Column

'Soms denk ik, ik had mezelf beter de Weespertrekvaart in kunnen rijden'

Eva Hoeke.Beeld Het Parool

Het was dinsdagmiddag, de mensen haastten zich naar huis en ook ik wilde net naar binnen gaan, toen er een man met een stok voorbij stiefelde. De Duitse herder naast hem verveelde zich zichtbaar, en toen ik hallo zei zag hij zijn kans. Een sprong, een blaf en hup, daar hing ie, 35 kilo enthousiaste hond om mijn nek. 'Ho!' riep ik, want zo'n held ben ik niet en bovendien kwijlde hij.

'Hij doet niks hoor,' zei de man. 'Hij is gewoon blij.'

'Dat kun je wel zeggen,' zei ik terwijl ik een stap naar achter deed en de hond weer afsteeg. 'Hoe heet ie?'

'Char. Zo heette hij al voor het medium, hoor. Ik heb al 35 jaar Duitse herders. Niet deze.'

Vanaf de grond keek Char me verwachtingsvol aan.

Ik: 'Is het een mannetje of een vrouwtje?'

De man: 'Er hangt een pistooltje onder, dus...'

Daar viel niets tegenin te brengen, dus zei ik dat ik naar binnen ging, de sperziebonen opzetten. 'O lekker, sperzieboontjes,' zei de man gedwee. 'Ik weet nog niet wat ik ga eten. Misschien bietjes, of broccoli. Een stukkie rundervlees erbij. Ik zie wel. Ik eet toch alleen.'

'O ja?' zei ik, want nu kón ik niet meer naar binnen.

'Ik heb altijd in de horeca gewerkt. Op het Rembrandtplein, van tien tot vier. En daarna nog een slokkie doen, dan kwam ik pas om twaalf uur thuis. Daar houden vrouwen niet van.'

Even verderop parkeerde een auto. Char draaide zich om, spitste zijn oren en stoof eropaf. Toen het portier open ging aaide een vrouw hem over de kop.

De man keek vertederd toe. 'Die mensen kent ie, die wonen hier verderop. Ze hebben zelf ook een hond. Hoe heet jij eigenlijk?'

'Eva.'

'Attenoje. Kom je uit Polen of zo? Afijn, toen kreeg ik twee beroertes en moest ik stoppen met werken. En als je uit dat leven stapt, raak je je vrienden kwijt. In het begin komen ze nog wel langs, maar dat houdt snel op. Ik snap het wel. Ik kan niks meer.'

Hij keek naar zijn arm, die hing er slap bij. Char was weer terug en snuffelde aan mijn boodschappentas. Wéér kwijl.

'Mijn karakter is ook veranderd sinds die beroertes. Vroeger lachte ik overal om, nu moet ik soms zomaar huilen.' Hij zweeg en leunde zwaar op zijn stok. 'Soms denk ik, ik had mezelf beter de Weespertrekvaart in kunnen rijden.'

'Nee joh,' zei ik. 'U heeft Char toch nog?' Maar die was alweer een nieuw slachtoffer op het spoor, een jongen met een baard dit keer. Woef, zei Char, en sprong tegen hem op. De baard beloonde hem door woest door zijn pels te woelen.

'Volgens mij solliciteert Char naar een nieuwe baas,' zei de man. 'Hij vindt iedereen leuk. Als ik ooit word aangevallen, zou hij die ander nog helpen ook.'

'Vindt u dat niet vervelend?' vroeg ik, want zelfs ik was een beetje beledigd door zoveel allemansvriendschap.

'Ach,' zei de man. 'Dan heb ik mijn stok toch nog?'

Dat was een troost, zij het een schrale.


Wil je reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden