Plus

Speuren naar Bredero: beroemd, maar ook pijnlijk onbekend

Beroemd en pijnlijk onbekend: dat is Bredero, die donderdag 400 jaar geleden stierf. Op zoek naar sporen van de toneelschrijver en dichter tijdens een stadswandeling met een kenner.

Waar nu The Amsterdam Dungeon is, stond een kapel waar Bredero in 1618 werd begraven. Beeld Tammy van Nerum

"Je moet je eerst bedenken dat op de plek waar we nu staan water was," zegt literair historicus René van Stipriaan in de Spuistraat, bij de kruising met de Wijdesteeg. Tijdens een rondleiding door het Amsterdam uit de tijd van Bredero blijkt al snel dat je vooral veel verbeeldingskracht nodig hebt.

Een Brederokenner aan je zijde in de vorm van Van Stipriaan scheelt natuurlijk ook: van zijn hand verscheen deze week De Hartenjager, een boek waarin Van Stipriaan het leven van Bredero beschrijft in een snel veranderend Amsterdam.

In de tijd dat de schrijver leefde, eind zestiende eeuw, was de stad nog bijzonder klein vergeleken met nu. In zijn jonge jaren kon Bredero (1585-1618) binnen vijf minuten van de ene naar de andere rand van de stad wandelen, van het Singel naar de Kloveniersburgwal.

"Heb je je ooit afgevraagd waarom hier zo'n open ruimte is?" vraagt Van Stipriaan even verderop, aan de andere kant van de Wijdesteeg bij de plek waar nu twee keer per week de postzegelmarkt wordt gehouden.

De grootvader van Bredero werkte hier in de houtindustrie. De open plek in het stratenplan is ontstaan doordat hier eind zestiende eeuw de boomstammen lagen opgestapeld.

Daarna loopt Van Stipriaan via de Kalverstraat - waar door de slagers ooit de koeien en kalveren werden geslacht - naar de Nes. Voor nummer 41, een drielaags pand dat in 1917 is opgetrokken en waar nu een restaurant zit, staat hij stil.

Als je zo met Van Stipriaan door het centrum rondloopt, zie je pas dat de stad vol aanwijzingen zit van hoe het hier ten tijde van Bredero was. En toch is hier in de Nes niets concreets dat herinnert aan de gebeurtenis in de winter van 1585, toen hij hier als Gerbrand Adriaenszoon Bredero op 16 maart geboren werd.

In die tijd stond hier nog een minuscuul huis. Een benedenverdieping met daarop een zolder, veel meer was het niet. Het huis is te zien in de Hermitage, waar een schilderij hangt waarop is afgebeeld hoe honderden Amsterdammers in 1592 zich in de Nes verzamelen om een loterijtrekking bij te wonen. Achter het podium waar de trekking plaatsvindt, in het licht van een fakkel, staat het huis afgebeeld waar Bredero werd geboren en opgroeide.

"Als je goed kijkt, is er in het raam van dat huis een schim te ontdekken. Bredero was toen zeven jaar en het is aanlokkelijk om te denken dat hij dat is, die alles ziet wat er gebeurt in de stad."

Weinig details
De Hartenjager is geen biografie geworden, daarvoor zijn er te weinig details bekend over het leven van de legendarische Amsterdammer. Wat we wel weten: Bredero werd geboren in het jaar dat Antwerpen viel en de grote immigratiestroom naar Amsterdam op gang kwam.

De autochtone Amsterdammers vormden een snel slinkende minderheid. De compacte havenstad groeide uit tot handelsmetropool. Tijdens het korte leven van Bredero (hij overleed al op 33-jarige leeftijd) werd overal in de stad gebouwd.

Aan de oostkant werden eilanden aangeplempt, aan de westkant ontstond de grachtengordel. Vanuit de nieuwe havens voer de VOC naar Azië. Door de bloeiende economie kwam ook de cultuur tot leven.

Nes 41, op de plek van restaurant Van Kerkwijk stond Bredero's geboortehuis. Beeld Tammy van Nerum

Amsterdam schudde het provinciale van zich af en werd de stad van onbegrensde mogelijkheden. Pieter Corneliszoon Hooft, Joost van den Vondel en Gerbrand Adriaenszoon Bredero werden de beroemdste schrijvers van die tijd.

Alleen: Vondel heeft zijn eigen statige park. P.C. Hooft zijn chique straat. En Bredero? Die kreeg in 1890 een vrij onopvallende woonstraat in West naar zich vernoemd: de Brederodestraat.

Speuren
In de binnenstad, waar Bredero rondliep, is het speuren naar de aanwezigheid van de schrijver. Het enige beeld met zijn naam op de sokkel betreft niet hem, maar geeft de hoofdrolspeler Jerolimo uit zijn veelgeprezen literaire klassieker de Spaanschen Brabander weer, die een poging doet een prostituee te kussen. Het staat wat weggestopt op een parkeerplaats bij de Nieuwmarkt.

Op het Nesplein, bij het pand van warenhuis Hudson's Bay, is wel een gevelsteen te ontdekken met zijn naam en zijn lijfspreuk 't Kan verkeren - dat is dus alleen niet de plek waar hij is geboren.

Even verderop, op de Oudezijds Voorburgwal, wijst Van Stipriaan op een verzakt pand met op het raam de tekst 'Bredero's Café' dat wordt overschreeuwd door de grote rode letters van Pancakes & Burgers op de gevel en de geplakte woorden Breakfast, Lunch, Dinner op het raam.

Toen Van Stipriaan laatst eens naar binnenliep betaalde hij 3,80 euro voor een glaasje Spa. "Het is niet de literaire ontmoetingsplek die je verwacht," zegt Van Stipriaan. "Maar Amsterdam gaat nu eenmaal een beetje slordig om met zijn literaire helden."

Verbeeldingskracht heb je dus nodig. Bekend zijn met het werk van Bredero helpt daarbij, maar veel aandacht voor het oeuvre van meer dan dertigduizend versregels die hij heeft achtergelaten, is er niet.

'Bredero is nog altijd beroemd, maar ook pijnlijk onbekend,' schrijft Van Stipriaan in zijn boek. De Spaanschen Brabander is al dertig jaar niet meer opgevoerd, terwijl volgens Van Stipriaan iedere grote acteur toch de rol van de rijke edelman Jerolimo zou moeten willen spelen.

Onbedaarlijk grappig
Bredero is donderdag 400 jaar dood en de hele week staat hij in de belangstelling. Er zijn bijeenkomsten, lezingen en tentoonstellingen. Het volgende moment dat hij waarschijnlijk weer aandacht zal krijgen is in 2035, wanneer het 450 jaar geleden is dat hij werd geboren.

"De roem van Bredero deint al jaren mee op de Nederlandse herdenkingscultuur," zegt Van Stipriaan. "Het lijkt wel of we hem alleen maar herdenken om er daarna weer een paar jaar van af te zijn."

Aangekomen op de Oude Turfmarkt vertelt Van Stipriaan dat Bredero zijn geld verdiende door te schilderen, in het atelier van kunstschilder François Badens op nummer 129. Met dichten viel weinig te verdienen.

Pas in 1610, op 25-jarige leeftijd, treedt Bredero naar buiten als toneelschrijver. "Het niveau is vanaf het begin af aan zo hoog dat het jaren oefening verraadt," zegt Van Stipriaan. "Al snel valt het op. Zijn werk is wat ongepolijst. Menselijk, sterk gericht op het publiek. Het is ook onbedaarlijk grappig. De afgelopen jaren kwam ik regelmatig niet meer bij van het lachen."

Bredero's Café op de Oudezijds Voorburgwal, de plek waar Bredero van 1602 tot 1618 woonde. Beeld Tammy van Nerum

Van Stipriaan trekt graag de vergelijking met Shakespeare. Net zoals bij hem zijn veel details over het leven van Bredero onbekend. Ze spreken beiden de taal van het volk, maar hebben de mindset van de elite. En pas na hun dood is er echte waardering.

Alleen: de wereldwijd bekende Shakespeare schreef zijn meesterwerken pas na zijn 33ste. Bredero was toen al dood. Wat hij had kunnen bereiken, met het Nederlands op dat moment als de prestigieuze taal van de grootse handelsnatie, is gissen.

Van Stipriaan steekt de weg over en loopt naar Rokin 78. Op die plek stond in 1618 de kapel waar Bredero werd begraven. Bredero staat vooral bekend vanwege de luchtigheid in zijn werk, maar zijn tijdgenoten suggereren een verbitterd levenseinde. In zijn boek trekt Van Stipriaan de conclusie dat hij vermoedelijk zelfmoord pleegde, nadat een vrouw zijn hart had gebroken door met een rivaal te trouwen.

Het graf van Bredero is lang geleden geruimd. In de snel veranderde stad is op die plek tegenwoordig toeristen­attractie The Amsterdam Dungeon gevestigd. Donderdag wordt daar, geheel in lijn met de traditie van herdenken, een nieuwe gedenksteen onthuld. Daarmee wordt de schrijver iets zichtbaarder in het straatbeeld.

Op de Oude Turfmarkt zat Bredero's atelier. Beeld Tammy van Nerum

Echt tot leven komt Bredero daarmee niet: daarvoor kun je beter in zijn werk duiken. In de acht jaar voor zijn dood schreef Bredero dertien toneelstukken, zo'n tweehonderd liederen en gedichten en flink wat gelegenheidswerk.

In vierhonderd jaar is Amsterdam enorm veranderd, maar het werk van Bredero is tijdloos, schrijft Van Stipriaan.

"Het is opvallend hoe modern Bredero aandoet en lijkt te passen bij onze tijd van onstuimige vernieuwing, en alle fricties die daarbij horen. Het is niet moeilijk bij hem passages te vinden over economische vluchtelingen, nepnieuws, globalisering, mensenhandel, de geseksualiseerde samenleving, gedwongen huwelijken, immigranten die worden aangetrokken door de autoriteiten, speculatie, ongelijkheid van seksen, obesitas, ontkerkelijking, het belang van netwerken, overlastgevende toeristen of seksueel machtsmisbruik."

Waar nu The Amsterdam Dungeon is, stond een kapel waar Bredero in 1618 werd begraven. Beeld Tammy van Nerum

Wie was Bredero?

Gerbrand Adriaenszoon Bredero werd geboren op 16 maart 1585 in Amsterdam. Hij verdiende geld als schilder, maar van zijn kunst is niets bewaard gebleven. Toen hij op 25-jarige leeftijd naar buiten trad als schrijver, werd hij al snel populair onder zijn stadgenoten. Sinds eind van de negentiende eeuw wordt hij door de neerlandici beschouwd als een van de grootste volksdichters van onze literatuur.

Uit zijn komische oeuvre ontstond het beeld dat Bredero een vrijbuiter was die weinig deed, behalve dronken worden in de herberg en zich overgeven aan hevige verliefdheden. Dat is niet helemaal juist, zegt literair historicus René van Stipriaan. "Als je ziet hoeveel hij in korte tijd heeft geproduceerd, wordt duidelijk hoe serieus hij zijn werk nam, en hoe hard hij gewerkt heeft."

Tijdens het leven van Bredero verandert Amsterdam in een wereldstad. Het snedige, wereldwijze, hardhandige en zelfbewuste van het nieuwe Amsterdam krijgt in het werk van Bredero een stem. Bredero omarmde de veranderingen volgens Van Stipriaan. Hij noemt hem 'de eerste Amsterdammer nieuwe stijl', die de Amsterdamse branie had die nu nog steeds wordt gekoesterd. Zijn werken zijn ook onvervalst Amsterdams.

Wie niets van hem heeft gelezen, kan volgens Van Stipriaan het best beginnen met De klucht van de koe. "Dat is Bredero op zijn best. Geraffineerd en onweerstaanbaar grappig. Laat je niet afschrikken door de taal. Dat lijkt moeilijk, maar als je het hardop voorleest valt het wel mee."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden