Plus

Spelenderwijs leren op voorschool: belangrijk, maar vaak te duur

Op Voorschool Huizinga in Nieuw-West zaten eerst vier groepen peuters. Nu zijn het er nog drie. En dan doet deze voorschool van Impuls het nog goed, want elders haakten veel meer ouders af, door geldzorgen.

Anja Haages, leidster op de Voorschool Huizinga, speelt met kinderen uit haar groep Beeld Dingena Mol

Soumia Bouchengour kan in vijf talen 'mama, komt zo' zeggen. In het Portugees, Turks, Arabisch, Nederlands en het Engels. Dat is handig, want de kinderen in de voorschoolgroep spreken niet allemaal Nederlands. Horen ze even iets in hun eigen taal, dan voelen ze zich veilig.

Bouchengour is al achttien jaar pedagogisch medewerker en doet niets liever dan twee- tot vierjarigen leren praten, tellen en hun jas ophangen. Toen ze begon sprak de helft van de kinderen op peuterspeelzalen geen woord Nederlands, nu is dat ongeveer drie op de zestien. Nodig is het nog steeds. "Veel moeders in deze buurt zijn thuis met de kinderen. Tot ze 2,5 jaar zijn komen deze kinderen dus niet met officiële opvang in aanraking."

Negen kinderen zijn er op vrijdagmiddag. Ze leren van een leidster de namen van de plastic etenswaren in een doos. Ze mogen even televisie kijken en daarna gaan ze dansen op muziek van Kinderen voor Kinderen.

Het ruime klas­lokaal naast de Huizingaschool heeft een eigen schoolplein met huisjes en speeltoestellen. Naast de echte keuken staat een speelkeuken, in de toiletruimte zitten piepkleine wc'tjes en laaghangende wastafeltjes.

Merkbaar effect
Op een gemiddelde voorschooldag gaat het een stuk minder schools toe dan de naam doet vermoeden. Er is een vast ritme en er zijn thema's, maar het gaat om 'spelend leren', benadrukt Bouchengour. Zo hadden ze laatst het thema dieren, waarna de kinderen zelf een dieren­ziekenhuisje maakten en al spelend de namen van dieren leerden.

Over het effect van de voorschool is lang gediscussieerd. Ruben Fukkink, bijzonder hoog­leraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam, zette grote vraagtekens bij het nut.

Maar onderzoek van onder meer het Kohn­stamm Instituut laat zien dat er inmiddels wel degelijk van een positief effect sprake is: peuters met een taalachterstand halen veel in als het gaat om woordenschat en concentratie.

75%

Een jaar geleden ging 85 procent van de doelgroep-kinderen in de stad naar een voorschool, nu is dat nog maar 75 procent.

Over het afschaffen van de gratis voorschool heeft Bouchengour zich zorgen gemaakt.

Niet voor niets, want ze ziet de ouders afhaken. En dat terwijl zij en haar collega's persoonlijk tientallen ouders hebben opgebeld om ze ervan te overtuigen hun kind op de voorschool te houden.

Ze heeft ze individueel geholpen met het aanvragen van toeslagen en stadspassenen en heeft hen op het hart gedrukt in elk geval te laten berekenen wat het gaat kosten. "Sommige ouders haakten al af toen ze zagen dat het niet meer gratis was."

Ze begrijpt het wel. Zo was er een moeder van drie die ineens 90 euro per maand kwijt zou zijn. Dat gaat gewoon niet met het budget dat ze heeft.

22

Gezinnen die tot 120 procent van het minimum-inkomen verdienen, zijn 22 euro per kind per maand kwijt.

Aanvankelijk was het ook het idee dat peuters uit armere en rijkere gezinnen elkaar tegen zouden komen op de voorschool, omdat alle kinderen, ongeacht afkomst, er nu recht op hebben. Dat is nauwelijks gelukt.

Grote verschillen
De peuters die er nog wel zitten, leren in de kring te blijven, een schaar te gebruiken, hun jas op te hangen, wachten, ruilen, delen en spelenderwijs Nederlands praten. Vaardigheden waar ze wat aan hebben als ze straks in een klas van 25 of 30 kleuters zitten en de juf geen tijd meer heeft om ze die alsnog bij te brengen.

Bouchengour: "Bij de kleuters moet je veel zelfstandig kunnen." Ze hoort van kleuterjuffen dat de verschillen tussen de voorschoolkinderen en niet-voorschoolkinderen enorm is.

Nu helpt een jongetje de was opvouwen. Een meisje ruimt vast wat stoelen op om ruimte te maken om te gaan dansen. En om vijf voor twee zingen ze liedjes. Zo gaat de molen en Met de vingertjes. De eerste moeders staan dan alweer voor de deur.

Tijdelijke hulp

Ondernemer Duncan Stutterheim, oprichter van evenementenbedrijf ID&T, heeft dertien gezinnen van de Flevoparkvoorschool aangeboden hun kosten voor zijn rekening te nemen nadat hij begin dit jaar had gehoord dat velen anders hun kind van de voorschool zouden halen.

"Ik heb gezegd dat ik het twee jaar doe. Het ging vooral om mensen voor wie de overgang naar een betaalde voorschool als een verrassing kwam. Maar ik kan het niet blijven doen, want mensen moeten niet afhankelijk zijn van particulieren."

Ouders aan het woord

Zehra Bengisu (36) heeft een dochter van drie op de voorschool in Nieuw-West en is docent pedagogiek op het ROC van Amsterdam. "Mijn dochter verveelt zich als ze veel thuis is. Ze gaat vijf dagdelen per week. Soms krijg ik commentaar van moeders uit de buurt: is het niet te veel voor het kind? Nee denk ik dan, ze leert hier ontzettend veel."

Toch snapt ze ook dat ouders hun kind nu thuis houden. "Ons gezin kan het opbrengen, maar er zijn genoeg ouders voor wie ook een relatief klein bedrag per maand te veel is. Dat is zonde, want juist voor kinderen uit andere culturen is het echt belangrijk om naar de voorschool te gaan."

Desmond Agyei (42) heeft een zoon van 8 die veel baat heeft gehad bij de voorschool. Als hij hem daar ophaalde, was het altijd druk. Zijn tweede zoon zit nu op een voorschool in Zuidoost. Daar is het een stuk rustiger geworden. Ook is hij nu vijftig euro per maand kwijt aan kosten. "Ik ben de kostwinner en ik heb vier kinderen, dan is 50 euro veel geld."

Het frustrerende is dat als je net iets meer dan het minimuminkomen verdient, je ook een stuk minder toeslag krijgt. Agyei piekert er niet over zijn zoon van de voorschool te halen, maar het is wel een opgave. "Mijn zoontje vraagt in de vakantie al: papa, wanneer mag ik weer naar school? Ik doe het voor hem, maar ik hoop wel dat het wat minder duur wordt."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden