Column

Schrijvers en cabaretiers waar ik dol op ben, reken ik tot mijn grootste vrienden

Mano Bouzamour (1991) publiceerde eind 2013 zijn debuutroman De Belofte van Pisa. De film-, theater- en hoorspelrechten van het boek werden verkocht, en ook verschijnt de roman in 2016 in het Duits. Elke zondag lees je hier zijn column uit Het Parool.

Beeld Floris Lok

In de zomer ontving ik op Twitter een berichtje van mijn jeugdheld. De cabaretier had op aanraden van een andere cabaretier mijn roman gelezen en vond het erg mooi geschreven. Ik schreef terug: 'Goeie grap!'
Vorige week liet hij weer van zich horen. Of ik mee wilde naar zijn theatershow in Den Bosch. Zijn chauffeur zou mij van huis oppikken. Als Najib Amhali je dat vraagt, dan ga je mee, ongeacht wie of wat er op je zaterdag gepland staat.

Op de stoep voor mijn deur stond een Mercedes geparkeerd. Met een beetje zenuwachtige tred liep ik erheen. Hij zat niet in de auto. We moesten hem ophalen in Abcoude. Op de snelweg maakte de gloednieuwe auto een raar geluid, misschien was de band lek?

We belden aan, hij deed open. Het was alsof ik Amhali al jaren kende. In feite was dat ook zo; avonden lang had ik vroeger met mijn vriendinnetje de dvd'tjes van zijn shows stuk gekeken. Tot vervelens toe teruggespoeld, minutieus uit mijn hoofd geleerd en op straat en school nagespeeld. Schrijvers en cabaretiers waar ik dol op ben, die ik nooit ontmoet heb, reken ik tot mijn grootste vrienden.

Amhali vertelde voor zijn villa: 'Kom, ik geef je een rondleiding zodat je straks ook zo'n huis kan kopen als je echt succes hebt.'
Even later wisselde de chauffeur van auto, Amhali gooide de sleutel, de chauffeur ving hem op. We stapten in een luxe SUV. Terwijl ik mijn gordel omdeed, vroeg ik: 'Heb je een voorliefde voor drugsdealersauto's?' Hij antwoordde: 'Ja, maar ze moeten wel hybride zijn.'

In een leeg theater stemden zijn muzikanten hun instrumenten. Daarna repeteerde en zong hij terwijl hij de drumstokken met supersonische snelheid en tomeloos veel tact op het drumstel sloeg. Ik stond op het podium en plaste bijna in mijn broek van opwinding.
Na de schitterende show wachtten de hardcore fans hem op in de foyer. Een mevrouw van het theater vertelde dat een drietal hem dolgraag wilde ontmoeten. Ze waren slechtziend.

Hij vroeg hen: 'Kunnen jullie helemaal niks zien?' Ze antwoordden van niet. 'Jammer, ik trek nu net mijn broek uit. Willen jullie trouwens wat drinken? Wijn? Bier? Of moeten jullie straks nog met de auto naar huis rijden?'

Eén van de drie, een jolige jongedame, sloeg hem zachtjes met haar blindengeleidestok op zijn bovenbeen. Hij pakte de stok af, kneep zijn ogen dicht en vroeg haar hem te leiden. Ze legde een hand op zijn schouder terwijl hij op zijn tenen tussen de tafels door trippelde en met de stok om zich heen zwaaide. De anderen sloten zich aan en tussen het gestiefel door keek Amhali achter zich, en zei: 'Zo is de polonaise dus ooit ontstaan. Door een stel slechtzienden!'

Daarna smeerden we hem en doken het nachtleven in. Is Twitter toch nog ergens goed voor geweest.

Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan. Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden