Plus

Staatssecretaris Barbara Visser: 'Ik zag hoe het is geen vrijheid te hebben'

Als kind zat Barbara Visser (41) plots midden in de Joegoslavische burgeroorlog. Het bepaalde hoe de VVD-staatssecretaris van Defensie aankijkt tegen vrijheid, migratie en oorlogsvoering. 'Ik hoorde er niet meer bij. Werd buiten de groep geplaatst.'

Barbara Visser: 'Politiek kun je alleen doen als je het vol overgave doet'Beeld Koen Verheijden

'Het is voor mij bijzonder om uitgerekend op het ministerie van Defensie aan de slag te gaan. Omdat ik weet dat vrede en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn. Ik ben geboren in Kroatië. Mijn moeder is Kroatisch, mijn vader Nederlands. Toen ik drie was - ik ben enig kind - verhuisden we naar Nederland.

"Bij de start van de burgeroorlog in 1991 was ik er, met mijn ouders. Ik was toen 13, 14 jaar, denk ik. Dat was een heel rare situatie. We waren al op weg naar huis en reden naar mijn tante, die in Zagreb woont. Maar de bergweg waar we overheen moesten, stond ineens helemaal vast.

"Er kwam een Nederlandse auto naar beneden en de bestuurder zei: er wordt beneden geschoten, jullie moeten hier weg."

"Mijn ouders zijn gelukkig niet van het type dat snel in paniek raakt. Mijn moeder zei meteen dat ik mijn mond moest houden. Ik spreek met een heel regionaal accent, dus als ik zou praten, zouden de Serviërs meteen hebben geweten waar ik vandaan kom. En ik wist het verschil niet eens."

"Net voor de zomervakantie had ik op school een meisje iets horen zeggen over Serviërs en Kroaten. Ik had géén idee waar het over ging en vroeg aan mijn moeder: mama, wat is het verschil tussen een Serviër en een Kroaat?"

"Ik was opgevoed met Joegoslavië. Ik wist niet beter. In de file stonden ook veel Nederlanders, dus we hebben hen gewaarschuwd en zijn teruggereden. Alle hoofdwegen waren afgesloten, overal stonden gewapende mannen met uniformen met het Servische symbool uit de Tweede Wereldoorlog."

"Dat was bizar. Ze scandeerden anti-Kroatische leuzen. Het kwam heel bedreigend over. Na een hele dag rijden zijn we toch bij mijn tante aangekomen. Twee dagen later waren we weer thuis in Nederland."

Boerderij achterlaten
"Het is geen traumatische herinnering, wel een levendige. Het was voor het eerst dat ik werd aangesproken op mijn achtergrond en dat daar een conclusie aan werd verbonden - op een negatieve manier."

"Ik hoorde er niet meer bij. Werd buiten de groep geplaatst. Ik besefte dat zoiets kennelijk zomaar kan gebeuren. Ik denk dat het voor mijn ouders en vooral voor mijn moeder het pijnlijkst was. Een heel verdrietige tijd."

Beeld uit Kroatië van Barbara VisserBeeld Privé archief

"Er waren geen mobieltjes natuurlijk, dus mijn moeder heeft lang niet geweten hoe het met haar familie was. We wisten dat op mijn geboortegrond de huizen in brand werden gestoken en dat het met de mensen die achterbleven niet goed afliep, zeg maar. Die zijn niet levend uit de oorlog gekomen."

"Als je weet dat ook jouw dorp bezet wordt, is je eerste vraag: zijn ze gevlucht? Dat gaat over je eigen opa en oma, je eigen ooms en tantes. Het is heel gek als je niet weet waar je familie is."

"Mijn opa was vroeger gastarbeider in Duitsland en Nederland en van het geld dat hij daar verdiende, had hij naast de boerderij een tweede huis gekocht in Šibenik, dat tijdens de oorlog niet bezet was door de Serviërs."

"Ze hadden de mazzel dat ze daar naartoe konden vluchten; al lag die stad ook bijna dagelijks onder vuur. Dat betekende wel dat ze de boerderij op het platteland in de buurt van Šibenik moesten achter­laten toen de Serviërs dat gebied innamen."

Veerkracht meegekregen
"Het is niet zo dat ik mijn familie al die jaren niet heb gezien. We zijn ook ín de oorlog elk jaar op bezoek gegaan. De bruggen waren allemaal kapotgeschoten, dus de eerste jaren moesten we over pontons en met veerboten, maar we gingen."

"Als ik het nu zo vertel zeg, denk je ook echt: nou knétter! Maar je wilt je familie zien. En als dan langs een weggetje de lantaarnpalen kapot waren, wisten we: hier zitten sluipschutters. Toch heb ik me nooit onveilig gevoeld. Gek hè?"

"Zeker is dat vrijheid voor mij écht betekenis heeft. Ik gebruik het woord niet te pas en te onpas: het heeft waarde. Ik heb gezien hoe het is om géén vrijheid te hebben. Als je bang moet zijn om je huis te verliezen of überhaupt je leven, dan heb je het besef dat je alles in één klap kwijt kunt raken..."

"Het heeft ook een andere kant, een rare maar mooie kant: mijn opa en oma zijn na de oorlog weer teruggegaan naar de boerderij en hebben alles weer opgebouwd - ze waren toen al in de zestig en begonnen compleet opnieuw."

"Terwijl alles uitgebrand was, overal mijnen lagen. Het besef dat je daar weer van terug kunt komen, ook al is de shit nog zo erg. Ik hoop dat ik van mijn opa en oma ook die veerkracht heb meegekregen. En gelukkig is mijn familie de oorlog relatief ongeschonden doorgekomen."

"Het doet wel wat met je als je je vrienden kwijtraakt, of je buren. Mijn familie had Servische buren die ze sinds de oorlog letterlijk nooit meer hebben gezien. Ik zou ze graag nog eens willen spreken."

"Om te vragen hoe dat toch kan. Dat je de ene dag nog beste vrienden bent, dat je samen eet, naar het strand gaat, 's avonds een borrel drinkt, en een dag later heel gekke dingen doet. Dat gebeurt dus écht."

"Dat gevoel van buitengesloten worden heb ik in Nederland nooit ervaren. Als mensen wisten waar ik was geboren, werd er positief op gereageerd. Nieuwsgierig ook. Maar ik zag bij de vluchtelingencrisis in 2015 dat de emoties hier hoog opliepen. Het ging van 'iedereen is welkom' tot 'rot op'."

"Ik snap de zorgen wel. Ik zag zelf de grote vluchtelingenstromen op de Balkan toen ook. Mensen die via de Balkanroute massaal de grens overgingen, door dorpen liepen. Ik snap dan wel dat je aan de regering vraagt: doe er wat aan. Mensen in Europa voelden zich niet meer veilig in hun eigen straat."

"Gelukkig was dat in Nederland anders. Wij zijn hier altijd in staat geweest mensen niet op straat of in stations te laten slapen, maar gewoon te huisvesten. Ook onder moeilijke omstandigheden."

"Daarbij zijn we altijd realistisch geweest: alleen echte vluchtelingen die onze bescherming nodig hebben en niet de mensen die in Afrika op de boot stappen op zoek naar de beste voorzieningen en een beter bestaan."

Iets terugdoen
"Toen ik nog Kamerlid was, ben ik in Calais geweest. Veel migranten probeerden naar Engeland te komen. Daar hebben ze een ander systeem waardoor je gebruik kunt maken van gezondheidszorg, huisvesting en je kunt er zonder vergunning werken. Eerder die dag hadden ze nog een Vietnamees gezin bevroren uit een koelvrachtwagen gehaald. Ik begrijp dat niet."

"Als je al in een veilig land bent, waarom wil je dan naar een ander land? Tijdens de oorlog zeiden ook veel mensen tegen mijn ouders dat ze vast hun familie uit Kroatië naar Nederland wilden halen. Misschien had mijn moeder dat diep in haar hart wel gewild, maar mijn familie wilde dat helemaal niet."

De oma van Barbara Visser bij haar verwoeste boerderijBeeld Privé archief

"Mijn ouders stuurden mij in Nederland naar een streng-christelijke basisschool. Ze dachten dat ik discipline nodig had. Ik vond van niet. Maar ik heb er met veel plezier gezeten hoor."

"Na mijn studie bedrijfskunde ging ik aan de slag bij de Fiod (Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, red.). Op een gegeven moment dacht ik: ik kan 60 uur per week blijven werken, maar ik wil ook graag iets terugdoen. Omdat ik vind dat ik in Nederland veel kansen heb gekregen."

"Het is te negatief om te zeggen dat ik het gevoel had dat ik een schuld moest inlossen. Misschien komt het ook door de nare ervaringen van mijn familie: dat je je realiseert dat het ineens weg kan zijn. Dat je íéts moet doen. Ik stemde altijd VVD. Liberaal, vrijheid, geen overheidsbemoeienis."

"Mijn directeur zei: misschien moet jij de politiek in. Toen ben ik de gemeentepolitiek ingerold."

Mee in een F-16
"Ik vind werken leuk. Politiek kun je alleen doen als je het vol overgave doet. Hard werken zit ook in mijn karakter en in mijn familie. Toen ik 12 was, kreeg ik een gulden zakgeld. Als ik meer wilde, kon ik toch ook gewoon werken?"

"Ik heb geen partner. Wéér die vrijheid, haha. Waarom moet je je altijd verantwoorden als je single bent? Als ik me wil ontspannen, ga ik autorijden. Maakt eigenlijk niet uit waarheen. Naar het strand of iets."

"Ik hou van snelheid. Ik heb mee mogen vliegen in een F-16 - als staatssecretaris van Defensie een voorrecht. Het toppunt van snelheid. De vraag van iedereen is dan: ga je kotsen of niet. Het kotszakje lag op mijn schoot. Gelukkig heb ik 'm niet nodig gehad."

"Ik hou ook erg van voetbal. Ik ben voor Feyenoord. Ik probeer wel altijd naar AZ-Feyenoord te gaan, dat is dicht bij mijn huis in Zaandam. En ik ben een paar keer naar Ajax-Feyenoord geweest, in het Ajaxvak, mee met een vriend met een seizoenskaart."

"Nou, dan hoor je wel alle scheldwoorden om je heen. Toen scoorde Ajax en stond iedereen met zijn handen in de lucht behalve ik. Later scoorde Feyenoord maar toen, durfde ik niet te juichen."

"Of mijn familie in Kroatië trots op me is nu ik staatssecretaris ben? Nou... Daar is het geen pre als je politicus bent. Ik moet vooral uitleggen waarom ik in de politiek zit. Het wordt in Kroatië geassocieerd met gedoe en corruptie. Er was daar zelfs een premier die is veroordeeld tot gevangenisstraf."

"Maar ik denk dat ze wel trots zijn hoor. Tuurlijk."

Bij defensie is 'veel werk aan de winkel'

Staatssecretaris Barbara Visser van Defensie kwam de afgelopen weken vooral negatief in het nieuws. Binnen defensie laat de sociale veiligheid te wensen over, concludeerde een commissie deze week. Wie misstanden meldt, moet dat vaak bekopen, terwijl pesters worden beschermd. "Er is werk aan de winkel," stelde Visser toen.

Een week eerder waren er klachten over 'kartonnen' helmen, de week dáárvoor bleek de landmacht militairen aanvankelijk zonder winterjas naar Noorwegen te willen sturen.

"Dat vind ik natuurlijk jammer, want het gaat om onze mensen," zegt Visser. "Maar vergelijk het met een huis waar 25 jaar in is gewoond, maar dat nooit is onderhouden. Nu moet je het huis verbouwen, terwijl de mensen er nog in wonen. Dan kun je niet alles tegelijk doen. En 1,5 miljard euro extra is heel veel, maar er is heel veel nodig."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden