 2002 werd één motie van wantrouwen in stemming gebracht, in 2004 twee, in 2005 drie, in 2006 één en in 2007 twee. Daarna werd het echt menens met zes moties van wantrouwen in 2008. In 2009 waren het er zeven. Vervolgens kwam er een kleine terugval: twee in 2010 en één in 2011. Dit jaar dienden Kamerleden tot dusver vijf moties van wantrouwen in.

Van alle 35 moties van wantrouwen van de afgelopen 20 jaar werd er maar één aangenomen. Op 25 mei 1994 kwam VVD-Kamerlid Hans Dijkstal met een motie in waarin stond dat 'ernstig tekort geschoten is in de samenwerking tussen beide politieministers bij de afdoening van de IRT-affaire'. De motie was mede ondertekend door Jacob Kohnstamm (D66) en Mohamed Rabbae (GroenLinks). Ze werd met hoofdelijke stemming aangenomen en 'beide politieministers', Ed van Thijn (PvdA) en Ernst Hirsch Ballin (CDA), traden af. Ze waren op dat moment overigens al demissionair.

Alle andere moties van wantrouwen van de laatste 20 jaar werden afgewezen, doorgaans met een ruime meerderheid. Soms stemde alleen de fractie die ze had ingediend voor.

De meeste actieve indiener van moties van wantrouwen was de PVV. Sinds 2007 was deze fractie eerste ondertekenaar van 11 van deze moties. Meestal stond de naam van fractieleider Geert Wilders eronder. Vóór de PVV tot stand kwam, diende Wilders als de Groep Wilders die hij toen in zijn eentje vormde ook nog eens drie moties van wantrouwen in.

Volgens een medewerker van het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer wordt een motie als motie van wantrouwen gerubriceerd als ze door Kamerleden of de Kamervoorzitter als zodanig is aangemerkt. Er dient dan meteen over gestemd te worden.

Die laatste regel geldt in de Eerste Kamer niet. Over de PVV-motie van wantrouwen tegen het kabinet wordt in de Senaat pas volgende week gestemd. Nu al staat vast dat ze wordt afgewezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden