Opinie

‘Stadsmannen, ga eens wat vaker aan de kant voor een ander’

Al eeuwen nemen mannen op straat de ruimte, en geven vrouwen ze die ook. ­Journalist Daan Borrel stelt dat de coronatijd het ultieme moment is om dit patroon te doorbreken.

In deze tijd moeten we ruimte voor onszelf en de ander maken. Beeld Hollandse Hoogte / Flip Franssen

Het was, zoals ze dat dan mooi noemen, een markerings­moment geweest. Op een donderdagavond volgden een vriendin en ik een les bij Eastbound Gym, onze boksschool. Het is een vrij geëmancipeerde boksschool, in de zin dat vrouwen er evenveel aandacht krijgen onder het trainen als mannen, er ook enkele vrouwelijke leraren zijn, er zo heel af en toe muziek wordt gedraaid van óf vrouwelijke artiesten óf waarin vrouwen niet het lijdend seksueel voorwerp zijn, en het aandeel vrouwelijke leerlingen (schat ik) er toch wel richting de 40 procent gaat. Maar tijdens de les op die donderdagavond waren er minder vrouwelijke leerlingen. Er waren vrijwel alleen mannen aanwezig.

Tijdens een les kickboksen voer je als duo steeds een aantal oefeningen uit met elkaar waardoor je gezamenlijk wat door de zaal beweegt. Mijn vriendin en ik kwamen deze les vrijwel niet aan die oefeningen toe doordat we constant uit de weg ‘moesten’ voor de bewegende duo’s om ons heen. Het was te druk, zeiden we eerst nog. Maar pas daarna viel ons iets anders op: het waren enkel de mannelijke duo’s die nooit opzij gingen voor ons. Zij manoeuvreerden zich zonder oog voor hun omgeving door de zaal, terwijl wij daar als natte pap omheen laveerden. Anders gezegd: zij namen ruimte, wij gaven ze die.

De keuring

Sinds die les zie ik dit overal gebeuren in de publieke ruimte. Onder feministen is het een bekend fenomeen: mannen nemen ruimte, vrouwen geven die, en die eerste partij heeft het niet eens door. Ik weet dat journalist en intersectioneel feminist Hasna El Maroudi er een kunst van maakt om op straat níet aan de kant te gaan voor mannen. Net zoals dat zij hen blijft aankijken. Want ook dit is een bekend en alledaags patroon: de man kijkt, de vrouw wordt bekeken. Zij slaat haar ogen neer – klaar voor de ‘keuring’; is ze aantrekkelijk genoeg of niet?

Het zijn kleine bewegingen – je ogen neerslaan of terugkijken, een stap opzij doen of niet – maar het kleine staat altijd in contact met het grote. Als jij doorgaans niet de partij bent die keurt, afstapt in plaats van doorfietst, ruimte maakt in plaats van neemt, dan zou het best weleens kunnen dat je ook minder vaak een orgasme hebt dan je mannelijke bedpartners. Dat je je opoffert om (ongezien) de onbetaalde zorg voor ouders/kinderen/huishouden op je te nemen. Dat je niet hetzelfde betaald krijgt als een mannelijke collega.

Mooie grachtenpanden

In deze coronatijd is er iets bijzonders aan de hand: we moeten ruimte voor onszelf en de ander maken. In de publieke ruimte zijn we daardoor constant in een soort dans verwikkeld: als jij naar rechts stapt, ga ik naar links. We moeten meer dan ooit bewust communiceren. Dat heb ik tot nu toe als iets bijzonders ervaren: ik voelde de afgelopen weken veel onderlinge verbinding met andere Amsterdammers. Ook omdat de stad weer van ‘ons’ was. En er was eindelijk ruimte om naar de mooie grachtenpanden te kijken, naar de bomen, naar elkaar.

Maar anders dan in een dorp, en zeker nu de regels zijn versoepeld, is de ruimte in een stad nog steeds beperkt. We moeten voor elkaar aan de kant gaan, rekening houden met elkaar. Alleen: dat doet niet iedereen evenredig. Het lijkt soms een beetje op een kickboksles in de openbare ruimte.

Ik zie het gebeuren als ik door de supermarkt struin, als ik mijn dagelijkse rondje loop door mijn buurt, ik zie het gebeuren in het park, op de stoep, in de drogisterij en in de rij voor de koffietent: de (meeste) mannen lopen (onbewust) stoïcijns door, terwijl de (meeste) vrouwen (onbewust) plaatsmaken. In haar column in de Volkskrant viel het Sheila Sitalsing ook al op dat met de versoepelingen het gevecht om de openbare ruimte in haar Den Haag is begonnen – een gevecht waar de overheid zich niet mee bemoeit. Dat die openbare ruimte niet ‘van ons allemaal’ is, zoals ‘blijmoedige planologen en beleidsmedewerkers’ ons weleens willen laten geloven, weten vrouwen allang. ‘We zijn allemaal weleens weggekeken, lastiggevallen of erger, op straten en pleinen die verdomme ook van ons zijn,’ schrijft Sitalsing.

Puntensysteem

Dit stuk is niet om te zeuren, het is zelfs niet boos bedoeld, ik voel me ook geen slachtoffer (meer), het is slechts een constatering én een oproep: laten we met z’n allen een spel spelen op de schaarse momenten dat we ons huis uit gaan. Het doel is met zoveel mogelijk punten weer thuis te komen. Mannen: jullie halen een punt voor elke keer dat je aan de kant gaat voor een ander. Vrouwen: jullie verdienen een punt als je een blik op je gezicht tovert die zegt ‘maak ruimte voor mij’.

De winnaar krijgt een kus.

Daan Borrel. Journalist, gespecialiseerd in seksualiteit.Beeld Simon Warmer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden