Plus Generatie 020

Sed Bircan (54) prijst de Nederlandse liefde voor het dier

Elke generatie ervaart de veranderende stad op haar manier. Sed Bircan (54) prijst de Nederlandse liefde voor het dier en heet iedereen welkom in zijn koffiehuis.

Sed Bircan voelt zich meer Amsterdammer dan Turk Beeld Sanne Zurné

Dat onbestemde en tegelijkertijd vertrouwde gevoel dat je overvalt zodra je op Schiphol bent geland. Sed Bircan (54) heeft het elke keer als hij terugkomt van vakantie in Turkije. Het gevoel weer echt thuis te zijn. "Ik voel mij meer Amsterdammer dan dat ik mij Turk voel."

Bircan kwam in 1985 aan in Nederland. Hij had in Turkije in militaire dienst gezeten en was op zoek naar werk in Europa. In Italië en Frankrijk was hij in aanraking gekomen met de vreemdelingenpolitie, omdat hij geen geldig visum had. Ze waren streng en onaardig tegen hem.

In Nederland was de sfeer anders, merkte hij meteen. Gemoedelijker. "Toen ik hoorde dat hier een dierenambulance bestond wist ik zeker dat ik hier wilde wonen. Een land dat lief is voor dieren, zou vast ook lief zijn voor mij."

Last van heimwee heeft Bircan niet, 32 jaar na zijn vertrek uit Turkije. Hij komt er nog steeds graag, maar het blijft vakantie. Daar is hij toerist, hier is hij thuis.

En toch is Turkije nooit ver weg in Bircans koffiehuis Karanfil in de Tweede Van der Helststraat. Aan de muur hangen posters van Turkije, uit de boxen klinkt Turkse muziek en door de bezoekers wordt louter Turks gesproken. "We zijn een hechte gemeenschap," zegt Bircan over zijn klanten. "Als iemand overlijdt of trouwt worden de kaartjes hier afgeleverd en zorg ik dat iedereen ze krijgt. We zijn als familie voor elkaar."

Rummikuppen en babbelen
Turkse koffiehuizen vervullen zo een belangrijke wijkfunctie, al komen de klanten van Bircan lang niet alleen uit De Pijp. Vanuit alle stads­delen reizen ze naar Karanfil om daar een spelletje te rummikuppen of een potje te kaarten, maar vooral om te 'babbelen', zoals Bircan het noemt.

Vroeger waren er zeker vijftien Turkse koffiehuizen in De Pijp, veel meer dan nu. Er werd veel gegokt en in drugs gehandeld, zegt Bircan. Waar dat toe kon leiden zag hij van dichtbij. Samen met zijn zwager runde hij koffiehuis Turkiyem Genclik in de Daniël Stalpertstraat. Op een ochtend in november 2011 werd zijn zwager dood aangetroffen in de zaak. Vermoord.

"Ik had met hem afgesproken dat hij zou stoppen met dat drugsgedoe. Dat had hij ook gedaan, maar blijkbaar speelden er nog dingen uit zijn verleden."

50

Hoe ervaren Amsterdammers de veranderende stad? Tien stadsbewoners van verschillende generaties delen hun verhaal.

Bircan besloot om samen met zijn neef een nieuw koffiehuis te beginnen. Zonder gokken, drugs of andere 'smerige zaken'. Hij streek neer in de Tweede Van der Helststraat. Nu schenkt hij overdag de koffie en thee in, zijn neef neemt de avonddiensten voor z'n rekening.

Hij heeft de wijk de laatste jaren zien veranderen. Het is steeds drukker geworden. Duurder ook. Vroeger kwam hij nog wel eens op de Albert Cuypmarkt, maar daar heeft hij eigenlijk nog maar weinig te zoeken. Te duur. En dan het parkeergeld, vooral voor klanten die van ver komen is het bijna niet te doen. Bircan prijst zich gelukkig met een 'fantastische huisbaas' die de huur niet verhoogt, maar hij heeft veel ondernemers uit De Pijp zien vertrekken omdat de kosten van huisvesting niet meer op te brengen waren.

Maar de drukte heeft ook positieve kanten. Er lopen meer mensen langs, dat is gezellig. Niet dat de hippe studenten en jonge werkenden op weg naar de cafés op het Van der Helstplein of Gerard Douplein bij hem binnenkomen voor een drankje. Maar als het regent, komen ze soms schuilen onder zijn luifel. Dan maak hij een praatje met ze. "Ik deel mijn glimlach graag met iedereen."

Vrouwen echt welkom
Dat vindt Bircan het fijnste van wonen in Amsterdam: de spontane ontmoetingen, het praatje met de buurvrouw. Hij vindt het jammer dat er maar zelden mensen uit de buurt een kopje koffie komen drinken in Karanfil. En vrouwen zijn er al helemaal niet te vinden in het tl-verlichte etablissement. Ze zijn van harte welkom, zegt Bircan, maar het koffiehuis is nu eenmaal meer een plek voor mannen. "Dat heeft ook met onze cultuur te maken."

Al bijna vijftien jaar woont Bircan nu in Oost, en hij is niet van plan om Amsterdam ooit te verlaten. Zijn vier kinderen zijn hier opgegroeid en wonen bij hem in de buurt. Hij wil graag dicht bij zijn kinderen blijven wonen. Daarin verschillen Turken van Nederlanders. "Wij hebben een andere invulling van ouderschap. Wij blijven voor elkaar zorgen."

Lees ook deel 1: Truus Langelaan-van Eeghen (108) wilde geen mevrouwtje uit Zuid worden

En deel 2: Mimi Verbrugge (93): 'Mensen bekommeren zich minder om elkaar'

En deel 3: Leny van Engelen (81) en Ank Meijer (80): 'Je went er aan dat fietsen worden gejat'


En deel 4: Frank Mansro (69) wilde 8 maanden blijven, maar het werd een leven lang

En deel 5: Theresa Man (63): 'Vroeger ging ik met de auto naar de Zeedijk'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden