Plus

Sjaak Swart: 'Ik ben geen ouwe mopperaar'

Sjaak Swart (78) eet vandaag verjaardagstaart; zijn club is 117 jaar geworden. Mister Ajax over Piet Keizer, scheidsrechters en zijn overvolle agenda. 'Ik ben een winner, altijd geweest.'

Sjaak Swart: 'Ik ben altijd vrolijk. 's Ochtends om kwart voor acht sta ik op, en denk ik: kom maar op met die dag' Beeld Friso Keuris

We hebben met Sjaak Swart afgesproken op sportpark De Toekomst, de huiskamer van Ajax. Op het parkeerterrein komt hij aanrijden in een mooie nieuwe Mercedes, springt eruit, steekt een paraplu op en snelt voor ons uit. We kunnen hem amper bijhouden.

Eenmaal binnen gaat hij iedereen een hand geven en koffie bestellen bij de dames-in-Ajaxshirts achter de bar. Dan hollen we naar de bestuurskamer waar de fotograaf zich heeft opgesteld. Dan hollen we weer terug naar de kantine, waar we een plekje zoeken waar het niet tocht. "Dat slaat op mijn nek," aldus Swart.

We zijn nog maar amper aan het praten, of Swart heeft ons uitgelegd dat hij 'een winner' is. Dat hij de meeste voetbalwedstrijden heeft gespeeld van iedereen in de wereld ('meer dan drieduizend'). En dat hij meer dan wie-dan-ook verbonden is met Ajax. "Ik ben pas 68 jaar lid. Een beginnetje."

U zei net dat u het waanzinnig druk heeft. Wat heeft u vandaag te doen?
"Nou," zegt Swart, en pakt zijn volgeschreven agenda erbij, "in de RAI heb ik een Hollandse broodjeswinkel. Daar staan mijn kinderen, mijn kleinkinderen en soms mijn vrouw. En ik ook. Dan verkoop ik broodjes. Kunnen mensen met mij op de foto. Staat zo'n vrouwtje met drie broodjes in d'r hand en ik ernaast. En ken je deze: 'De ballen van Swart zijn een klasse apart'."

Zelf bedacht?
"Ik bedenk soms heel goede dingen. Maar goed, vanochtend had ik bespreking met mijn compagnon Bram Haverkamp. Daarvandaan ben ik doorgereden en heb ik de vis opgehaald, bij mijn zwager, daar wordt onze krab- en zalmsalade vers gemaakt, en die heb ik dus net weggebracht. Nu is het half elf, heb ik met u deze afspraak."

"Om half twee ga ik naar de kapper. Daarna moet ik mijn vrouw wegbrengen, die gaat langs bij onze dochter. Om vier uur speelt de A1 van Ajax tegen Real Madrid, wil ik zien, daarna komt in de Arena de Club van 144 samen, dat zijn allemaal oud-topsporters uit verschillende disciplines, gaan we lekker eten en kletsen. Praat je met een roeier, of een worstelaar. En daarna speelt m'n club, Barcelona. Messi mag ik niet missen. Als hij op tv is, sta ik er desnoods 's nachts voor op."

U bent bijna 79, u heeft hier nog energie voor?
"Ja. Ik ben altijd vrolijk. 's Ochtends om kwart voor acht sta ik op, en denk ik: kom maar op met die dag."

U voetbalt zelf niet meer, toch?
"Ik speel nog dertig, veertig wedstrijden per jaar. Twee keer in de week trainen we, op maandag en donderdag, tussen een en drie. Allemaal jongens die gevoetbald hebben. Jonge jongens mogen ook komen, maar ze moeten wel goed zijn. Anders zeg ik: ga maar lopen, daar hebben we niks aan. Ik moet streng zijn, anders is er niks aan. Dat doe ik al 42 jaar. Als ik tien keer niet geweest ben, is het veel."

U bent altijd vrolijk, maar toen ik uw vrouw aan de telefoon had zei ze dat de dood van Piet Keizer en, eerder, Johan Cruijff u erg had aangegrepen.
"Dat was ook zo. Ik had in twee weken zes begrafenissen. Dan ga je toch een beetje prakkiseren: hoe kan dat allemaal zo snel gaan? Daar heb ik dan even moeite mee. En als je erover begint, voel ik het weer. Op de begrafenis van Piet Keizer was Danny Cruijff. In haar eentje gekomen. Uit Barcelona. Dat is toch wel even heftig. Die heeft het ook zwaar. Je weet het, het leven gaat door, maar het is wel hard."

Als we die beroemde foto van Paul Huf nemen, waar u op staat met Cruijff, Keizer en Nuninga, de voorhoede van Ajax in 1967...
"Die is fantastisch..."

...wat was de wisselwerking van jullie vier?
"Nou, Johan en Pietje kende ik natuurlijk al jaren. Wij woonden in een straal van een, twee kilometer bij elkaar vandaan. De voorhoede van Ajax."

Een van de beste voorhoedes die er ooit zijn geweest.
"Dat denk ik wel, ja. Nuninga kwam uit het noorden, maar je kan gaan vragen aan Klaas hoe hij is opgevangen door die Amsterdammers: geweldig."

Doet het u wat, als u die foto ziet?
"Ja. Dan zie je die jonge koppies. Alle vier."

Voetbal moet van kinds af aan uw leven geweest zijn en op een gegeven moment speelde u in het beste team van de wereld. Wat voor sensatie is dat?
"Geweldig. Geweldig om met Johan te spelen. Met Pietje. Met Ruud Krol. Maar ook met Vasovic, mijn grote vriend, de Joegoslaaf die zich helemaal aanpaste. Barry Hulshoff, die ik tot drie keer toe bij Ajax heb moeten aanbrengen: ze wilden 'm niet hebben. Hij woonde tegenover mij, dus ik zei: 'Neem Barry nou, hij is twee meter lang, wordt een geweldige stopper.' Na lang zeuren hebben ze 'm genomen - een van de beste stoppers van Europa geworden."

Ze zagen dat eerst niet?
"Nee. Maar dat hebben ze wel vaker bij Ajax."

En toen begon dat team te groeien.
"Ik was een van de oudsten, toen ik in het eerste kwam heb ik nog gespeeld met Rinus Michels, Klaas Bakker en Gé van Dijk. Toen ik zeventien was, was Johan een jaar of acht en speelde hij bij de welpen. Zaterdagochtend ging ik altijd naar hem kijken. Ik ben een van de weinige spelers die altijd naar de jeugd gingen kijken. En nog steeds. Ik ben een liefhebber."

"Op een gegeven moment werd Michels onze trainer en kreeg je het totaalvoetbal. Bij Bayern München en Barcelona spelen ze het nu nóg. Daar geniet ik van."

De telefoon gaat. Oud-ploegmaat Bennie Muller. Swart: "Neem ik even op, dat is mijn gabbertje." Hij neemt op. "Wat is er nou weer? Bennie, zal ik je eens wat vertellen? Barcelona speelt. Om vier uur moet je kijken naar Ajax-Real Madrid, de A1. Nee, dat wist je niet. Ik hou het wél bij. En dan ga ik dus niet naar AFC tussendoor, met dat klotenweer. Dat weet je ook wel, ik heb genoeg te doen vandaag. Ik ga verder, want ik heb een interview. Doei jongen."

Daarnet bij de bar zei u: "Ik ben een winner."
"Ja hoor, altijd geweest."

U kunt zich niet anders herinneren?
"Dat zit in me. Met alles. Zelfs op de weg heb ik dat. Als mensen voor me rijden met 30 kilometer per uur, dan kan ik daar niet tegen. Of ze staan voor een stoplicht. Gaat het op groen, wachten ze net zo lang tot ze zelf door zijn en jij weer kan gaan staan wachten."

Wat doet u dan?
"Dan ga ik erlangs. Toeteren. Even boos die auto in kijken. Mijn vrouw heeft daar aanmerkingen op: 'Moet je nou óók nog kijken naar die mensen?' Ja, dat moet ik. Want ik wil dat er lekker vlot wordt doorgereden op de wegen."

"Als je 100 kilometer per uur mag, verwacht je niet dat ze 70 gaan rijden. En als er iemand is die sneller is dan ik, ga ik opzij. Maar de meesten blijven voor je rijden. Gaan ze nog remmen ook. Dan maak ik wel even kenbaar wat ik daarvan vind."

Uw vrouw wordt daar gek van?
"Die zegt: 'Doe nou eens rustig, relaxed.' Maar ik bén relaxed! Ik kan boos worden, maar dat ben ik binnen een minuut weer vergeten, hoor. Vraag maar hoe ik ben aan de dames hier: altijd heel vriendelijk. Ik ben een lieve man."

Was u als kind ook al zo competitief?
"Ik speelde bij OVVO. Ik was een jaar of negen toen we tegen Ajax speelden. Ik speelde zo goed, maakte vijf doelpunten. 'Die kleine moeten we hebben,' zeiden ze. Meneer Muller, die in de Veeteeltstraat woonde, heeft me als het ware gehaald."

"Tien jaar oud, ik ging naar Ajax. Het was een vervelende tijd, want op de dag dat ik tien jaar werd kreeg ik van mijn moeder een koffer met Ajaxspulletjes erin. Twee dagen later is ze overleden. Een rotmoment, ze is 38 geworden. Ze had die ziekte die mensen nu ook nog hebben, ik heb gewoon geen zin om 'm te noemen. Verschrikkelijk."

Was u desalniettemin een blijmoedig kind?
"Ik ben nooit chagrijnig. Ik kan lachen én presteren. Ja, als Ajax het slecht doet. Afgelopen seizoen, tegen De Graafschap, toen ze in de laatste wedstrijd het kampioenschap verspeelden. Het voelt gewoon alsof ik zelf heb meegedaan. Ik kan gewoon níet geloven dat dat is gebeurd."

"Kijk, natuurlijk zijn er jongens bij op wie ik gek ben en die het fantastisch doen, maar in de tegenwoordige tijd, met de jeugd, is het toch anders dan in onze tijd. Nu moet ik wel zeggen dat wij alleen maar voetballen hadden, en niet al die dingen die er nu allemaal zijn."

Jullie speelden toch ook weleens een slechte wedstrijd?
"Kijk, daar begin je alweer. Dat zijn er dus heel weinig geweest. En zeker op alle beslissende momenten, dan wáren we er. Daar gaat het om bij voetbal."

Sjaak Swart: 'Een vrouw is belangrijk. Als je er eentje hebt die elke zaterdag naar de Bijenkorf wil, ben je gesjochten' Beeld Friso Keuris

Ik geloof dat De Graafschap een groot trauma voor u is, hè?
"Het was gewoon onbegrijpelijk! Dat je dáárvan verliest! Als je kampioen kan worden!"

Dat kan toch gebeuren?
"Nee dat kan niet!"

Was u vroeger net zo fel als nu?
"Na mijn carrière ben ik feller geworden dan ik tijdens mijn carrière was. De scheidsrechters bijvoorbeeld, daar was ik milder voor. Maar ja, toen had je ook goede scheidsrechters. Die voelden het voetbal aan. Van der Kroft, Leo Horn, Mario van den Ende, Beppie Thomas. De scheidsrechters nu hebben helemaal geen gevoel voor voetbal. Ze willen laten zien dat ze thuis niets te vertellen hebben, maar in het veld de baas zijn. En dan lopen ze rond met zo'n air van: ik ga even bepalen wat er hier vandaag gebeurt."

Vroeger was u een gedweeë jongen die alles over zich heen liet komen?
"Juist! Nou ja. We zaten natuurlijk in een pittige ploeg. We konden lachen met elkaar. Ik zie ze nog steeds. Neeskens belde me van de week nog op."

Wat had hij?
"Hij woont in Zwitserland, over een paar weken komt hij langs met zijn vrouw. Altijd gezellig. Twee jaar heb ik hem bij me thuis gehad, in zijn glorietijd. Op zaterdag gingen we amateurvoetbal kijken, ­'s avonds sliep hij bij me. Om half tien zei ik: Nees, we gaan duiken! En dan gingen we naar bed. Om ons klaar te maken voor de wedstrijd van zondag."

U heeft hem klaargestoomd voor de top?
"Ja. Heb ik ook met Søren Lerby gedaan. Davy Klaassen, was ook een favorietje van me. Donny van de Beek vind ik nu geweldig, Nouri, Cerny, Kluivert, Carel Eiting, Frenkie de Jong, Matthijs de Ligt - dat zijn allemaal grote talenten waar Ajax veel aan kan hebben."

Wat zegt u tegen die jongens?
"Ik vertel hoe mijn carrière was. Wij hebben alles bereikt wat er te bereiken is, dus dat is een mooi voorbeeld. Vijf spelers heb ik bij me gehad: Wesley Sneijder, Rafaël van der Vaart, Johnny Heitinga, Thomas Vermaelen en Toby Alderweireld. Vanaf hun vijftiende."

U was hun zaakwaarnemer?
"Ja. Zaakwaarnemers worden altijd afgekraakt, misschien terecht, want ze proberen hun spelers vaak zo snel mogelijk te verkopen. Zo was ik niet. Van mij mogen ze hun hele leven bij Ajax spelen. De carrière van die jongens, die was belangrijk voor me. Hoe bouw je die op?"

"Als ze het tot hun 36ste volhouden, zoals ik, is het prachtig. Ik probeer ze te vertellen wat je ervoor over moet hebben: goed eten, goed drinken, op tijd naar bed. Ervoor leven. Na je carrière kan je gekke dingen doen wat je wilt, maar tijdens je carrière kan dat niet. Dan raak je geblesseerd, dat is zonde."

Dus uw gouden regels zijn: goed eten, goed drinken en op tijd naar bed. En een leuk meisje vinden?
"Dat óók van voetballen houdt. Als je er eentje hebt die elke zaterdag naar de Bijenkorf wil, ben je gesjochten. Een vrouw is belangrijk. Dat ze goed voor je zorgt, dat ze meegaat naar het voetballen. Mijn vrouw is ook overal mee naartoe geweest. We zijn nu 55 jaar getrouwd. Ja, ik ben echt een jongen van het gezinsleven."

Nog even over die scheidsrechters: wordt Ajax gezocht?
"Door de scheidsrechters? Honderd procent zeker. Je ziet het aan meneer Nijhuis, van de achttien keer dat hij Ajax heeft gefloten, heeft Ajax er vijf gewonnen. Normaal gesproken zijn dat er vijftien. Dat scheelt dus tien wedstrijden."

U heeft de cijfers aan uw kant.
"Ik weet alles! Ze hoeven mij geen kunstjes te vertellen."

Heeft meneer Nijhuis een hekel aan Ajax?
"Honderd procent. Scheidsrechters hebben ook gevoel, en het is ook niet makkelijk, je kan een foutje maken. Maar moedwillige fouten?"

U bent Mister Ajax. Moet u niet wat diplomatieker zijn?
"Nee. Dit is een teken dat ik eerlijk ben."

U heeft een YouTubekanaal, Alles op Swart, waarin u elke week uitraast over iedereen die volgens u tegen Ajax is.
"Ik ben gewoon eerlijk. Als de scheidsrechter goed is, geef ik hem een hand. Ik heb niks met achterbakse gasten die het achter hun ellebogen hebben. Als je zo'n meneer Nijhuis neemt. Ongelofelijk dat hij elke week in dat programma van Derksen en Van der Gijp gaat zitten. En dan neemt hij oliebollen mee. Ik weet niet of hij het weet, maar de grootste oliebol is hij zelf."

Ondanks al deze klachten heb ik het gevoel dat u het toch nog naar uw zin heeft in deze tijd.
"Ja natuurlijk! Ik ben geen ouwe mopperaar. En ik vind het fantastisch hoe ik geëerd word. Iedereen wil met me op de foto. En je moet het ook gezellig máken. Ik heb zoveel mooie dingen, ik krijg mooie uitnodigingen. Ik heb aan niemand een hekel."

Op de dag dat dit stuk wordt gepubliceerd is Ajax jarig, de club wordt 117. Hoe wordt dat gevierd?
"Taart met kaarsjes, elk jaar. Dan komt de Bordjesclub samen. Als je 25 jaar lid van Ajax bent, word je automatisch lid van de Bordjesclub. Dan gaan we hier zitten, aan gedekte tafels, echt mooi. Vroeger heb ik dat gedaan in de Jaap Edenhal, want die heb ik ook nog gehad; 35 jaar heb ik daarin gezeten. Sigarenhandel, heb ik ook gehad. Alles heb ik gedaan."

Wat jammer dat uw moeder het allemaal niet heeft meegemaakt.
"Ja. Dat is het. Maar verder ben ik een zondagskind. En ik ben ook op zondag geboren. Mooi hè? Ik heb het nog steeds heel erg naar mijn zin."

Ajax heet een club vol intriges en narigheid te zijn, dit klinkt heel gezellig.
"Weet je wat het is? Er moet wat gebeuren bij Ajax. Als alles goed gaat en het is stil, dan is het ook niet goed. Er moet altijd een of ander dingetje aan de hand zijn. Dat is Ajax."

Sjaak Swart in 1953, zittend in het midden Beeld -

Sjaak Swart

3 juli 1938, Muiderberg
1956 Debuut in eerste Ajax
1960 Debuut Nederlands elftal
1962 Intertoto Cup
1971-1973 Drie keer Europacup I
1958-1973 Sigarenzaak Sjaak Swart in de Pontanusstraat
1973 Stopt als speler Ajax 1
1973-2005 Restaurant in de Jaap Edenhal
2000-nu Broodjeszaak in de RAI
2005 Sjaak Swartbrug in Park de Meer
2016-nu YouTubekanaal Alles op Swart

Sjaak Swart woont met zijn vrouw Andrea in Diemen. Ze hebben twee dochters en vier kleinkinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden