Plus

Stampvol OV zit aan zijn grenzen

Het openbaar vervoer zit mudvol. Niet alleen tijdens de gebruikelijk pieken 's morgens en 's avonds, maar zo ongeveer de hele dag. In de tram bestaat de spits niet meer.

Drukte in het ov; zelfs uitstappen is soms moeilijk Beeld Joris van Gennip

Stap op een willekeurige doordeweekse ochtend, het hoeft niet eens een regenachtige te zijn, op IJburg in tram 26 en de kans is groot dat je moet staan. Sterker nog: de kans is groot dat je ongemakkelijk moet staan. Met medereizigers hinderlijk dichtbij, met mensen die bij de haltes moeite moeten doen om zich een weg te banen naar de uitgang. Maar ja, je hebt wel een plekje in de tram.

Goed, kun je denken: dat is ook de ochtendspits. Logisch toch? Maar pak op elk moment op de dag vanaf de Dam de eerste tram die zich aandient en de kans is levensgroot dat je ook dan geen al te comfortabele reis hebt. De kans op een zitplaats is klein, waarschijnlijk zul je staand moeten reizen.

Hele dag
Want de spits, die bestaat in het Amsterdamse openbaar vervoer eigenlijk niet meer. Die duurt de hele dag. 's Morgens zitten trams vol en 's avonds natuurlijk ook. Maar tussendoor neemt de drukte echt maar een héél klein beetje af. Werk- en schoolgangers laten zich bijna rimpelloos aflossen door toeristen, zakelijke bezoekers en mensen die, om de drukte te vermijden, hun dag zijn begonnen met een paar uurtjes thuis werken. En aan het eind van de dag voltrekt zich het omgekeerde proces. Trams zitten vol, blijkt uit berekeningen die het GVB maakte op verzoek van Het Parool.

Zelden minder dan 70 procent
In het eerste uur, tussen 6.00 en 7.00, moet de stad kennelijk nog een beetje op gang komen. De gemiddelde bezettingsgraad van de Amsterdamse trams is dan 35 procent. Maar daarna ­lopen de percentages razendsnel op. Van 51 procent tussen 8.00 en 9.00 naar 84 procent het uur erna. Tot 23.00 uur zakt de bezetting nauwelijks meer onder de 70 procent. Het drukste moment? Aan het eind van de dag, tussen 17.00 en 18.00 uur, als de gemiddelde bezetting 91 procent is.

Let wel: het gaat hier om gemiddelden. Het percentage stijgt op regenachtige dagen of bij verstoringen, meldt het vervoerbedrijf. Je kunt je zomaar voorstellen dat het op dat soort momenten gemakkelijk over de 100 procent heen gaat.

Veel meer voertuigen inzetten is een optie, maar brengt vooral in de ook al overvolle straten nieuwe problemen met zich mee. Want nog meer voertuigen betekent nog meer opstoppingen en daardoor nog meer vertraging. En dat speelt niet alleen in de binnenstad trouwens: op Schiphol Plaza, het centrale plein van de luchthaven, is het vaak dringen voor de vele bussen die regelmatig de haltes niet kunnen bereiken of problemen hebben er weer weg te komen.

De inzet van grotere voertuigen (zie kader dubbeldekker) gaat helpen om de nood te lenigen. Zoals ook de komst van de Noord/Zuidlijn, naar verwachting in juli volgend jaar, een forse bijdrage zal leveren aan het vervoeren van grote aantallen reizigers over behoorlijke afstanden.

Dicht bij bestemming
Maar grotere bussen en grotere metrostellen kunnen niet voor elkaar krijgen waar al die trams nu juist wel goed in zijn: de reiziger behoorlijk dicht op de plek van bestemming afleveren. Daarvoor heb je trams gewoon nodig, en bussen.

Dat dubbeldekkers honderden mensen per uur gaan afzetten op station Zuid, dat de Noord/Zuidlijn straks reizigers massaal uitbraakt op het Weteringcircuit - dat zal op zichzelf de oplossing niet vormen. Zonder fijnmazig vervoer dat tien, twaalf, misschien wel zestien keer per uur rijdt, stokt het proces. Dat wordt de uitdaging voor het Amsterdamse openbaar vervoer.

Zij mijden het openbaar vervoer

Michela de Simone (31)

Visagiste
"Ik ga bijna elke dag met de auto, want ik moet voor mijn werk veel dingen meenemen. Toen ik geen auto had, ging ik wel met het openbaar vervoer, maar dan sta je in de spits en is er ­niemand die opschuift. Het is gewoon te druk. Iedereen heeft haast en duwt zich erin of duwt zich eruit. Ik word bijna omvergelopen. Het gaat gewoon niet."

Michela de Simone (31) Beeld Carly Wollaert

Rémy van der Hoort (44)
Sportleraar
"In de stad fiets ik meestal, af en toe neem ik de auto. Soms neem ik de trein. Dat gaat nog wel. Waarom zou je in de stad tijdens de spits met het openbaar vervoer gaan? De bus hier is echt vreselijk. Als ik eerlijk ben, vind ik ook niet dat die ­buschauffeurs goed kunnen rijden. Van dat geschok word ik heel onrustig."

Rémy van der Hoort (44) Beeld Carly Wollaert

Marijke van der Meulen (47)
Baliemedewerkster
"Ik ga zelden met het openbaar vervoer. Ook niet als het regent. Ik doe gewoon een regenpak aan en stap op de fiets. Ik woon in het centrum, dus voor mij gaat het meestal sneller met de fiets dan met het openbaar ­vervoer."

Marijke van der Meulen (47) Beeld Carly Wollaert

Jilbert Ebrahimi (24)
Technical consultant
"Het liefst ga ik niet met het openbaar vervoer. De ­meeste trams zijn altijd bomvol.
Ik gebruik nu een leaseauto van mijn werk, omdat ik zo de stad uit moet om te ­fotograferen."

Jilbert Ebrahimi (24) Beeld Carly Wollaert

Hoe hoort het eigenlijk?

Je zit allemaal in hetzelfde schuitje en niemand om je heen kan er iets aan doen dat die tram zo vol zit. Maar hoe dichter op elkaar, hoe ergerlijker je medereiziger wordt. 'Doe je rugzak dus af.'

Daar zit je dan in een overvolle tram, halverwege twee uitgangen, met een volle tas in je hand en je basklarinet op je rug. Als je pas opstaat als de tram op jouw halte arriveert, ben je te laat. Maar je een halte eerder al richting een deur dringen is ook onhandig. Dan wordt het vooral drukker bij de deuren, precies daar waar het altijd al het drukst en onprettigst is.

Het is spannend en soms ronduit onplezierig, zoveel mensen op je lip.
Etiquettedeskundige Beatrijs Ritsema weet het ook niet goed. Zij zou iets eerder richting uitgang stiefelen. "Als je vriendelijk bent en gewoon zegt: zou ik er even langs mogen, dan is er niet veel aan de hand."

Uitgesproken etiquetteregels voor overbevolkt openbaar vervoer zijn er niet, zegt Ritsema. Hoewel ze na nadenken toch twee regels weet waaraan on­zekere reizigers misschien enig houvast kunnen hebben.

"Rugzakken, dat vind ik wel een punt. Als je in een propvolle tram staat en de persoon naast je heeft een rugzak die dan gewoon op de rug wordt gehouden. Het gebeurt, dat kan ik u verzekeren. Dat stoot maar tegen je aan. Niet uit kwade bedoelingen, maar omdat je je met een tas op je rug niet helemaal bewust bent van de ruimte die dat inneemt. Hou die dus in je hand, naast je benen."

En kinderen die in een volle tram of bus een hele stoel in beslag nemen. Níet de bedoeling, zegt Ritsema. "Een kind van 6 zit thuis ook weleens op schoot, dus die kan dat in het ov ook best even doen, als anderen daardoor kunnen zitten."

En eten in een volle metro of veel te hard in je telefoon praten, terwijl je als haringen in tram 26 zit? "Tja, dat eerste mag gewoon niet, dus dat heeft met etiquette verder niet zo veel te maken. En hard pratende mensen kunnen storend zijn, maar ik vind het, de enkele keer dat ik niet per fiets reis, eigenlijk altijd wel interessant."

89 zitplaatsen in dubbeldeksbus

Bijna twee keer zoveel reizigers passen er in de nieuwe dubbeldeksbussen die Connexxion met ingang van komende week inzet tussen Amsterdam en Haarlem. ­Terwijl de maximumcapaciteit voor een reguliere bus tussen de 44 en de 52 ligt ­(afhankelijk van meereizende rolstoelers), in de nieuwe, hoge bussen kan het vervoerbedrijf wel 89 mensen kwijt.

"En allemaal zitplaatsen," zegt Eric Bavelaar van Connexxion. "Het is een luxeproduct. Vooral bedoeld om veel reizigers over een iets langere afstand te vervoeren. We stoppen weinig, want in- en uitstappen neemt meer tijd in beslag, en op sommige stukken kan 100 kilometer per uur worden gereden. Noem het de intercity onder het busvervoer."

De dubbeldekkers rijden naar de zuidwestelijke flank van de stad en doen daar het VUmc en station Zuid aan. "Echt de binnenstad in zou ook best kunnen, maar op dit moment hebben we alleen deze voor deze lijn gekozen," zegt Bavelaar. "Er is één ingewikkeld punt, als de bus op de trambaan onder het VUmc door moet.

Daar hangt de bovenleiding nét iets lager. We passen eronderdoor, maar als het warm is. kunnen de ­leidingen gaan hangen en is de afstand tussen het dak en de lijnen iets kleiner dan de marges voorschrijven. We willen de bovenleiding iets strakker aanspannen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden