Sri Karso: de superkok van de Bijlmerdreef

Javaans Nederland eert vandaag in Zuidoost eethuiseigenaar Sri Karso als rolmodel. Haar bakabana met pindasaus is een bestseller.

Sri Karso: 'De eerste avond had ik zeven klanten.'Beeld Dingena Mol

Ze heeft wel eens iets anders geprobeerd. Een paar maanden in een winkel met fournituren, een paar maanden in de kledingreparatie. Maar elke keer keerde ze toch weer terug naar het fornuis om te doen wat ze nu eenmaal het beste kan: koken.

'Ook uit praktische overwegingen hoor,' zegt Sri Karso, officieel Srie A Karso. 'Wij hadden het thuis niet breed. Als je in een restaurant werkt, heb je elke dag een bordje eten. En als er 's avonds nog wat overblijft, heb je ook eten voor je kinderen.'

Die kinderen zijn nu volwassen en werken met hun moeder in Padjak de Smeltkroes, het Javaans-Surinaamse eethuis dat Karso (59) tien jaar geleden begon aan de Bijlmerdreef. Het is morgen ook de plaats van handeling van een bijeenkomst van de organisatie Javaans-Indische Diaspora, waarbij de eigenares in het zonnetje wordt gezet als succesvol ondernemer en rolmodel voor de gemeenschap. 'Ik heb altijd hard gewerkt,' zegt ze zelf. 'Sorry dat ik het zeg, maar Javanen kunnen erg lui zijn.'

Bakabana is bestseller
De Smeltkroes heeft een goede reputatie, mede dankzij een lovende recensie van wijlen Johannes van Dam, die de eenvoud en authenticiteit van de gerechten prees. 'De traditionele Javaanse keuken werkt met weinig toevoegingen,' legt Karso uit. 'Laos, salamblad, zout, suiker, uien en knoflook: daar moet je het mee doen. Geen aroma dit of aroma dat, zoals je tegenwoordig overal ziet. Ik kook eigenlijk precies zoals mijn oma dat in Suriname deed.' En dat wordt gewaardeerd, getuige de dagelijkse drukte, met de bakabana met pindasaus als bestseller.

Het was geen hartstocht die Karso naar de keuken dreef, maar een weinig betrouwbare oom. Vanuit hun dorpje in het district Saramacca stuurde haar vader haar meisje op negenjarige leeftijd naar zijn broer in Paramaribo. 'Het plan was dat ik naar de modevakschool zou gaan. Maar mijn oom bracht mij elke middag naar een warong van een vriend om in de keuken te werken. Eenvoudig werk: kip hakken, groenten schoonmaken. Mijn vader wist van niets. Ik mocht hem niets vertellen en deed dat ook niet. Zo was die tijd: als je niet luisterde als kind, kreeg je een klap met de bezem.'

Uitgehuwelijkt
Op dertienjarige leeftijd werd de jonge keukenprinses door dezelfde oom uitgehuwelijkt, en een jaar later kreeg ze haar eerste kind. 'Ik heb het nog een beetje kunnen bijsturen. Mijn oom had een man voor mij op het oog. Ik vroeg of ik zelf iemand mocht kiezen. Dat mocht, als het binnen zes maanden zou lukken. Ik ben toen getrouwd met een man die ik kende uit de warong. Hij was 23 jaar.' Het huwelijk hield vier jaar stand en bracht drie kinderen voort. 'Ik schaam me er niet voor. Zo was die tijd nu eenmaal.'

Na de onafhankelijkheid verhuisde Karso met haar kinderen naar Nederland. Aanvankelijk woonde het gezin in Den Haag, in de jaren negentig kwam ze naar de Bijlmer.

Trootsteloze plek
'Ik heb altijd voor anderen gewerkt. Het nadeel was dat als de zaak een paar weken sloot voor vakantie, ik niets verdiende. Toen ik een keer de catering had verzorgd voor een feest, vroeg de eigenaar van de zaal waar mijn toko zat. Hij was stomverbaasd dat ik geen eigen zaak had, zo lekker vond hij mijn eten.'

De eigenaar was ook de uitbater van de kantine in een bedrijfsgebouw aan de Bijlmerdreef, een tamelijk troosteloze plek waar de werknemers neerstreken voor een broodje kaas en een kop soep. 'Hij heeft me overtuigd van de mogelijkheden en zich ook financieel garant gesteld. Dat was nodig, want de bank wilde me niets lenen. We zijn in februari 2004 begonnen, precies tien jaar geleden. De eerste avond had ik zeven klanten. Ik was vreselijk bezorgd: hoe ga ik mijn huur betalen? Maar daarna is het gaan lopen, en niet meer stil geworden.'

Dankbaar
Het succes wordt volgens goede Surinaamse traditie met anderen gedeeld. Karso: 'We maken alle gerechten elke dag vers. Als ik 's avonds eten overhoud, bel ik de Afrikaanse kerk aan de overkant om te vragen of die mensen nog iets nodig hebben. Zij geven het door aan asielzoekers of illegalen.'

Karso telt haar zegeningen en dat zijn er veel: 'Ik ben gezond en heb alles wat ik nodig heb. Mijn grootouders zijn als contractarbeiders van Java naar Suriname gekomen. Ik ben dankbaar dat zij die stap hebben gezet. Als zij dat niet hadden gedaan, had ik hier niet gezeten.'

Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden