Plus

Stanley Hillis: ongrijpbaar en mysterieus tot hij werd geliquideerd

Stanley Hillis was decennia een kopstuk in de Amsterdamse onderwereld. Ongrijpbaar en mysterieus tot hij in 2011 werd geliquideerd. Zijn biografie Kouwe Ouwe is een gedegen poging veertig jaar misdaad te doorgronden.

Een vermomde Hillis in Sonja Op Zaterdag op 28 januari 1985 Beeld Nationaal Archief

Een lange reeks heel brutale (bank)overvallen, samen met beruchte mededaders. Indrukwekkende ontsnappingen uit gevangenissen. Een televisieoptreden dat de natie schokte. Een sleutelrol in de IRT-affaire omtrent dubieuze opsporingsmethoden. Sterke vermoedens dat hij 'als scherprechter in de onderwereld' achter geruchtmakende liquidaties zat.

Bovenal: de nooit weggenomen suggestie dat hij heimelijk met de overheid samenwerkte en ook daardoor zijn leidende rol in het Amsterdamse milieu kon blijven spelen.

Raadselachtige einzelgänger
In het leven van Stanley Hillis (Den Haag, 1946-2011) zat een boek, zeker. Een collega had al een poging gedaan, maar de biografie Kouwe Ouwe, die journalisten Vico Olling en Martijn Haas donderdag presenteren, zal doorgaan als de definitieve.

Dat die nog altijd cruciale vragen onbeantwoord laat, bevestigt vooral dat Hillis een raadselachtige einzelgänger was als het erop aankwam. Dan stilletjes op de achtergrond, dan weer rechtlijnig met ferme missives, maar vooral ondoorgrondelijk.

In twee jaar intensief onderzoek sprak het journalistenduo (Panorama) een indrukwekkende parade oude getrouwen uit de misdaad, familieleden, vrienden en compagnons - plus figuren die daar weer omheen hingen.

Met de hulp van gewezen onderwereldkopstuk Mink Kok, lang Hillis' voornaamste misdaadpartner, drongen Olling en Haas door tot sprekers uit het wereldje die nooit eerder boekjes open deden. Hun versies van de waarheid passen niet steeds op elkaar, maar geregeld toch heel aardig.

Trieste, kille levens
Dat levert behalve nieuwe openbaringen een stortvloed aan details op over gebeurtenissen in Hillis' criminele loopbaan waarvan alleen fragmenten bekend waren. Soms moet de lezer even doorbijten als die opeenvolging van weetjes duizelingwekkend wordt - de neiging tot totale compleetheid is in dit genre een valkuil - maar de vele puzzelstukjes vormen een helder beeld.

Dat uiteindelijke beeld van de maar weinig ontziende beroepscrimineel is een beeld zoals eigenlijk altijd opdoemt als criminele levens degelijk worden uitgediept: het zijn trieste, kille levens die door wantrouwen en broedermoord worden beheerst.

Als de auteurs ooit het idee hadden aan een op feiten gebaseerd schelmenepos te beginnen, hebben ze dat idee snel verlaten.

Ja, Hillis' sneue jeugd, waarin hij werd gehard, zijn weldoordachte kraken en bankovervallen én zijn ontsnappingen spreken tot de verbeelding en worden nog omgeven door enige (valse) jongensboekenromantiek. Toch, het geweld, de beklemmende afpersingen en het gegeven dat de vriend van vandaag bijna zonder uitzondering de vijand van morgen wordt, tonen het ware beeld van het sinistere metier waarin eigenlijk alles altijd slecht afloopt.

Het grote publiek leert Hillis kennen in 1985, in een mediarel vergelijkbaar met de ophef over het optreden van Willem Holleeder in televisieprogramma College Tour. Hoewel het fenomeen 'ophef' nog niet zo is doorontwikkeld als nu, geeft een interview van Hillis met het instituut Sonja Barend evenveel reuring.

Schietgrage gek
Hillis heeft dan in elk geval sinds 1974 tientallen inbraken en bankroven gepleegd en is verwikkeld geweest in een schietpartij waarbij zijn mededader op de politie schoot (Hillis' wapen haperde). Nu is hij met een touw met haken uit de Bijlmerbajes ontsnapt, volop in het nieuws geweest en boos naar de tv gestapt omdat hij is afgeschilderd als 'een schietgrage gek'.

Straks schiet de politie hem dood uit voorzorg! Met pruik, plaksnor en buitenmodel zonnebril oogt hij als een schertsfiguur, maar de woede omdat Sonja een crimineel als Hillis het podium biedt, is er niet minder om. Hij wordt gepakt, heel kalm, maar vervolgt zijn bedenkelijke loopbaan snel, nu in de Amsterdamse onderwereld.

Politiefoto van Stanley Hillis Beeld -

Hij gaat voor maffiabaas Klaas Bruinsma werken, 'De Dominee', en beheert coffeeshops in de rosse buurt. Met Mink Kok en anderen begint hij partijen blanco paspoorten en rijbewijzen te stelen en stort hij zich op de handel in hasj en wapens vanuit Libanon (Rooie Lieb, Gele Lieb).
De drugshandel dijt gaandeweg uit.

Paramilitaire organisatie
Als Bruinsma in 1991 is geliquideerd, neemt De Groep rond Hillis en Kok de lijnen goeddeels over. In de jaren waarom later de IRT-affaire zal draaien, ontwikkelt De Groep zich, in de woorden van Olling en Haas, tot 'een paramilitaire organisatie die 24 uur per dag bezig was het land te ontwrichten' - al was er ook volop tijd voor jongensachtige prettripjes vol onderbroekenlol.

Steeds vaker worden relaties én leden van De Groep geliquideerd. De suggestie is dat Hillis over leven en dood beschikt en dat hij in meer dan tien moorden de hand heeft gehad. "Als je de waarheid spreekt, blijf je leven. Als je liegt, ben je dood," is één hem toegeschreven lijfspreuk. Voor zijn betrokkenheid bij liquidaties zijn ook aanwijzingen, maar hij is nooit succesvol vervolgd.

Hoogintelligente metgezel
Behalve in Amsterdam woont Hillis in Zuid-Spanje en op Aruba - wat het idee voedt dat hij van daaruit verdere drugshandel aanjaagt, maar onderzoeken daarnaar stranden.

Zo rond de millenniumwisseling legt hij zich vooral toe op het afpersen van diverse slachtoffers, volgens justitie ook met Willem Holleeder en Dino Soerel. Waar een enkele vriend Hillis blijft beschouwen als een rustige, hoogintelligente metgezel, beschrijven de meesten hem nu als een intrigant die zijn compagnons laat vallen (of 'doen': doodschieten) als dat zo uitkomt.

De hamvraag: werkte Hillis in het diepste geheim samen met de overheid - terwijl hij onder het uitslaken van beschuldigingen over verraad zelf met zijn naasten in de onderwereld brak? Ook Olling en Haas hebben het niet kunnen hardmaken - wat de vrees rechtvaardigt dat het nooit zal worden vastgesteld.

Bizarre liquidatie

De aanloop naar Hillis' liquidatie zoals toenmalig compagnon Donald Groen die in Kouwe Ouwe schetst, draagt bij aan het beeld dat Hillis stiekem voor de Staat werkte - al benadrukt Groen inmiddels dat hij dat niet met zoveel woorden gezegd wil hebben.

De moord op Hillis, 21 februari 2011 in de Fizeaustraat in Oost, verloopt hoe dan ook bizar. Hij parkeert zijn auto pal naast een aanhangwagen waarin observanten met richtmicrofoons op zijn gesprek met Groen liggen te wachten. Verderop wacht een observatieteam en volgens Groen een arrestatieteam, dat hem hardhandig inrekent. In de lucht hangt een helikopter.

Vlak voor Groen (te laat) arriveert, schiet een wat onhandige moordenaar Hillis dood. Ondanks de massieve inzet van politie ontkomt het vluchtbusje door een aaneenschakeling van blunders - áls het blunders waren.

De chef van het observatieteam staakt zijn achtervolging als hij denkt dat de helikopter de bus in beeld heeft, luidt de officiële lezing. Maar de heli is de bus óók kwijt. Velen betwijfelen dat de Wet van Murphy gold. Het gevoel knaagt dat hier een actie moest worden verhuld. Het hardnekkige gerucht wil dat ook in Hillis' auto afluisterapparatuur van de recherche zat. Zo past de liquidatie naadloos in de mystiek rond Hillis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden