Plus

Schrijver Thomas van Aalten zoekt contact met gevluchte overvallers

Drie voormalige Rote Armee Fraktionleden op leeftijd verblijven mogelijk in Nederland en plegen nog af en toe een roofoverval. Schrijver Thomas van Aalten opent een postbus in Amsterdam in de hoop dat ze hem zullen schrijven.

Compositietekeningen van de drie, gemaakt na overvallen in januari vorig jaar Beeld EPA

De woordvoerder van het Landeskriminalamt Niedersachsen, Frank Federau, moet het ook dit jaar weer verkondigen, deze keer op 15 januari aan de Osnabrücker Zeitung: "We zitten nog altijd achter ze aan, maar we hebben geen heet spoor."

Hoe traceer je drie voormalige Rote Armee Fraktionleden op leeftijd, die nog altijd af en toe een roofoverval plegen om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien?

Een van hen, Ernst-Volker Staub, schreef ooit lijvige brieven. Ik heb nu Postbus 69521 1060 CN in Amsterdam geopend, in de hoop dat in elk geval híj weer zal schrijven.

Vorige zomer stonden de drie voormalige leden van de Rote Armee Fraktion (RAF) in Nederland weer in de belangstelling dankzij het tv-programma Opsporing verzocht. Ze hadden met sterk verouderde wapens nog 600.000 euro bij een overval in Cremlingen binnengesleept.

Opsporing Verzocht
De overvallen zijn vooral bedoeld voor 'leefgeld' en vermoedelijk niet om een revolutie te financieren. Het trio zou mogelijk in Nederland verblijven; na een overval werd net over de grens een telefoonsignaal opgevangen.

Een van de voortvluchtigen, Staub (inmiddels 63), schreef in de jaren tachtig lijvige brieven aan een andere RAF-sympathisant. Deze brieven liggen in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam (IISG). In een van die brieven kijkt Staub als dertiger in de toekomst, en rept hij van een 'computergeneration'.

Hij schrijft in het symbolische jaar 1984: 'In de toekomst zal er uitgebreide controle door computers plaatsvinden. Zeer complexe en uitgebreide zoeksystemen die volgens specifieke criteria, individuen en groepen screenen.' Ook heeft hij het over huiveringwekkende 'supercomputers' en 'Infosystemen der Terrorismuszene".

Precies deze correspondentie trok kennelijk ook de aandacht van twee journalisten van Die Zeit, die vorig voorjaar uit de brieven citeren en het trio 'De vliegende Hollanders' als bijnaam geven, vernoemd naar het spookschip.

Na de uitzending van Opsporing verzocht volgen de getuigenissen elkaar op. Eind september is er een zoekactie in en rond de haven van het Friese Grou. Agenten posten rondom de haven en winkelstraten, maar het blijkt om toeristen te gaan, zoals later ook zou gebeuren op een vakantiepark in Medemblik (Noord-Holland).

Een zichzelf verklaard persfotograaf Piet Bosma uit Noordwolde weet zeker dat hij de drie heeft gezien. Op een regionale website, de Nieuwe Ooststellingwerver, zegt hij het trio te hebben gezien 'op een parkeerplaats langs de snelweg A32 tussen Wolvega en Heerenveen'. Staub zou op zijn dooie gemak hebben staan urineren in de berm.

'Hypocriete naoorlogse mentaliteit'
Wat begon als een radicaal-linkse beweging rondom
Andreas Baader (1943-1977), eindigde als een georganiseerde groepering van meerdere cellen. Onder de slachtoffers waren kopstukken die in de ogen van de RAF symbool stonden voor de hypocriete naoorlogse mentaliteit, waarbij het nazisme werd verruild voor het kapitalisme.

Burkhard Garweg, Ernst-Volker (Wilhelm) Staub en Daniela Klette Beeld ANP

Zo was oud-SS-officier Hanns Martin Schleyer eind jaren zeventig voorzitter van de West-Duitse werkgeversvereniging. Hij werd ontvoerd als ruilmiddel om Baader, zijn intellectuele metgezel Ulrike Meinhof en andere RAF-leden vrij te krijgen uit de gevangenis.

Uiteindelijk vond Schleyer de dood in een kofferbak en stierven de RAF-leden onder dubieuze omstandigheden in de beruchte gevangenis, hoewel de autoriteiten spraken van zelfdoding.

De spanningen raakten in 1977 ook Amsterdam. Ondergedoken RAF-leden Christof Wackernagel en Gert Schneider en de Amsterdamse agenten Zoet, Van Hoogen en Serno belandden in Osdorp in een vuurgevecht rondom een woning op de Baden Powellweg, die als schuilplaats werd gebruikt.

Joop van Riessen, in de jaren zeventig en tachtig hoofdinspecteur en commissaris en thans bekend van zijn politieromans, erkent dat de RAF destijds in Nederland relatief gemakkelijk onderdak kon vinden. Dat het hier nooit tot zo'n activistische beweging is gekomen ('Ach, die RaRa'), danken we aan de poldercultuur van de autoriteiten.

Ja, de schietpartij in Osdorp en de moord op brigadier Arie Kranenburg in 1977 (door RAF-lid Knut Folkerts) bij een Utrechts autoverhuurcentrum waren verschrik­kelijke incidenten, maar wel incidenten die geen wortels hadden in Nederlandse kringen.

Bloednerveus
Van Riessen meent dat het contact blijven zoeken met Nederlandse activisten vruchten heeft afgeworpen. "Met de fanatiekste activisten uit de kraakbeweging probeerden we nog te praten. Ik was toevallig in 1978 in Rome toen de Brigate Rosse de politicus Aldo Moro had ontvoerd. Dat was bij ons ondenkbaar geweest. Ik voelde de spanning in het politiekorps daar; alle agenten waren bloednerveus en stonden onder grote druk."

(Het ultieme voorbeeld van polderen: de getroffen brigadier Herman van Hoogen bezocht later RAF-lid Wackernagel in diens Duitse cel en pleitte zelfs voor zijn vervroegde vrijlating).

Ron Augustin, officieel het enige Nederlandse RAF-lid, was als graficus in Amsterdam een getalenteerde vervalser van documenten. Augustin, die nog altijd als vormgever werkt, laat per e-mail vanuit het buitenland weten dat hij de term 'terrorisme' liever niet gebruikt als term voor de RAF-activiteiten, al beseft hij dat het kapen van een Lufthansavliegtuig in oktober 1977 wel degelijk als terroristisch wordt beschouwd.

"Maar de meesten van ons zijn daarom juist tegen zulke acties geweest, dus ook de vliegtuigkaping door leden van het Palestijns Bevrijdingsfront, die de vrijlating van gevangenen uit de RAF eisten. Als men het heeft over het politieke concept en de politiek-militaire doelwitten van de RAF, is terrorisme in elk geval het verkeerde begrip."

Het trio dat nu voortvluchtig is, is van een geheel andere RAF-lichting. Historicus Jacco Pekelder, die in 2007 een boek publiceerde over de banden van de RAF met Nederland (Sympathie voor de RAF) zegt: "Van oudsher zie je bij die bewegingen twee kampen ontstaan: aan de ene kant de activisten die het geweld echt afkeuren, en aan de andere kant was er een fanatieke kern die het geweld nog altijd niet schuwde voor het grotere doel. Het zou kunnen dat de drie ook nu worden gedekt door een netwerk van sympathisanten."

Strikt vertrouwelijk
Ron Augustin heeft de voortvluchtige drie overigens nog nooit ontmoet. "Waarschijnlijk kunnen ze zich zo lang handhaven omdat ze alle contacten met hun vroegere scene hebben verbroken en niet meer politiek actief zijn geweest. Hoewel zij een deel van het stuk geschiedenis zijn waarmee de meesten van ons hebben gebroken, wenst niemand van ons hun een arrestatie en levenslange gevangenis toe. Helaas is er nu geen politieke structuur die een amnestie voor ze zou kunnen bevechten."

Als ze worden gepakt, zullen ze overigens vermoedelijk alleen worden veroordeeld voor hun overvallen, niet voor hun betrokkenheid bij de aanslagen uit het verleden - die zijn vermoedelijk verjaard.

Volgens Van Riessen is het aannemelijk dat het trio in het dagelijks leven slechts af en toe afspreekt. Een postbus openen om in contact te komen met de drie? Het lijkt Augustin een zinloze onderneming, maar historicus
Pekelder vindt het idee niet eens zo vreemd.

Als Staub of zijn twee medevoortvluchtigen mij schrijven, zal ik de brieven strikt vertrouwelijk bewaren - niet in mijn huis - en ik beloof de correspondentie niet te zullen doorspelen aan de Nederlandse of Duitse politie.

De arrestatie van de toenmalige RAF-leden Christof Wackernagel en Gert Schneider in Osdorp, 1977 Beeld ANP

Wie zijn deze drie?

Ernst-Volker Staub (1954) wordt in verband gebracht met moordaanslagen in 1989 op Alfred Herr­hausen, een topman van Deut­sche Bank, en op Detlev Karsten Rohwedder in 1991, die verantwoordelijk was voor de privatisering van voormalige staatsbedrijven van de DDR. Harde bewijzen zijn echter nooit geleverd. Mitgliedschaft in einer terroristischen Vereinigung blijft tot nu de voornaamste aanklacht.

De benjamin van het gezelschap, Burkhard Garweg (geboren in het revolutiejaar 1968), komt voort uit links-radicale kringen in Hamburg, maar zijn voornaamste link met de RAF is de betrokkenheid bij de overvallen van na de opheffing. Hij wordt door de RAF-veteranen steeds meegetorst van overval naar overval. Zijn halve leven is hij al op de vlucht. Kort na de opheffing van de RAF zou een insider aan de Berlijnse krant Die Tageszeitung hebben verteld dat niemand echt snapt wat zijn drijfveren zijn. Garweg kreeg als twintiger een oproep zich te melden bij de Bundeswehr vanwege de dienstplicht, maar kwam nooit opdagen.

Van Daniela Klette (1958) is geen recent beeldmateriaal beschikbaar; haar laatste foto stamt uit 1988. Klette is volgens de Duitse autoriteiten in februari 1991 betrokken bij een aanslag (geen gewonden) bij de Amerikaanse ambassade in Bonn, een vergelding vanwege de Golfoorlog in Irak. In een vluchtauto wordt een haar van Klette gevonden.

Alle drie zijn sowieso vermoedelijk betrokken geweest bij de laatste RAF-aanslag op een gevangenis in Weiterstadt in 1993. Ook hierbij vielen geen gewonden; wel kon de politie toen het dna traceren. Alle tips die de Nederlandse politie krijgt, speelt ze door aan haar Duitse collega's. Nederlandse agenten helpen, maar niemand is actief met de zaak bezig.
Officieel werd de Rote Armee Fraktion in 1998 opgeheven, met een fax van acht kantjes aan persbureau Reuters. Experts vermoedden dat Staub achter deze brief zit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden