Smakgeluiden onder zaadbakjes

Thomas Leeflang: Verstomde films. Verdwenen Amsterdamse bioscopen.
Uitgeverij Aspekt, 18,95 euro

Alhambra aan de Weteringschans wás een sjieke bioscoop. De hal rook naar boenwas en een portier in smetteloos uniform heette het publiek welkom. Maar langzaam ging het met Alhambra, zoals met zovele Amsterdamse bioscopen, bergafwaarts. De films werden minder, de boel verpauperde. Toen Thomas Leeflang direct na sluiting de projectiecabine bezocht - ooit een schoolvoorbeeld voor velen - schrok hij. Verf bladderde van de muren, leidingen hingen los. En er hield een houtduif domicilie.

In Verstomde films. Verdwenen Amsterdamse bioscopen brengt Leeflang een ode aan de filmtheaters van vroeger. Niet om 'nog iets van gewicht in het goudschaaltje van de officiële filmliteratuur te werpen'. Daarvoor is er voldoende over geschreven. Hij heeft het vooral over de bioscopen die hij nog heeft gekend.

De knusheid heeft plaatsgemaakt voor de multiplexformule, schrijft hij: groot, groter. 'Het bijwerk', de oude journaals, cartoons en korte docu's zijn verdwenen.

De ondergang begon zich af te tekenen rond de jaren zestig. De vrijetijdsbesteding veranderde en ook de tv deelde klappen uit.

Passage aan de Nieuwendijk gaf er als eerste de brui aan. Buren Cineac Royal en Luxor volgden. Royal werd ook wel het Tuschinski voor Jan met de Pet genoemd, waar op de balkonnetjes meer gebeurde dan alleen naar film kijken. Ze werden al snel omgedoopt in 'zaadbakjes'. Als er een kus werd gewisseld, reageerde de hele zaal met smakgeluiden.

Het was ook het theater waar de vermaarde Bernard Drukker het orgel bespeelde. Zijn meezingpotpourri's waren razendpopulair: 'Klanken die de oren strelen, liedjes die ons nooit vervelen.' Nu huist er een filiaal van H&M.

Wie nu naar de film gaat, kan terecht in megatheaters als Pathé De Munt en Pathé Arena. Met veel ruimte en lekkere stoelen. En vooral geen al te lang voorprogramma. Het publiek heeft daar, zegt Lauge Nielsen van Pathé in het voorwoord, geen behoefte meer aan. Na twintig minuten wordt men ongedurig.

In de beginjaren van de film was men niet zo kieskeurig. De zaaltjes waren rond 1900 'bedompt, klein en onooglijk'. 'Zo nu en dan kwam een man met een soort spuit de zaal binnen om er wat luchtzuiverend vocht in te laten verstuiven.'

Aan één nog bestáánde bioscoop wijdt Leeflang ook een hoofdstuk: Tuschinski. Omdat dat toch 'een theater apart' is. Tegenover dat art-decopaleis verrees één van zijn favoriete filmstekken: Cineac. Een grijs-blauwe futuristische bioscoop van staal en glas. Voor sommigen echter niet meer dan 'een ijzeren doos met een paar gaten'. Later zouden Planet Hollywood en andere zaken er falen.

Ook had elke buurt wel buurtbios. Zoals de Bio aan de Middenweg. Nu zit er een damesmodezaak. Leeflang liep er binnen: 'Jonge klanten weten niet dat op deze plek ooit Doris Day voor een ontroerd publiek Que sera sera - whatever will be will be zong in Hitchcocks De man die te veel wist en dat Vivien Leigh in Gejaagd door de wind voor een scharlaken hemel haar vuist hief en uitriep: ''As God is my witness, I'll never be hungry again!'''

Een verkoopster: ''Nou en?!'' (CORRIE VERKERK)

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden