'Snorfietsen kosten de gemeenschap alleen maar geld'

Snorfietsen hebben zo veel nadelen voor de berijders, voor andere weggebruikers en voor de maatschappij, dat maatregelen hard nodig zijn, schrijft Marco te Brömmelstroet, medeoprichter en directeur van het Urban Cycling Institute bij het Center for Urban Studies van de UvA.

Snorscooter op het fietspad. De relatief snelle snorfietsen en brommers zijn een bedreiging van de verkeersveiligheid op de fietspaden en jagen de gemeenschap op kosten. Beeld Mats van Soolingen
Snorscooter op het fietspad. De relatief snelle snorfietsen en brommers zijn een bedreiging van de verkeersveiligheid op de fietspaden en jagen de gemeenschap op kosten.Beeld Mats van Soolingen

De afgelopen drie weken bezochten dertig studenten uit zestien landen de UvA om lessen te leren over ons 'fietsparadijs'. Alhoewel ze onder de indruk waren van wat Nederland in de laatste veertig jaar heeft bereikt, werden de discussies al snel gedomineerd door één negatieve verrassing: de grote hoeveelheden motorvoertuigen op het zo beroemde vrijliggende fietspaden-netwerk. Hoe kon dit gebeuren tussen de kwetsbare verkeersdeelnemers? En: waarom wordt er zo weinig beleid op gevoerd?

Bij observaties rondom de Pinksterbloem Montessorischool viel de hinder extra op; zelfs voor de student uit Rome. Nota bene op een plek waar kinderen spelenderwijs moeten kunnen leren, zijn allerlei beschermingsmaatregelen nodig tegen snelverkeer op een vrijliggend fietspad.

Verkeersdata bevestigen dit beeld. Het aantal snorfietsen in Amsterdam is de afgelopen acht jaar verviervoudigd. In Nieuw-West heeft inmiddels gemiddeld één op de zeven inwoners een snorfiets of een brommer (cijfers over 2014). En die staan niet stil: waar binnen Amsterdam in 2014 het aantal auto-, ov-, en zelfs fietsritten kromp, groeide het aantal snor- en bromfietsritten. Op fietspaden naar de binnenstad is de snorfiets langzaamaan dominant aan het worden.

Waarom moet dit eerst zo uit de hand lopen voordat er beleid op wordt gevoerd? VVD wethouder Pieter Litjens moet toch gevoelig zijn voor het evidente marktfalen dat hier optreedt? In de huidige context is de snorfiets immers een klassiek voorbeeld van een tragedy of the commons: het maximaliseren van eigen baten ten koste van gemeenschappelijk gedragen kosten.

Vanuit individueel oogpunt is de snorfiets in zijn huidige vorm ideaal. Met een relatief hoge snelheid (25 km/u, waarop nauwelijks wordt gehandhaafd), zonder fysieke inspanning over eigen infrastructuur, met een grotere actieradius dan een fiets en met relatief geringe aanschafs- en brandstofkosten. En als bonus overal gratis op de stoep parkeren! Kom daar maar eens om met een auto of fiets. Gezinnen hebben de auto in hun garages dan ook vaak ingewisseld voor vier snorfietsen.

In markttermen zijn er echter twee fundamentele problemen. Ten eerste worden de baten voor de snorfietsrijder zelf overschat omdat negatieve effecten niet worden meegewogen. Denk hierbij aan het grotere risico op ernstige ongevallen of de verhoogde kans op gezondsheidsproblemen door afname van fysieke inspanning. Aan deze zaken hangt ook een maatschappelijk prijskaartje. Want bevolkingsgroepen die toch al bovengemiddelde gezondheidsrisico's lopen, zijn de belangrijkste gebruikers van de snorfiets.

Ten tweede worden de externe kosten voor de maatschappij onderschat. Een enkele Sparta-Met op het fietspad, zoals werd voorzien bij de ontwikkeling van het blauwe nummerplaatje, is geen probleem. Duizenden, vaak opgevoerde, snorfietsen zijn dat wel. Er zijn evidente problemen als lokale luchtkwaliteit (vooral bij verkeerslichten), onveiligheid (forse groei van het aantal ongevallen op fietspaden), en geluidsoverlast (in parken en woonwijken). Maar ook minder evidente: zo haken door het onveiligheidsgevoel fietsende senioren en kinderen af en wordt zo de toegenomen actieradius van de snorfietsers teniet gedaan.
Waar blijft het beleid? Idealiter worden de externe kosten zo veel mogelijk gereduceerd en de rest in rekening gebracht aan de gebruiker.

Snorfietsen de weg op, handhaven op snelheid op fietspaden en betaald parkeren op 'nummerbord-parkeerplekken' zijn zaken waar snel voortgang in kan en moet worden geboekt.

De studenten kwamen met nog een eenvoudig voorstel: maak van doorsteekjes in het fietspadennetwerk een 'onverplicht fietspad', dat verboden is voor snorfietsen. Voorbeelden zijn het fietspad bij de Theophile de Bockschool (dwars door groepen kinderen nota bene), de Weesperzijde bij de Pinksterbloem en verschillende bruggen. Deze ingrepen zijn snel uit te voeren, zonder negatieve effecten, eenvoudig en goedkoop uitvoerbaar en eventueel terug te draaien.

Handhaving zal nodig zijn in het begin, maar laten we niet onze wereld inrichten voor die paar aso's die nergens naar luisteren. Laat het vrijliggende fietspad weer een veilige plek voor onze kwetsbare verkeersdeelnemers worden dat we met trots aan buitenlandse studenten kunnen tonen.

Marco te Brömmelstroet Beeld .
Marco te BrömmelstroetBeeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden