PlusReportage

Slechtvalkjes op Rijksmuseum geringd: ‘Deze heeft een beste klauw’

In de klokkentoren van het Rijksmuseum kropen drie weken geleden twee slechtvalkjes uit hun ei. Dinsdag werden ze geringd.

Het slechtvalknest op het dak van het Rijksmuseum. Beeld Nina Schollaardt
Het slechtvalknest op het dak van het Rijksmuseum.Beeld Nina Schollaardt

Het is een waar slagveld in de nestkast in de klokkentoren van het Rijksmuseum. Bergen vol veren en her en der een onverteerde snavel van een ongelukkige halsbandparkiet of gierzwaluw. De kleine slechtvalken hebben zich tegoed gedaan aan alles wat hun ouders de afgelopen 22, 23 dagen naar binnen wisten te slepen. Nietsontziend zijn ze.

Maar deze ochtend piepen ze wel anders als Jos Blakenburg een voor de beestjes stressvolle handeling moet verrichten: de begin mei geboren slechtvalken worden geringd. En daarvoor is het noodzakelijk ze even uit de vertrouwde omgeving van de klokkentoren te halen. Als Blakenburg de donzige vogels uit de nestkast haalt en naar een linnen Albert Heijntas overhevelt, piepen ze meelijwekkend.

Eerste contact

Beneden raast het verkeer over de Stadhouderskade en op het Museumplein aan de andere kant neemt de drukte ook weer langzaam precorona-achtige proporties aan. Maar dit is het eerste contact tussen de jonge slechtvalken en de mens: hoewel al duidelijk was dat de eieren wel zo’n beetje waren uitgekomen, lieten het Rijksmuseum en haar medewerkers de nestkast de afgelopen drie weken met rust.

Tot nu dus. Blakenburg moet, geassisteerd door onder meer zijn vader en ook vogelaar Roely Bos, de ringen om de poten van de slechtvalkjes aanbrengen. Daarmee zijn ze geregistreerd en kan er voor altijd worden verwezen naar het Rijksmuseum als de geboorteplaats van de twee roofvogels in de dop.

Terwijl het gezelschap de zolder van de klokkentoren naderde, waren de ouders, een Belgische en een Haagse slechtvalk die kennelijk geen datingapp nodig hadden om elkaar tegen het lijf te vliegen, er al vandoor gegaan. In paniek, of tenminste, zo klonk het een beetje. Als Blakenburg zijn werk doet, cirkelt het ouderpaar luid krijsend rond de klokkentoren. Ze vertrouwen het niet.

De babyslechtvalken worden geringd. Beeld Nina Schollaardt
De babyslechtvalken worden geringd.Beeld Nina Schollaardt

Stressvol

Eenmaal binnen, worden de beestjes een verdieping naar beneden gebracht, waar het licht goed is en de vogeldeskundige zijn werk in alle rust kan doen. De ring wordt aangebracht, dat om te beginnen, maar de jonge vogels worden ook aan een inspectie onderworpen. Dat het stressvol is, is wel duidelijk. Om de vogels een beetje tot rust te brengen, wordt een zak over hun hoofd gelegd. Dat zorgt onmiddellijk voor enige ontspanning.

De lengte en aanzet van de vleugels, de klauwmaten: het wordt nauwkeurig geadministreerd door Blakenburg en zijn vader. “Hij heeft een beste klauw,” zegt Blakenburg. “Die moet je goed vasthouden, ze kunnen je goed te grazen nemen.” Ondertussen vliegen de veertjes desalniettemin door het kamertje. “Ontspan toch een beetje, hare majesteit.”

Alle deskundigen zijn tevreden, de maten en het gewicht van de vogels vallen precies binnen de marges. En, ook zoals de vogelaars al verwachtten: het gaat hier om een mannetje en een vrouwtje. Hij is wat kleiner, maar weegt ondanks de prille leeftijd van amper drie weken toch al bijna 700 gram. Zij lijkt wat rustiger te reageren op alle onplezierigheid en gaat richting de 1 kilo.

Uitvliegen

Na de formaliteiten wordt het tweetal weer teruggezet in de kast en even later melden zich de ouders alweer, waarschijnlijk blij dat het kroost weer op de vertrouwde plek zit. Heel lang zal dat echter niet duren, zegt Roely Bos. “Na zes of zeven weken gaan ze vleugeloefeningen doen. Waarschijnlijk gaan ze de komende maanden uitvliegen. Eerst nog onder begeleiding van hun ouders, waarbij ze de fijne kneepjes van het jagen op prooien onder de knie zullen moeten zien te krijgen. Maar uiteindelijk, over een maand of twee, misschien drie, zullen ze echt de wijde wereld in gaan.”

Het is bijzonder, twee jonge slechtvalken in de stad. Maar dat laat onverlet dat de slechtvalk in opmars is: voor zover bekend hebben op acht plaatsen in Amsterdam paren domicilie gekozen in nestkasten. Sterker, er is inmiddels sprake van relatieve woningnood. Het idee is dat ze juist voor het Rijksmuseum hebben gekozen omdat ze hier op een hoge plek kunnen zitten. Bovendien is er voedsel genoeg: stadsduiven, gierzwaluwen en parkieten zijn in riante hoeveelheden voorhanden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden