Plus

Souperen volgens Theodor Holman: 'Feestmaal in de nacht'

Bij sterke runder-bouillon met sherry praten over politiek. Theodor Holmans lofzang op souperen.

'Het geeft de nacht extra allure, het onderstreept een gevoel van vrijheid.'Beeld Jip van den Toorn

Als de voorstelling rond half elf, elf uur in de Stadsschouwburg was afgelopen, belde mijn vader ons op vanuit het 'Américain'.

Of we kwamen.

Mijn broer en ik liepen dan naar het Leidseplein, of namen de 2 als die er toevallig aankwam, en dan schoven we aan.

We gingen souperen.

Ik ging naast oma zitten, mijn broer naast mijn vader. Moeder zat achterstevoren om te zien of de acteurs al binnenkwamen.

"Ja hoor... daar is Henk van Ulsen. En Han Bentz van den Berg is er ook. En
Guus Oster..."

Mijn vader keek alleen op als hij de naam van een vrouw hoorde. Ik heb hem droefgeestig naar Sylvia de Leur en Marijke Merckens zien kijken.

Souperen - 's avonds eten - ik vond en vind het 't gezelligste wat ik ken.
We kregen eerst een sterke runderbouillon. Oma kieperde daar altijd haar sherry in, en deed dan een paar lepels van haar bouillon in mijn kop van hotelzilver. M'n moeder zag het toch niet, en als ze het al had gezien, vond ze het niet erg.

Daarna kregen we een flinke hors-d'oeuvre. Ik herinner me een Russisch ei, sardines, asperges met ham eromheen, een zalmschelpje en iets wat, meen ik, een Waldorfsalade heette.

Het kan best zijn dat we maar één van die gerechten kregen, maar zo heb ik het niet onthouden. Ik zie een grote tafel voor me, met al die heerlijkheden. Het leek in harmonie met de jugendstil-inrichting van het hotel. En maar praten over de toneelstukken en de politiek.

Ordinair vergapen
Maar mijn ouders stierven en het souperen verdween. Er waren nauwelijks restaurants in Amsterdam waar je 's avonds nog wat kon krijgen. Na afloop van een concert in het Concertgebouw gingen we weleens naar Keyzer kroketjes eten, maar daar moest je ook om half één weg.

Of we bezochten De Fles om 's avonds nog wat oesters te slobberen met lekkere witte wijn. Maar souperen werd van 'normaal' een curiositeit. Niemand ging 's avonds nog uitgebreid eten met een redelijke groep mensen. Dan sliep je niet lekker, zeurde men.

Toen her en der in de wereld een toneelstuk of een film van ondergetekende werd opgevoerd, werd ik weleens uitgenodigd om te komen kijken. Ik herontdekte het souperen.

Ik wil absoluut niet opscheppen, maar in New York nam de acteur Steve Buscemi ons 's avonds mee naar een geweldig restaurant, waarvan ik uiteraard de naam ben vergeten. (Het was iets met een B. in Spring Street, Balthazar, denk ik.)

Daar bleek dat ik nogal op mijn moeder leek, want ik zat de hele tijd achterstevoren, me ordinair te vergapen aan beroemdheden die Steve ten slotte aan ons voorstelde.

"You're from Amsterdam? Great place."

"Thank you, mister Gandolfini."

"I like Amsterdam a lot."

"O, thank you mister Turturro."

Ik knikte mijn neus tegen de tafel blauw, terwijl de spaghettislierten uit mijn mondhoeken hingen.

Maar ook in Parijs, in Wenen en Zürich mocht ik souperen, ofschoon er wel verschillen waren. Ik herinner mij in Zürich dat producent Gijs van de Westelaken en ik niet geacht werden met de acteurs en de crew te eten, maar met Herr Director und Der Producent en onze agent in een apart 'chic' gedeelte.

Maar toch... heerlijk, souperen. Want dat is toch niets anders dan zo laat mogelijk goed eten. Door het tijdstip behoor je tot een geheimzinnige sekte van uitverkorenen voor wie het noodzakelijk is om 's nachts te dineren.

Souperen geeft de nacht extra allure; het wekt de aangename illusie dat je de dagen weet te verlengen. Je kijkt op de klok en het is drie uur, en je weet dat je nog niet naar bed hoeft. Souperen onderstreept een gevoel van vrijheid, van ik bepaal zelf hoe ik mijn tijd indeel!

Ik trouwde met een vrouw die bijna dagelijks ergens in Nederland moest concerteren. Ze kwam dan pas laat thuis met de bus of met de auto. En ofschoon ze voor het concert mocht eten, gaven wij toch de voorkeur aan 's nachts souperen.

Heerlijke wijn, meestal een Brunello de Montalcino waarvan ik altijd wel iets in huis heb en dan had ik wat kazen klaargelegd, wat patés; of we gingen nog even naar vrienden om daar uitgebreid te schranzen.

Stikstofhapje
Maar je wilt ook graag uit. In Amsterdam was dat moeilijk. Een stad met 180 nationaliteiten moet toch goede nachtrestaurants hebben van enige standing.

Ik snap heel goed dat je om twee uur 's nachts niet zo'n stikstofhapje van graniet, gevonden op 3000 meter hoogte, een bekend IJslands gerecht dat smaakt naar bedorven lever, kunt serveren, maar een originele antipasti misti moeten toch kunnen. Of, zoals laatst in Oostende, waar ik diep in de nacht een verrukkelijke kip uit het vuistje mocht verorberen.

Souperen is onderschat. Het moet een feestmaal in de nacht zijn. Er moeten meer soupeerrestaurants in de stad komen.

Lees ook: Souperen kan weer, weet heel hip Amsterdam

Beeld Jip van den Toorn
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden