Plus Column

'Schud die teringagent de hand als ie klaar is, en rij vrolijk verder'

Mano Bouzamour (1991) publiceerde eind 2013 zijn succesvolle debuutroman De Belofte van Pisa. Elke zondag lees je hier zijn column uit Het Parool.

Beeld Wolff

Ik kende de namen van het spellingsalfabet dat iedere agent gebruikt om de ingewikkelde Marokkaanse achternamen op de juiste wijze te spellen, uit mijn hoofd. Op het moment dat de agent de portofoon naar zijn mond bracht om mijn gegevens aan de meldkamer door te geven om te ­controleren of ik niet gesignaleerd stond, vuurwapengevaarlijk of illegaal was, begon ik te ratelen: "Bernard, Otto, Utrecht, Zaandam, Anton, Marie, Otto, Utrecht, Rudolf."

Elke Marokkaan in Amsterdam kan zijn achternaam in spellingsalfabet spellen. Naja, een deel van de Mokumse Marokkanen. Oké, een deel van de taalminnende Marokkanen.

Wat ik wel met zekerheid kan stellen, is dat iedere Marokkaan een keer onterecht is staande gehouden. Hoe vaak het mij is overkomen? Ik ben de tel kwijt. Moet er wel duidelijk bij vermelden dat ik vaker aangehouden werd toen ik zo'n van de zijkanten op meesterlijke wijze opgeschoren kapsel had.

De keer dat ik op de Beethovenstraat fietste en mijn kuif in de weerspiegeling van de ramen van de geparkeerde auto's checkte. Een motoragent mij van de weg reed en ik hem vroeg waarom hij dat deed.

"Je hebt iedere auto in deze straat uitvoerig zitten bekijken. Tjonge jongen, dacht je echt dat je onopvallend bezig was?"
"Ik, ehm, bekeek mijn haar in de reflectie. Ik heb een date zo."

Of de keer op de Ceintuurbaan bij de pinautomaten van de ING. Terwijl het keihard regende, ging ik met mijn capuchon op pinnen. Slippende banden. Agenten sprongen uit de auto alsof ik een staatsvijand was. Ze controleerden of de gegevens op mijn ID strookten met die op mijn bankpas. Op beide stonden mijn namen. Daarna vroeg één van de agenten waarom ik met mijn capuchon op ging pinnen.

"Omdat het regent?"
"Nu ziet het eruit alsof je iets te verbergen hebt."
"Maar dat heb ik niet."

Als je zomaar werd aangehouden en om je heen keek hoe voorbijgangers vluchtige blikken op je wierpen, probeerde je ingetogen te lachen. Er kon van alles gebeuren. Je stond op straat maar was niet vrij, maar je zat ook niet vast. Machteloze momentjes. Meestal mocht je na tien minuten gaan. Maar heel soms ging je mee naar het bureau tot je na zes uurtjes, en een bevroren broodje kaas, te horen kreeg dat je wegens een gebrek aan bewijs naar huis mocht.

Dan kwam ik thuis en brieste ik het verhaal aan mijn broer. Hij lachte meestal en vertelde dat ik mij niet druk moest maken om zoiets onbenulligs.

"Weet je wat je moet doen als je weer aangehouden wordt?"
"Nou?"
"Blijf heel vriendelijk. Schud die teringagent de hand als ie klaar is. En rij vrolijk verder."

De eerste keer dat ik dat deed, jolig de jatten van een juut schudden, keek de agent bijzonder onthutst. Sindsdien ben ik nooit meer aangehouden.


m.bouzamour@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden