Plus PS

Spaarndammerbuurt: van volkswijk tot 'Wassenaar in West'

Van een volksbuurt naar een 'Wassenaar in West': de Spaarndammerbuurt maakt, onder meer door dure nieuwbouw in de Houthavens, een fikse transformatie door. Niet iedereen is blij met de veranderingen, constateert buurtbewoner Michiel Couzy.

Eetcafé Walvis Beeld Niels Blekemolen

Angelique van der Storm (69) is geboren en getogen in de Spaarndammerbuurt. Ze woont vierhoog aan het Zaandammerplein en van de een op de andere dag zag ze het woongebouw Pontsteiger boven de daken van de overburen uitsteken. Het voelde als een overval. "Ik keek altijd naar de toppen van de bomen en ineens was het daar."

Het is ook niet zomaar een gebouw. Pontsteiger moet het 90 meter hoge icoon worden van de nieuwe wijk in de voormalige Houthavens, op de kop van de Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt. Het bevat een behoorlijk aantal miljoenenappartementen en het penthouse is zelfs het duurste huis van Amsterdam. Ondernemer Won Yip kocht dit paradepaardje voor vijftien miljoen euro en als hij zijn best doet, kijkt hij van grote hoogte zo naar binnen, in de sociale huurwoning van Van der Storm.

De buurt heeft al een bijnaam gevonden voor Pontsteiger: het schijthuis. Hiermee verwijzen de Spaarndammerbuurters naar de bijzondere vorm van het gebouw en geven ze ook blijk van de nodige scepsis over de ontwikkelingen aan het IJ. De nieuwe wijk, niet voor niets door de buurtkrant al uitgeroepen tot het 'Wassenaar in West', zal bestaan uit een klein deel sociale huur, maar vooral uit woningen van vijf ton of veel meer - soms van meer dan een miljoen euro.

Karin Berends, 59, geboren in Spaarndammerdijk en Gerrie, 85, geboren in Noord, woont nu 57 jaar in de Spaarndammerstraat Beeld Niels Blekemolen

Daarmee steken de nieuwe bewoners van de Houthavens schril af tegen de rest van de buurt; 37 procent van de inwoners behoort tot de lagere inkomens. "Dit is altijd een volksbuurt geweest," zegt Van der Storm. "Maar dat karakter verandert snel."

Koffietentje
De veranderingen in de buurt heb ik met eigen ogen kunnen waarnemen. Twaalf jaar geleden trokken we als een van de eerste kopers naar de Spaarndammerbuurt, vanwege de diversiteit, de centrale ligging en omdat huizen hier nog betaalbaar waren.

Ons huis was opgebouwd uit twee voormalige sociale huurwoningen, die waren samengetrokken en opgeknapt. 'Yuppenwoningen', zo werden onze huizen sindsdien genoemd door buurtbewoners, die kennelijk dol zijn op bijnamen voor huizen. De vorige bewoners, de huurders, gingen de buurt uit.

In de loop der jaren streken hier meer kopers neer. In het kielzog van deze, meer kapitaalkrachtige, bewoners, verandert de wijk. In 2005, toen wij ons huis kochten, telde de Spaarndammerstraat twee cafés en een volkskoffiehuis. Een van de cafés, bij ons aan de overkant, ging al snel dicht na een schietpartij, waar wij overigens doorheen sliepen. Bij het andere café stonden de rollators voor de deur - ook niet aantrekkelijk.

Natuurlijk hoopten wij op meer; een koffietentje zou leuk zijn of een buurtrestaurant. In elk geval een bakker.

En zie nu. Twaalf jaar later herbergt de Spaarndammerstraat zeker vijftien horecazaken, van een veganistisch restaurant tot de Pizzabakkers, van een publiekstrekker als Walvis tot een tapasbar. En de bakker is ook gekomen; de Amsterdamse keten Bbrood heeft een zaak geopend, met een groot aanbod speltbrood.

Om het beeld compleet te maken: onlangs heeft miljonair Reinout Oerlemans voor veel geld drie winkelpanden gekocht en de ondernemers uitgekocht, onder wie de slager. Kennelijk valt hier veel geld te verdienen. De Spaarndammerstraat als investeringsobject, wie had dat ooit gedacht? Wij zien de straat meer leven dan twaalf jaar geleden en op mooie zomeravonden kun je zelfs zeggen dat het hier bruist, dankzij de volle terrassen.

Winkeliers die hier al langer zitten, zijn blij met de ontwikkelingen. "Goed voor de handel," zegt Miranda Schouten (35) van de bloemenwinkel. "Toen ik hier tien jaar geleden begon, had ik het zwaar. Nu gaat het veel beter, onder meer doordat hier meer deftige mensen zijn komen wonen."

'Moord-en-brandbuurt'
Buurtbewoonster Van der Storm kijkt anders aan tegen de ontwikkelingen. Ze profiteert nauwelijks van de veranderingen. "Ik heb maar een AOW'tje. Ik kom graag in de nieuwe cafés, maar kan die niet betalen. Dat geldt voor meer mensen."

Ze is een paar honderd meter verderop geboren, in de Houtrijkstraat. De buurt voelde als een dorp, zegt ze. De mensen kenden elkaar, hadden alles voor elkaar over. "Ik heb een paar jaar in Slotermeer gewoond, maar kon daar niet aarden. Ik ben snel teruggekeerd. Het mooie aan deze buurt is dat we dicht bij het centrum zitten, maar dat je wel door de spoortunnel moet om hier te komen. Daardoor hield de wijk altijd een eigen karakter."

Dat karakter was niet onomstreden. De Spaarndammerstraat en omgeving stond lang bekend als de 'moord-en-brandbuurt', met veel criminaliteit, armoede en verval. Is dat 'eigen karakter' geen valse romantiek naar een tijd die nooit bestond? Van der Storm vindt van niet. "De woningen zijn hier lang verwaarloosd geweest. We zien nu dat veel is opgeknapt. Het Zaandammerplein, hier voor mijn deur, ligt er prachtig bij. Maar de paupers zijn systematisch uit de buurt verwijderd."

Ingewikkeld gedoe
Nieuwe mensen komen daarvoor in de plaats, zegt ze. Jonge mensen, tweeverdieners. De buurt voelt hierdoor minder en minder als de hare. "Die mensen werken keihard. Dat moet ook wel, anders kunnen ze die dure woningen niet betalen." Probleem is dat ze door dat harde werken nauwelijks tijd over houden om contact te maken met hun buren.

"Het buurtgevoel neemt af," zegt Van der Storm. "Ik neem het de mensen niet kwalijk, het is van deze tijd. Maar de balans raakt zoek. Mijn moeder is hier geboren, net als ik, mijn kinderen, mijn kleinzoon. Maar ik ben bang dat mijn kleinzoon hier geen woning meer kan betalen."

Graal Longinecu, 64 jaar Beeld Niels Blekemolen
De spoortunnel, aan het begin van de straat, vormde meer dan honderd jaar een barrière tussen de Spaarndammerbuurt en de rest van de stad. Eetcafé Walvis heeft die barrière voor een belangrijk deel geslecht Beeld Niels Blekemolen

Te midden van alle veranderingen, staat het Volkskoffiehuis al zeventig jaar overeind op de hoek van de Spaarndammerstraat, als baken van de oude tijd.

Eigenaar Marja Vrolijk (60) zet koffie voor haar vaste klanten: gewoon, zwart of met melk - geen latte macchiato of ander ingewikkeld gedoe. "Hier komen nog de oude Spaarndammerbuurters. Ze drinken hun kopje koffie, lezen hun krantje."

Ze kijkt uit op de Houthavens, waar de kranen werken aan de nieuwe wijk. Toen de houtbedrijven hier nog zaten, verzamelden de mannen uit de buurt zich ­'s ochtends vroeg in het koffiehuis. De voormannen kwamen vervolgens binnen om de werklui te selecteren die deze dag aan de slag konden. De rest bleef hangen. "Een gezellige tijd," aldus Vrolijk.

Op elkaar letten
De houtbedrijven aan de overkant zijn allang vertrokken, net als een groot deel van haar klandizie, die woonde in de sociale huurhuizen. Langzamerhand worden die omgezet in koopwoningen. "Ome Piet woont hier niet meer," zegt Vrolijk. "Die zit nu in Purmerend of Almere."

Vrolijk woonde lang in een klein woninkje achter het koffiehuis, maar dat was op een gegeven moment geen doen meer. Ze is verhuisd naar Koog aan de Zaan. "Ik ga geen 1200 euro huur betalen voor een huis uit 1920."

Van de nieuwe bewoners van de koophuizen heeft ze weinig verwachtingen. "Als ik in de winter om zeven uur 's avonds rondkijk in deze straat, zijn de lichten nog uit. De mensen zijn dan nog aan het werk. Vroeger kwam de arbeider om vijf uur thuis en dronk hier nog een bakkie." Ze kijkt me aan. "Ik heb jou hier ook niet gezien de afgelopen twaalf jaar."

De buurt is er in sommige opzichten op vooruitgegaan, zegt Vrolijk. Overlast van hangjongeren bijvoorbeeld, die is afgenomen. Dat wil niet zeggen dat de buurt leuker is geworden. Bewoners leven langs elkaar heen, constateert ze. "Mensen letten hier vroeger altijd op elkaar. Maar laatst was hier iemand gevonden die al veertien dagen dood in huis lag. Mensen kijken niet meer naar elkaar om."

Dennis Kaandorp, bedrijfsleider van trendy eetcafé Walvis Beeld Niels Blekemolen

De veranderingen in de Spaarndammerstraat volgen het vaste patroon van gentrificatie: de wetenschappelijke term voor transformaties van volkswijken tot populaire buurten. Eerst worden huurhuizen omgezet in koopwoningen, dan komen de eerste tweeverdieners. Het horeca- en winkelaanbod schikt zich naar de wensen van de nieuwe, koopkrachtige bewoners. Precies zoals ook is gebeurd in bijvoorbeeld de Javastraat, Czaar Peterstraat en Jan Evertsenstraat.

Vliegwiel
Dat oorspronkelijke bewoners de veranderingen niet altijd kunnen waarderen, past in het beeld. Gentrificatie is een proces van uitsluiting, zegt wetenschapper Cody Hochstenbach. De stedelijk geograaf aan de UvA heeft veel onderzoek gedaan naar dit fenomeen.

In het begin kunnen bewoners de opwaardering van hun buurt nog wel waarderen. Die zorgt voor energie en gezelligheid in de straat: nieuwe winkels, cafés, terrassen.

Brasserie Van Noordt Beeld Niels Blekemolen

Maar in dit proces zit ook een omslagpunt, waarna het voor de oorspronkelijke bewoners minder aangenaam wordt. Door de toegenomen populariteit stijgen de huren, de huizenprijzen, de prijzen in de winkels en op de terrassen. Hierdoor kunnen alleen de duurdere winkels overleven. Buurtzaken gaan ten onder, ondernemers worden uitgekocht door investeerders. Woningen zijn onbetaalbaar geworden.

De smaak van de hogere inkomens krijgt de overhand. Gentrificatie is een vliegwiel; als de boel eenmaal in gang is gezet, komen krachten los die het proces versnellen en het resultaat valt altijd uit in het voordeel van de nieuwkomers. "En dan kan het gebeuren dat oorspronkelijke bewoners hun thuisgevoel kwijtraken," aldus Hochstenbach.

In de Spaarndammerstraat gaan de veranderingen nog sneller vanwege de goud­omrande belofte van de Houthavens, waardoor het aanbod nog minder aansluit op de meerderheid van de buurtbewoners. Uit de meest recente cijfers van Bureau Onderzoek, Informatie en Statistiek blijkt dat meer dan een derde van de Spaarndammerbuurt minder dan 18.100 euro per jaar te besteden heeft. Het gemiddelde besteedbare inkomen van de buurt bedraagt 26.500 euro per jaar, in heel Amsterdam is dat 31.800 euro.

Gentrificatie of niet, de Spaarndammerbuurt loopt in inkomen nog altijd achter op de rest van de stad en scoort ook slechter dan bijvoorbeeld de Kolenkitbuurt, Slotervaart of Tuindorp. De meesten zitten helemaal niet te wachten op speltbrood en tapas.

Vervreemding
Het is een gek fenomeen. De oorspronkelijke bewoners klagen over de tweeverdieners die de buurt overnemen, maar uit cijfers blijkt dat dit best meevalt: de lagere inkomens zijn nog altijd in de meerderheid. Deze klachten zijn niet zozeer gebaseerd op feiten, maar komen voort uit een gevoel. En dat gevoel is vervreemding, zegt buurtdominee Jurjen de Bruijne (30). Hij is verbonden aan Hebron, de christelijke gemeenschap in de buurt.

De Bruijne is opgegroeid in Nijverdal, woonde in Rotterdam, Kampen en Wageningen en kwam in 2015 naar de Spaarndammerbuurt. "Ik was meteen verliefd. Deze buurt voelt als een dwarsdoorsnede van de Nederlandse samenleving. De diversiteit is groot."

Hebron bestaat uit een grote, gemeenschappelijke ruimte, met een orgel, dat het overigens niet doet. Ook is een kapelletje ingericht voor mensen die willen bidden of even rust en stilte zoeken. Naast de zondagse diensten is Hebron vooral gericht op buurtbewoners - christelijk of niet.

Marja Vrolijk, eigenaar van het Volkskoffiehuis: 'Hier komen nog de oude Spaarndammerbuurters. Ze drinken hun kopje koffie, lezen hun krantje' Beeld Niels Blekemolen

De geloofsgemeenschap is actief met buurtmaaltijden, huiswerkbegeleiding, vrouwenochtenden en bezoekjes bij de mensen thuis. De sociale problemen zijn groot, zegt De Bruijne. "Eenzaamheid is het grootste probleem. Ik kom regelmatig bij mensen over de vloer die al heel lang niemand hebben gezien."

Hij constateert dat de verschillende groepen in de straat - de nieuwe versus de oude bewoners - niet mengen. Oud zet zich af tegen nieuw. En het helpt niet dat het aanbod van winkels en horeca in de straat zich vooral richt op nieuw.

"Dit zet een psychologisch proces in werking: als mensen zien dat anderen het zich wel kunnen veroorloven om in een nieuw restaurant te eten en zij niet, leidt dat tot vervreemding en onvrede. Dan komt het gevoel naar boven dat je niet meer welkom bent in je eigen straat, dat de stad er niet meer voor jou is."

De nieuwe wijk Houthavens maakt de segregatie zichtbaar. "Nieuwe bewoners krijgen wel de mogelijkheid om aan het IJ te wonen, maar de mensen die hier al zitten, niet. Het doet iets met het gevoel hier in de wijk als de een in een prachtig, nieuw huis kan wonen en de ander achterblijft in een woning die maar niet wordt opgeknapt. Ik maak mij veel zorgen om deze ontwikkeling."

Horecabolwerk
Dennis Kaandorp deelt deze zorg. Hij is bedrijfsleider van Walvis, een trendy eetcafé dat vijf jaar geleden opende. Kaandorp woont in De Pijp, een wijk die zich de afgelopen jaren razendsnel transformeerde tot horecabolwerk, en waar veel bewoners klagen over de drukte. "Ik woon daar met plezier, maar hoop stiekem dat het met de Spaarndammerstraat niet dezelfde kant opgaat."

Bij ons thuis valt onze tijd in de Spaarndammerstraat uiteen in het tijdperk vóór Walvis en het tijdperk daarna. Walvis speelt in onze ogen een sleutelrol in de transformatie van de buurt. Voordien kende de Spaarndammerstraat geen publiekstrekkers en zagen we elke avond jongeren de straat uitfietsen op zoek naar iets leukers in het centrum. Na de opening van Walvis komen jongeren juist de straat ín, om plaats te nemen op het terras.

"In het begin hebben we hard moeten werken om mensen hier naartoe te krijgen," zegt Kaandorp. "Het kon niet gek genoeg zijn; pubquiz, spelletjes, stoelendans op zondag, Ajax op een groot scherm. Toenmalig eigenaar Arjan Teerink heeft hier een grote rol in gespeeld."

In het Domela Nieuwenhuisplantsoen Beeld Niels Blekemolen

De spoortunnel, aan het begin van de straat, vormde al meer dan honderd jaar een barrière tussen de Spaarndammerbuurt en de rest van de stad. Walvis heeft die barrière voor een belangrijk deel geslecht. "Al komt dat ook door de Houthavens. Daar zijn nieuwe, creatieve bedrijven naartoe gegaan. Hun medewerkers fietsen door de straat en komen hier op vrijdagmiddag borrelen."

Kaandorp ziet ook de tweedeling in de buurt en begrijpt dat veel oorspronkelijke bewoners de nieuwe horeca argwanend bekijken. "Ik hoop echt dat ze bij ons naar binnen stappen. We willen graag een buurtcafé zijn, niet te hip. En zo duur is het hier ook weer niet."

De opmars van de horeca zal tegen een grens aanlopen, verwacht hij. "De beste plekken in de straat, op de hoeken, zijn bezet. De straat verandert, maar ik denk toch dat de ontwikkelingen niet zo snel zullen gaan als in De Pijp. Daar is de Spaarndammerbuurt niet sexy genoeg voor. De spoortunnel zal altijd een muur vormen. Eerst was die een drempel, nu fungeert die als beschermingswal tegen al te snelle ontwikkelingen."

Elkaar leren waarderen
De ontwikkelingen zijn, aldus Hochstenbach, een gevolg van keuzes die de gemeente maakt. Door te kiezen voor minder sociale huur bijvoorbeeld. Eenmaal in gang gezet, is het proces moeilijk te stuiten, zegt hij. Als de gemeente wijken als de Spaarndammerbuurt gemengd wil houden, is het belangrijk dat de sociale huurwoningen blijven.

En dan is het zaak dat oude en nieuwe bewoners elkaar leren waarderen. Buurtdominee De Bruijne beschouwt het als zijn roeping om te zorgen voor deze verbinding in de straat. Dat kan gaan via gedeelde voorzieningen, en die zijn er nog altijd. De bibliotheek in de straat zou verdwijnen, maar blijft toch.

Buurthuis Volta trekt mensen van alle rangen en standen, en sociale onderneming Freud, een van de eerste restaurants in de straat, biedt werk aan mensen met een psychiatrische achtergrond of een verslavingsverleden. Buurtsupermarkt Spar moest de deuren sluiten in verband met de te hoge huur, maar op die plek is Jumbo gekomen, die in trek is bij arm en rijk, en waar mensen uit de wijk werken.

Verbinding moet vooral komen uit de gemeenschap, zegt De Bruijne. "Dat kan door kleine dingen, door mensen die bereid zijn iets van zichzelf te geven, een keer bij de buurvrouw aanbellen. Dat ze meer doen dan alleen 'hoi' zeggen. Op veel dagen ben ik pessimistisch, maar dan ineens, als ik goed kijk, zie ik iets. Een teken van verbinding. Soms."

Buurtdominee Jurjen de Bruijne Beeld Niels Blekemolen
Uitzicht op het dure woongebouw Pontsteiger, door de buurt al omgedoopt tot 'het schijthuis' Beeld Niels Blekemolen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden