Plus

Stadsecoloog Melchers eert grondlegger 'meneer Walters'

Als eerbetoon aan zijn overleden leermeester Jacobus Walters heeft stadsecoloog Martin Melchers een bloemlezing uit diens unieke natuurdagboeken gemaakt. 'Voor de vogelaars die hem kenden.'

Martin Melchers (r) en Jacobus Walters, in 1979Beeld Collectie Martin Melchers

In 2009 overleed Jacobus Walters - of 'meneer Walters', zoals Martin Melchers zijn leermeester altijd is blijven noemen - op 83-jarige leeftijd.

"Zijn broer, met wie hij samenwoonde, was enkele jaren daarvoor gestorven. Daarna ging het minder met hem. Hij werd wat excentriek en was er eigenlijk wel klaar mee. We hebben hem begraven op Sint Barbara. In een kartonnen kist, zoals hij had aangegeven. Dat is raar hoor. We hadden het idee dat we met een bouwpakket van Ikea over de begraafplaats liepen."

Zeven jaar later ligt er bij Melchers thuis op tafel een stoeptegel van een boek met een bloemlezing uit de omvangrijke natuurdagboeken die Walters zijn leerling naliet. Uitgegeven in eigen beheer, in een oplage van tweehonderdvijftig exemplaren. "Ik voelde me schatplichtig," zegt Melchers over zijn initiatief.

"Als stadsecoloog heb ik veel aandacht gekregen en hij is onbekend gebleven. Ik was de eerste stadsecoloog met kennis van de wilde natuur, maar meneer Walters was de grondlegger van het veldwerk. Ik heb het vak van hem geleerd."

Imponerende man
De eerste kennismaking had plaats in de jaren vijftig, op het opgespoten bouwland rond de Sloterplas. Melchers: "Ik liep daar als kleine jongen graag te struinen. Ik zocht nesten en haalde eieren uit. Dat had voor mij iets magisch - het vinden van een nest is een geheim dat je ontdekt. Het bracht me in contact met de natuur."

En met meneer Walters, die bij die eerste ontmoeting tegen de elfjarige Martin zei dat deze onmiddellijk moest opkrassen omdat hij de broedende vogels verstoorde.

Melchers: "Ik zei: maar ik heb allemaal nesten gevonden. Dus hij weer: laat maar eens zien dan." De twee kwamen elkaar vaker tegen en vonden elkaar in hun liefde voor de natuur. "Meneer Walters was een imponerende man," vertelt Melchers.

"Groot, trots en uitgerust met het hoofd van een professor. Hij sprak met een licht autoritaire stem. En ging altijd keurig gekleed in driedelig pak. 's Zomers onder een regenjas, in de winter met een dikke wollen jas. En maar gegevens verzamelen: vogels vangen, vogels ringen, wegen en meten. Ik mocht schrijven."

Met het verstrijken van de jaren leerde Melchers Walters beter kennen. "Hij was wat ze zo mooi een private person noemen. Meneer Walters vertelde weinig over zichzelf. Hij werkte als chef inkoop bij de papierfabriek van Van Gelder en had daar de leiding over een grote afdeling, dus hij was maatschappelijk zeker niet onhandig."

"Hij verdiende goed geld en heeft op zijn vijftigste ontslag genomen om zich volledig aan de natuurstudie te wijden. Dat was zijn passie. Op jonge leeftijd schrijft hij al ergens in zijn dagboek: 'opdat een leven niet nutteloos verloren gaat.' Natuurstudie gaf zijn leven zin."

Walters was autodidact, maar bereikte in zijn liefhebberij een uitzonderlijk hoog niveau.

"Hij heeft tientallen wetenschappelijke artikelen geschreven en zelfs bijdragen mogen leveren aan het Duitse standaardwerk Handbuch der Vögel Mitteleuropas. Dat is wat hoor, daar staat alles in wat er te weten valt. Walters was de grote deskundige op het gebied van de strandplevier en de bontbekplevier. Ik durf te stellen dat hij op enig moment de man op aarde was die het meest wist van deze beesten."

Schets uit het Plevieren-dagboek (1965) van Jacobus WaltersBeeld -

Als ondersteunend bewijs voor deze stelling haalt Melchers een multomap tevoorschijn met de resultaten van het plevierenonderzoek van Walters uit 1953. Een eindeloze hoeveelheid metingen en waarnemingen, in keurig handschrift.

Melchers: "Over de gekste dingen. Walters keek bijvoorbeeld ook naar huwelijkstrouw en overspeligheid op het nest. Dat hield hij allemaal bij. Dus een paartje plevieren vliegt samen naar Afrika, keert terug in het voorjaar en gaat verdomme gewoon weer samen op dat nest bij de Lelylaan zitten. Pure magie en hij stelde het vast."

De multomap maakt deel uit van de zestien dozen met natuurdagboeken die Melchers na het overlijden van Walters in zijn bezit kreeg: bij elkaar meer dan twintigduizend pagina's, geschreven en getekend tussen 1942 en 2003. "Ik heb ze allemaal gelezen. Achter elkaar, avond na avond."

"Moeder Natuur heeft een handje geholpen, want ik ben niet zo van het binnen zitten, maar we hadden een waardeloze herfst en waardeloze winter. Het was best een klus; het was geen Hans Warren die achter de duindoorn seksuele handelingen verrichte en daarna weer de kijker pakte."

Indrukwekkende verzameling
Ondanks het weinig smeuïge karakter van de teksten leerde Melchers zijn leermeester via diens natuurdagboeken beter kennen.

"Uit zijn dagboeken weet ik dat hij zelf eieren raapte voor zijn verzameling. Allemaal eieren waarvan je denkt: nou, nou. Van de dodaars, bijvoorbeeld, en de porseleinhoen. Ik haalde als kwajongen ook nesten uit, maar op een gegeven moment vond ik dat niet meer kunnen."

"Walters bleek thuis een indrukwekkende verzameling te hebben aangelegd. Die is later naar Naturalis in Leiden gegaan. Daar waren ze natuurlijk blij mee."

Een andere ontdekking was de stiekeme adoptie van een jonge bontbekplevier. "Walters vond een nest met drie jongen. Het plensde van de regen en hij zag geen ouders in de buurt. Hij nam ze mee."

"Twee stierven dezelfde nacht, de derde bleef in leven. 'Karel de kleine plevier' is een jaar bij Walters thuis gebleven, en groot geworden op een dieet van tubifex, een soort wormpje, en meelwormen. In het voorjaar heeft Walters hem weer uitgezet in de natuur. Hij beschrijft hoe hij hem opgooit en Karel ziet wegvliegen. Dat moet voor die kinderloze man toch een groots moment zijn geweest."

Trouwen deed Walters nooit. Melchers weet van twee verliefdheden, een op jonge leeftijd en een op latere leeftijd, maar daarover werden verder geen mededelingen gedaan.

"Hij leefde thuis als een monnik, met zijn boeken en zijn muziek. Hij ging naar de kerk omdat hij het ritueel mooi vond, maar hij geloofde er niks van. Toch mocht ik er ook niet mee spotten. Mijn houding in geloofszaken is: spot het vooral de grond in. Als je veel tijd in de natuur doorbrengt, leer je namelijk al snel dat het geloof onzin is."

Uit de omvangrijke nalatenschap van Jacobus Walters: luciferdoorsjes met botjes van vogels en kleine dieren uit de stadBeeld Collectie Martin Melchers

De leerling bleef zijn leermeester opzoeken, ook toen deze in de laatste jaren van zijn leven ernstig in de versukkeling raakte. "Ik heb het hele traject meegemaakt, van verzorgingshuis naar verpleeghuis en uiteindelijk de dood," zegt Melchers.

"Zwaar? Ik wilde hem niet laten vallen. Ik ben ooit begonnen in de gezondheidszorg en heb er geen moeite mee om een kont af te vegen. Ik volg de wetten van de aarde. Een mens wordt geboren, leeft en wordt ouder, en op een gegeven moment tuimel je over de horizon."

Na-oorlogse stadsnatuur
Over zijn wetenschappelijke nalatenschap hebben de twee niet gesproken. "Hij wilde een advertentie in De Telegraaf en een kist van karton. Het was aan mij om te beslissen wat ik met zijn werk wilde doen."

"Ik denk eerlijk gezegd niet dat hij erg enthousiast zou zijn geweest over het boek. Voor hem hoefde dat niet. Maar ik wilde een mooi monument maken voor mijn leermeester. Voor de vogelaars die hem gekend hebben. Het komt ook niet in de winkel, het moet vooral geen commercieel ding worden."

Nu het boek er is, gaat het werk van Walters naar het Stadsarchief. Bij elkaar geven de natuurdagboeken een bijzonder tijdsbeeld van de natuur binnen de uitbreidingsplannen van de stad van na de oorlog.

Melchers: "Ik ben van 1944 en behoor tot de generatie van mazzelaars. We groeiden op in het paradijs. De stad had toegankelijke natuur, in een hoeveelheid die we nooit meer zullen krijgen. Van Buitenveldert, Slotervaart en Nieuwendam tot het Westelijk Havengebied. En wij mochten daar gewoon rondstruinen."

Voor meer informatie: martmelchers@gmail.com.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden