Column

Sinds de Vara word ik ge­wezen op mijn onverschilligheid

Theodor Holman Beeld Wolff

Het woord 'verschillig' was door het reclame­bureau van de Vara bedacht als tegenstelling van onverschillig. Verschillig, zo lees ik in het Woordenboek van de Nederlandse Taal, bestond al wel, maar alleen ergens in Vlaanderen en dan zoals wij het woord 'verschillend' gebruiken.

Sinds de Vara word ik ge­wezen op mijn onverschilligheid ten aanzien van het wereld­gebeuren, en ik denk voortdurend: dat klopt. Maar ook: daar kan ik niets aan doen.

Ik zie wat er in Aleppo gebeurt, ik kom in aanraking met asielzoekers, ik merk hoe mijn stad bedolven wordt onder Airbnb'ers, ik ervaar hoe onze democratie verloedert, en zo kan ik nog wel een tijd doorgaan.

De verschilligheidsparadox treedt hier in werking: hoe meer leed, hoe onverschilliger ik word om de eenvoudige reden dat ik al dat leed niet aankan en niet weet wat ik eraan moet doen.

Het enige wat ik merk is dat men het verschillige standpunt inneemt, en daar laat men het bij.

"Het is afschuwelijk wat er in Aleppo gebeurt en Assad is een schoft."

En: "Het is afschuwelijk wat er in Aleppo gebeurt en hoe treurig ook, we kunnen beter even Assad steunen zodat die hel snel afgelopen is."

De verschilligheidsparadox - het kan niet anders dat iedereen daaraan lijdt - heeft tot gevolg dat elke opinie de juiste kán zijn. Want of ik nu zeg dat Assad vermoord moet worden, of dat we hem moeten liefhebben, het maakt niet uit.

Opinies zijn zoiets als mode binnen een subcultuur geworden. Een bedenkelijke ontwikkeling die voortkomt uit de opvatting dat men de rede minder belangrijk vindt dan emotie.

"De kinderen in Aleppo hebben geen eten meer, er is geen medische verzorging en de toegangswegen zijn geblokkeerd."

Wat is nu wijsheid? En hoe kan ik die wijsheid opdoen? Ik kan dat niet. Ik vertrouw op mensen die ik vertrouw, maar dat worden er steeds minder, want mijn opiniehelden zijn gestorven en de nieuwe zijn moeilijk te traceren; de kranten doen zo hun best om voor- en tegenstanders aan het woord te laten dat ik tussen hen ook geen keuze kan ­maken.

Ik weet niet wat en hoe ik moet denken en dat maakt me onverschillig.
Dus hou ik me gedeisd, maar dat wordt me helemaal kwalijk genomen.
Hoe meer er gebeurt, des te eenzamer ik word.

Verschilligheid is een leugen waarmee niet valt te leven.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden