Plus

Schuilen bij de Van Tijntjes: 'onderduikbroer en -zus' blikken terug

Het gezin Van Tijn nam in de Tweede Wereldoorlog de Joodse Juliette Zeelander in huis. Juliette (78) en haar 'onderduikbroer' Geert van Tijn (82) blikken terug.

Geert van Tijn en zijn 'onderduik-zusje' Juliette Zeelander. 'Ik heb dankzij Mama Mien een goede jeugd gehad.'Beeld Dingena Mol

Het is vaste prik. Elk bezoek aan Nederland treft de in Australië woonachtige Juliette Zeelander haar 'familie', die ze ook wel liefdevol de Van Tijntjes noemt. De oorlog, waarin Juliettes moeder en vader Van Tijn werden vermoord, is tijdens het weerzien altijd een gespreksonderwerp.

Zeelander kwam in 1943 op vierjarige leeftijd in het gezin Van Tijn terecht, nadat haar ouders, Jacques en Elisabeth Zeelander die beiden voor de Joodse Raad werkten, waren opgepakt. "Ik ben om een of andere reden niet meegenomen. Ik stond, naar ik later begreep, niet op een lijst. Heel vaag herinner ik me nog dat een man in lichte kleding me vanuit huis meenam naar de Joodse Invalide."

Het ondergedoken nichtje van Juliettes moeder, Suze Bros, schakelde Mien van Tijn in, moeder van zes kinderen. De vrouw liep, zo is de overlevering, resoluut de Joodse Invalide binnen, een tehuis voor mindervaliden en ­bejaarden. Ze nam de kleine Juliette, een meisje met donkere ogen en donker haar, bij de hand en liep langs een Duitse soldaat weer naar buiten.

Juliette: "Ik weet nog dat ik moord en brand schreeuwde toen ze met mij op de tram wilde stappen. 'Dat mag ik niet,' riep ik hard. Maar ze zei heel bedaard: 'Met mij mag je wel op de tram'."

Met een autopedje door de gangen
Mien van Tijn ving Juliette op in haar huis in de James Wattstraat in de Transvaalbuurt. Zelf had ze kort ervoor afscheid moeten nemen van haar Joodse echtgenoot Eli van Tijn, hoofd van een Joodse school in de Transvaalbuurt en lid van de Groep Gerretsen, een verzetsgroep van ongeveer twintig leden. In die verzetsgroep zat ook Kees de Groot, een van de mensen van het illegale Parool. Eli van Tijn was door een Duitse Jood verraden, nadat hij hem aan een vals persoonsbewijs had geholpen.

Zijn zoon Geert herinnert zich dat zijn vader zijn gouden zakhorloge vlak voor zijn vertrek nog op tafel legde met de woorden: "Zo, dat krijgen ze niet van me."

Hij weet ook nog dat zijn moeder niet lang daarna met Juliette kwam aanzetten. "Mijn moeder vroeg ons of we een spelletje met haar konden doen, zodat ze zich een beetje op haar gemak zou voelen. In een kring speelden we 'Vinger in de hoed wie er mee doet'."

Juliette heeft slechts 'flitsen' herinneringen uit de oorlogsjaren. "Een van die flitsen is dat ik met een autopedje door de gangen van de Joodse Invalide reed. Een andere is er een met mijn biologische moeder. Zij stond in de keuken te koken en ik zat op een kruk."

Knuffelbeer Tommie
In het gezin Van Tijn ging Juliette gewoon met de andere kinderen naar school. Ze sliep op de kamer bij Geert, de jongste zoon. Geert: "Ik zong altijd in bed en schudde met mijn hoofd, uit een soort stress. Juliette luisterde en zong later mee toen ze de liedjes herkende. Ik had een heel repertoire: De paden op, de lanen in, Op de grote stille heide en Een karretje op de zandweg reed."

Hij zingt de liedjes prompt stuk voor stuk. Juliette valt in. In de huiskamer klinkt in duet: "In 't groene dal, in 't stille dal." Als het liedje is gezongen, zegt Juliette: "De familie bood me veiligheid."

Juliette weet nog goed dat ze met 'Mama Mien' naar de Bijenkorf ging. De juffrouw achter de toonbank vroeg hoe ze heette. "Ik zei toen: 'Ik heet Juliette van Tijn, maar mijn echte naam is Juliette Zeelander.' Als daar, op dat moment, een Duitser had gestaan... Het was de tweede keer dat ik Mama Mien in gevaar bracht."

Een ander steeds terugkerende flits gaat over haar knuffelbeer Tommie. Het pluchen beestje was vlak voor de deportatie van haar ouders ingepakt. Haar ouders stuurden de beer vanuit Westerbork naar Amsterdam. Juliette kreeg hem op haar vijfde verjaardag. "Toen ik Tommie Beer zag, riep ik uit: 'Dat is mijn beer van vroeger,'" zegt Juliette, die niet van onderduikplek naar onderduikplek moest, maar tot de bevrijding, en zelfs nog langer, in het gezin Van Tijn is gebleven.

Haar moeder, Elisabeth Zeelander-Monnikendam, werd in 1944 vergast in Auschwitz. Haar vader, die ook in Auschwitz zat, moest meedoen aan de dodenmars naar Buchenwald. Hij overleefde het en keerde na de bevrijding terug naar Amsterdam. "Ik weet nog dat Mama Mien riep: 'Kom eens hier Juliette, hier is je vader.' Ik wilde niets van hem weten. Ik gaf hem een schop tegen zijn been."

Juliette bleef nog tot 1948 in het gezin van Van Tijn. Pas toen haar vader hertrouwde, ging ze weer bij hem wonen. Ze keek, vertelt ze, nog jarenlang op straat of ze haar moeder ergens zag. Voor de destijds 14-jarige Geert kwam het vertrek vrij onverwachts: "Ik vond het zo raar dat ze plotseling verdween. Ineens was ze weg."

Ook Geerts vader overleefde de oorlog niet. Een van zijn zusjes ging vaak naar het treinstation om te kijken of haar vader toch nog terugkwam.

Een geslagen mens
Geerts moeder en Juliettes vader spraken niet meer over de oorlog. "Mijn vader was hermetisch gesloten over de oorlog. Hij kon er niet mee leven en had nachtmerries. Hij wilde niet worden aangeraakt."

In 1952 emigreerden Juliette met haar vader en zijn nieuwe vrouw naar Australië. De onrust in Europa met de Koude Oorlog was voor hem een reden om te vertrekken. ­Juliette: "Mijn vader zei: 'Het zal me niet gebeuren dat ik al mijn huisraad terugkrijg, maar niet mijn hele familie.'"

Geert en Juliette belandden beiden in de wereld van de muziek. Geert werd koorleider en stand-updirigent, ­Juliette violiste in het Melbourne Symphony Orchestra. Ze ging op latere leeftijd in psychotherapie om haar oorlogsverleden te verwerken. Psychiater Paul Valent tekende haar verhaal op in zijn boek Child survivors of the Holocaust. Ze vindt zelf dat ze uiteindelijk 'redelijk goed' uit de oorlog is gekomen.

"Mijn moeder was vermoord en mijn vader kwam terug de kampen als een geslagen mens. Ik heb dankzij Mama Mien een goede jeugd gehad. Ik voelde toen natuurlijk de verwijdering van mijn ouders, maar ik voelde me ook thuis in dat gezin. Dat heeft mij erg geholpen. De Van Tijntjes zijn een begrip in mijn leven. Geert is mijn broertje."

De relatie met haar vader is niet gemakkelijk geweest. Pas aan het eind van zijn leven biechtte hij zijn 'geheim' op. Zijn zus in Engeland had hem gezegd dat hij zijn dochter en vrouw naar haar moest sturen. Zij wilde hen opvangen, maar Jacques Zeelander was daar niet op in gegaan. Juliette: "Aan het einde van zijn leven vertelde hij me dat, in tranen. Hij vroeg hoe ik het vond dat hij ons niet in veiligheid had gebracht. Ik zei tegen hem: 'Maar hoe kon jij weten wat ons te wachten stond. Miljoenen mensen wisten dat niet.' Hij heeft er zijn hele leven mee geworsteld."

Elk jaar gedenken Geert en Juliette; zij heeft gisteren in de Hollandsche Schouwburg haar moeder herdacht, Geert in de Transvaalbuurt zijn vader. Geert van Tijn heeft nagenoeg zijn hele leven de Transvaalbuurt gemeden, totdat in 2007 voor zijn vader bij de Kraaipanschool een gedenkteken werd onthuld voor een bijzondere daad: op de zolder van de school hield Eli van Tijn Joden verborgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden