Stadsgezichten: Depot Scheepvaartmuseum

Op donderdag 1 december gaat 's avonds het Marineterrein open voor een rondgang over het etablissement en voor een debat over de toekomst ervan. De belangstelling hiervoor blijkt overweldigend, om verschillende redenen.

De meest betrokken aanmelders blijken de mensen die vroeger zelf op het terrein hebben gewerkt, of die als kind van een Marine-man ooit eens mee mochten, en er sindsdien nooit meer zijn geweest. Ook geïnteresseerden die hun jeugd op de Kattenburgerstraat hebben gesleten of buren die nu op de Oostelijke Eilanden wonen en nu eindelijk het immer gesloten gebied eens op mogen, blijken benieuwd naar een mogelijk openbaar Marineterrein.

Voor die laatste groep heeft tien jaar geleden de bouw van het Depot van het Nederlands Scheepvaartmuseum ook al een verandering van het uitzicht teweeg gebracht. Achter de monumentale muur die de Kattenburgerstraat scheidt van het Marinecomplex, verrees in 2001 het titanium volume. Destijds werd in Het Parool al een discussie gevoerd over dit gebouw. Journaliste Marina de Vries prees het Depot 'omdat het de stad smoel gaf', Walther Schoonenberg antwoordde dat het juist de oude stad is die die functie vervult en dat het Depot een pretentieuze modegril zal blijken.

Feit is dat zowel het Depot, net als het gehele Marinecomplex, door het gesloten karakter de nieuwsgierigheid is blijven prikkelen. Het heeft iets geheimzinnigs. Het zijn de schatkamers van het Nederlands Scheepvaartmuseum waar museale stukken worden bewaard en waar restauratiewerkzaamheden plaatsvinden. Nautische kostbaarheden liggen er verborgen voor licht en lucht, in een constante luchtvochtigheid en temperatuur.

Vanwege die eisen is het gebouw grotendeels gesloten, naar binnen gekeerd en gerealiseerd volgens het 'doos-in-doos'-principe. Dat principe werkt als volgt: in een betonnen doos van twee lagen zijn de gehele opslag en een aantal werkplaatsen ondergebracht. Een stalen doos die daaromheen is gezet bevat alle installaties en bijbehorende leidingen. Omdat het depot niet toegankelijk is voor publiek, kon een locatie binnen de muren van het streng beveiligde marineterrein naast het Scheepvaartmuseum worden benut. Het 90 meter lange gebouw is geheel bekleed met titanium, een duurzaam materiaal dat maakt dat het gebouw bij veranderende licht- en weersomstandigheden telkens een andere aanblik biedt. (ARCAM/Maaike Behm)

Architect:
Dok architecten
Projectteam: L. van der Pol, J. Roeten, A. Maschiach, G. van Beers
Opdrachtgever:
Rijksgebouwendienst Noord-West, Haarlem
Oplevering: 2001
Foto's:
Jan Derwig, Arjen Schmitz, Nienhuis

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden