'Sorry dat ik besta'

'Ik ergerde me kapot aan de arrogantie van de macht die de PvdA in Amsterdam uitstraalde.' Foto Jan van Breda

60 minuten: Lodewijk Asscher
Elke maand ontvangt Frénk van der Linden in het Parooltheater, naar beproefd televisierecept, een verassingsgast. Een kennismaking in zestig minuten.

'Mensen krijgen geen glimp te zien hoe ik kan liefhebben.' Lodewijk Asscher, wethouder en locoburgemeester, over zijn geslotenheid, zijn fouten, en de oorlog - altijd weer de oorlog.

Ik ben bang voor hem. Hij is hoogintelligent, hoffelijk, straight, genuanceerd, spic en span. Een journalistieke nachtmerrie.
Hoe dring je als interviewer door tot Lodewijk Asscher? Hoe slalom je voorbij de politieke correctheid, het verantwoorde verhaal, de fraai geformuleerde frases?

Laten we je leven als een film terugspoelen, tot aan het moment dat je voortkwam uit een spetterend orgasme.

Recht de rug: ''Ik geloof niet dat het verstandig is kinderen te vragen na te denken over de seks tussen hun ouders. Het móet wel gebeurd zijn tussen mijn vader en moeder, maar die daad past niet bij het beeld dat ik van hen op mijn netvlies wil hebben.''

Als je teruggaat in de tijd, van een uur geleden naar gisteren, naar vorige week, enzovoorts, wat is dan het eerste dat je tegenkomt waarover je pijn of verdriet had?

''Ik kan niets bedenken. Ik ben een gezegend mens. Met mijn werk gaat het prima, ik leer elke dag. En op een cruciaal punt als onderwijs is er vooruitgang in de stad. Privé loopt het ook heel goed. Ik ben getrouwd en vader van twee jongens: Abel, anderhalf, en Boaz, begin dit jaar geboren. Het is een rijkdom van heb ik jou daar.''

Er is helemaal niets dat een au-gevoel geeft als je eraan terugdenkt?

''Nou, vorige week zat ik bij Nova, en dat deed ik verkeerd. Het ging over de inburgering van allochtonen - in het item werd belicht dat zo'n traject in Amsterdam vreselijk veel duurder is dan in andere steden - maar hoewel ik zag aankomen dat het een rotonderwerp was, pakte ik dat fout aan. Mijn vrouw keek 's avonds naar die uitzending en zei: ' Lodewijk, zo slecht heb je het nog nooit gedaan op de televisie.' Ik spartelde eerst tegen, maar daar maakte ze korte metten mee. Mijn medewerkers op het stadhuis - secretaresse, politiek assistent, woordvoerder - riepen de volgende morgen hetzelfde. Ik geef toe: ik stond er houtenklazerig bij. Ik reageerde ongeïnspireerd, mechanisch. Ik heb er een ontzettende hekel aan mezelf zo te zien. Bloedeloos!''

Hoe kwam het?

''Ik doe te veel dingen tegelijk. Als Nova komt, moet je scherp zijn, goed nadenken. Maar ik was moe. Mensen in mijn omgeving zeiden: ' Man, wat zag jij eruít.' Enfin, laten we het alsjeblieft over iets anders hebben.''

Oké, gaan we van een iets te slap optreden naar een heuse professionele fout van de afgelopen jaren.

''Dankjewel. Eh...de opvolging van Aboutaleb. Dat heb ik gewoon niet goed gedaan. Ik deed een beroep op Hennah Buyne, die was inhoudelijk geschikt, maar ik heb haar onvoldoende voorbereid op de puur politieke kanten van het werk. Het leidde ertoe dat ze al na een jaar vertrok. Ik moet dat mezelf aanrekenen. Ik had bij die benoeming van mijn hoge ladder moeten afklimmen, afstand moeten nemen en moeten beseffen dat het niet iedereen is gegeven thuis te raken in dit vak. In mijn positie hoor je mensen soms een beetje in bescherming te nemen. Ik ben tekortgeschoten, en daarover heb ik me ten opzichte van Hennah schuldig gevoeld.
''Een ander ding is dat ik in mijn gemeenteraadstijd te hard ben geweest in de omgang met een meneer van het CDA. Ik hou van stevig discussiëren, maar het is de kunst om het hardst en het scherpst te zijn tegen mensen die dat het beste aankunnen. Ik gaf in debatten geregeld nog even een trap na, terwijl die CDA'er - een heel aardige, integere man, alleen niet zo goed in het steekspel - al op zijn rug lag. Op een gegeven moment vroeg ik me af: wat vind je hier nou leuk aan, wordt het niet eens tijd dat je ermee ophoudt?''

En als het gaat om persoonlijke zaken, hoe goed of slecht heb je het dan in het nabije verleden gedaan?

''Mijn vrouw, mijn familieleden en mijn beste vrienden doe ik niet tekort. Dat durf ik wel te zeggen.''

Ik hoor een 'maar'.

''Inderdaad. Want als je niet tot mijn intimi behoort, ben ik véél gereserveerder, minder toegankelijk. De professional, hè, altijd de professional.''

Je hebt ongetwijfeld een groot hart, maar in het publieke leven kom je naar voren als de vleesgeworden zakjapanner.

''Ik begrijp wel dat mensen me zo zien. Ik ben iemand die voortdurend manieren zoekt om veilig te stellen wat het meest waardevol voor me is. Op het overdrevene af.''

Je creëert een cocon?

''Exact. Niet aantastbaar door wat dan ook van buitenaf. Mensen krijgen geen glimp te zien hoe ik kan liefhebben, hoe ik me de dag door zing, hoe ik bén.''

Zingen? Jij? Wat zing je dan?

''Bittere tranen, Smokkelaar - dat werk. Het oude Hollandse repertoire. Geen hond zal zoiets kunnen rijmen met het beeld van de verstandige jonge jongen met de belangrijke baan die zo gemakkelijk gecompliceerde debatten doet over wat-ie wil met Amsterdam. '' Hij zucht diep. ''Dat ik niet overkom als iemand van vlees en bloed, doe ik in feite mezelf aan - door de lijn tussen mijn binnenwereld en buitenwereld zo krampachtig te trekken. Sommigen zullen zeggen: zo angstig.''

Wat raakt jou?

''De ochtend na die Nova-uitzending dacht ik bij het wakker worden: ik kan er niks van, laat maar allemaal, ik geef het op, mijn hele leven is niks, sorry dat ik besta. Ja, zo ver kan dat af en toe bij me gaan. Die ochtend bezocht ik een school waarvan we proberen de kwaliteit te verbeteren. Normaal gesproken is zo'n probleem louter informatie op papier, processen, experts, geld en rationele rekenarij. Maar toen ik met het schoolhoofd door de gang liep, kwam er een docente uit de klas en die zei: ' Ik wil u persoonlijk bedanken, u steekt uw nek uit voor onze school.' Nou, ik kan überhaupt niet met zoiets omgaan, en op dat moment kreeg ik het helemáál te kwaad. Het was schutteren, maar schutteren van geluk. Dan kan ik er weer even tegen.''

Het klinkt alsof je continu met één been aan de grond staat, en één been in een helikopter hebt om het gedrag van Lodewijk Asscher daar beneden al te analyseren op het moment dat het zich voordoet.

''Klopt, en dat is een worsteling. Bij alles wat ik doe en zeg - zeker als het over mijzelf gaat, over wie ik ten diepste ben - denk ik op hetzelfde ogenblik: ach man, wat moeten mensen hiermee? Gêne. Maar kiezers hebben het recht te weten wat voor vlees ze in de kuip hebben.''

Ik geef opnieuw een slinger aan de filmspoel: we gaan tien jaar terug in de tijd. Hoe stond je eind jaren negentig in het leven?

''Ik was net afgestudeerd. Rechten. Half jaar in New York gezeten, fantastisch. Heel goede vrienden gemaakt op Columbia Law School. Bij ons in Nederland was rechten relaxed - de studie die je kiest als je het niet zwaar wilt hebben. In de Verenigde Staten was het totaal anders: mensen hadden zich enorm in de schulden gestoken en pakten het dus serieus aan. Turbo erop, presteren. Ik vond dat spannend, inspirerend. Zoals heel New York spannend en inspirerend is. Ik woonde op de 113e straat, het begin van Harlem.''

Ooit diep die wijk ingegaan?

''Ik ben daar wel geweest, begeleid door een vriend. Maar ik heb geen risico's gezocht.''

Hoe was het om als bright young man terug te keren in Nederland?

''Ik had een scriptie geschreven over grondrechten en vrijheid van meningsuiting in het internettijdperk. Dat werd net een beetje hippig. Ik was 24, ik kon op de universiteit aan het werk, leuk.''

Hoe was het met je liefdesleven?

''Hoe was het met je liefdesleven, hoe was het met je liefdesleven...Ehm...Ik had wel een relatie, maar met een andere vrouw dan met wie ik nu getrouwd ben.''

Kun je beschrijven wat voor verhouding het was?

''Dat ga ik niet doen. Nee, nee. ''

Een tip van de sluier.

''Ik werd er niet gelukkig door. Zo rationeel als ik ben, zoek ik in een liefdesrelatie heel erg het intuïtieve, het aanvoelen, het pure vertrouwen. '' Verlegen: ''Ik heb de zekerheid dat mijn vrouw en ik elkaar met een blik méér kunnen zeggen dan met lappen tekst. En voor mij is de liefde ook heel erg fysiek: de overgave, woordeloos.''

Wat doet je echtgenote?

''Ze heeft een mooie loopbaan.''

Als wat?

''Moet ik dat wel zeggen?''

Je moet niks.

''Ze is ook juriste.''

Hoe lag Nederland erbij volgens de Lodewijk Asscher die net uit de VS kwam?

''We hadden Paars. De moord op Fortuyn, de Twin Towers, de liquidatie van Theo van Gogh: dat moest allemaal nog komen. Het was de tijd van de goudgerande internethype, als je niet rijk bent, ben je gek. Privatiseringen links, privatiseringen rechts. Het zelfgenoegzame van dat Nederland stond me niet aan. De poen was niet voor iedereen weggelegd. Mensen die een graantje wilden meepikken en intekenden bij World Online, waren meteen hun centen kwijt. Nina Brink gedroeg zich als een Nederlandse Bernie Madoff; ze deed alsof zij je geld kon vermenigvuldigen, maar ze ontnam je alles. Hufterig.''

Wanneer besloot je de politiek in te gaan?

''Als jochie wilde ik een voetballer in de stijl van Ronald Koeman worden, en anders een wereldberoemde romanschrijver. Dat lukte niet zo best: ik zwoegde op een proefschrift dat door tien, twintig, maximaal vijftig collega's gelezen zou worden. Ik dacht: gáát dit wel ergens over? In die periode begon ik me te interesseren voor de stad. Tegenover mijn huis in Bos en Lommer zat een drankenhandel die om de haverklap werd overvallen, en er gebeurde in de wijk nog wel meer. Maar de politieke discussies waren abstract en procedureel - ook in de PvdA, waar mijn hart lag. Nou, besloot ik, dan moet je daar zelf dus iets concreets tegenover zetten. Een andere drijfveer was dat ik me kapot ergerde aan de arrogantie van de macht die de PvdA in Amsterdam uitstraalde. Dat moest veranderen.''

We gaan opnieuw een decennium terug in de tijd. Je bent een puber. Wat voor eentje?

''Eerst een dromer die nergens bijhoorde, een stille, goede gymnasiast. Maar als ontbolsterende jongen werd ik vrij populair - ook bij de meisjes. Ze lachten om mijn grappen. Ze wilden graag in mijn omgeving zijn. Een beetje vreemd bleef ik wel, denk ik. Zo draaide ik graag klassieke muziek. Daarin werd ik gestimuleerd door een oom die we veel bezochten, dirigent Hans Vonk. Stiekem leek het me ook wel wat om concertpianist te worden. Zo iemand als Svjatoslav Richter, een gigant van een musicus.''

Aan het eind van zijn leven zei Richter tegen een documentairemaker: ' Ik hou niet van mezelf.'

Stilte. ''Eerlijk gezegd kan ik me dat heel goed voorstellen. Ik hou meer van anderen dan van mezelf.''

Wat voor ouders heb je?


''Mijn vader en moeder zijn ook jurist: hij is advocaat, zij hoogleraar. Hij stemt VVD, zij Partij van de Arbeid. Allebei zitten ze in het arbeidsrecht. Dat gaat over de rechten van een individu tegenover een grote groep, en over de vraag hoe je de samenleving inricht. Zonder het ooit hardop te zeggen, zijn ze geweldig idealistisch. Dat sijpelt door alles heen. Ze houden niet van juridische trucjes, ze willen bijdragen aan rechtvaardigheid: het gaat niet om ikke, ikke, ikke, het gaat om wij. Aan die houding heb ik altijd een voorbeeld genomen.''

Tot nu toe heb je de Tweede Wereldoorlog niet genoemd.


''Omdat ik dat misschien wel het moeilijkste onderwerp vind.''

Wat is er lastig aan?

''Ik moet dan niet alleen dingen over mezelf prijsgeven, maar ook nog eens praten over de pijn die anderen daar tot op de dag van vandaag door hebben. De oorlog heeft ons - vooral mijn vaders kant van de familie - zwaar getekend. Mijn overgrootvader, diamantair Abraham Asscher, was voorzitter van de Joodsche Raad. Hij is daar na '40-'45 natuurlijk op aangesproken.''

Men verweet hem dat hij zich te meegaand had opgesteld tegenover de nazi's. Sommigen vonden hem in wezen een collaborateur.

''Ja. Hij kwam na de bevrijding gedesillusioneerd terug uit kamp Bergen-Belsen. Zijn kinderen, onder wie mijn vaders vader, hebben dat verdriet gezien, gevoeld, meegekregen. En weer doorgegeven. We zijn er allemaal direct of indirect door getekend. Mij heeft het natuurlijk ook beïnvloed. Sterker, het is een essentieel onderdeel van het kompas dat ik in mijn leven gebruik.''
''Mijn vader heeft als baby ondergedoken gezeten, terwijl zijn vader, zijn moeder en zijn oudere zus waren weggevoerd. Mijn vader is erin geslaagd heel productief met die levenservaringen om te gaan: een ongebreidelde werklust, altijd maar vreselijk zijn best doen.''

'Het jongetje dat alles goed zou maken.' Zo omschreef Ischa Meijer zijn eigen, soortgelijke positie.

''Veel kinderen die dergelijke ellende hebben meegemaakt, hebben dat gemeen. In wezen is mijn vader een oorlogsslachtoffer, maar hij is daar geestelijk gezond onder gebleven. En dus wist hij mij ook een gezonde jeugd te geven. Heel knap. Ik ben hem en mijn moeder ongelofelijk dankbaar.''

Jouw bijna bokkige streven naar evenwichtigheid, en je introvertie...

''...hebben alles te maken met wat ik thuis zag, ja. Kan niet anders. En ook mijn drift om gruwelijk hard te werken voor wat ik belangrijk vind. En zéker mijn neiging mijn gezin te beschermen.''

Zijn we nu bij de wortel van je geworstel?

''Ik denk van wel. Zo is het waarschijnlijk gekomen.''

Zul je ooit in staat zijn losser te leven? Zal Lodewijk Asscher zich op een dag bezondigen aan een uitspatting?

Hij zwijgt 47 seconden. ''Ja,'' zegt hij dan. ''Binnen mijn marges: ja. De politiek is een riskante onderneming; binnen mijn familie weten we daar, zoals gezegd, alles van. Ondanks dat belaste verleden ben ik erin gestapt. Lijsttrekker worden in Amsterdam op je 31ste, als dat geen uitspatting is...Veel mensen in mijn intieme kring zeggen: waarom zou je zulke risico's nemen, waarom kies je voor het gevecht in die grote boze wereld, waarom zoek je het gevaar door de Wallen schoon te willen maken? Maar ik ga het met hart en ziel aan. Ik doe wat ik eigenlijk niet durf: ik gooi mezelf in de waagschaal. ''

(TEKST FRÉNK VAN DER LINDEN FOTO'S JAN VAN BREDA)

Oorspronkelijke publicatiedatum: 21-02-2009

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden