PlusInterview

Schrijver Isabella Hammad bestrijdt de trend van dunne boeken

De Palestijns-Britse Isabella Hammad debuteert met De Parijzenaar, gebaseerd op het leven van haar Palestijnse overgrootvader Midhat Kamal. ‘In mijn familie zijn we allemaal verhalenvertellers.’ 

Werkplaats waar bezems worden gemaakt, Jaffa 1914.Beeld Roger Viollet via Getty Images

Midhat ­Kamal, zoon van een Palestijnse textielhandelaar, is 19 als hij door zijn vader vanuit Nablus naar Montpellier wordt gestuurd om daar geneeskunde te gaan studeren om te voorkomen dat hij onder de wapenen moet. Het is 1914, en het Ottomaanse Rijk schaart zich tijdens de Eerste Wereldoorlog aan Duitse zijde.

Terwijl de universiteit leegloopt omdat de Franse studenten wél ten strijde moeten, woont hij in bij Docteur Frédéric Molineu. Als zijn liefde voor diens dochter Jeannette spaak loopt, vertrekt hij naar Parijs waar hij ondanks de oorlogstijd de bon vivant uithangt. Le jeune Turc, noemen de Fransen hem, of de Levantijn. Hij is anders, zoals hij na terugkeer in Nablus ‘de Parijzenaar’ zal zijn, de zorgeloze jaren van ballingschap en vrijheid ten einde.

Midhat Kamal is de overgrootvader van de Palestijns-Britse schrijfster Isabella Hammad (27), die op 22-jarige leeftijd voor het eerst Palestina bezocht. Een jaar lang sprak ze met familie en landgenoten en deed ze research naar de nadagen van het Ottomaanse rijk en de jaren dat Palestina onder Brits mandaat stond. Ze debuteert met de lijvige en veelomvattende roman De Parijzenaar, waarin ze de gevolgen van de Joodse immigratiegolven optekent en het Arabisch verzet tegen de Britten.

Ze zou naar Nederland komen; het gesprek gaat nu per Skype vanuit Londen, waar ze verbleef toen de lockdown inging. “Gelukkig ben ik nu niet in New York, waar ik deels woon. Maar ik had dit niet verwacht, ik had maar een kleine tas met spullen bij me. Ik heb het gevoel dat de aarde ons uitlacht.”

U hebt een roman geschreven met een grote politiek-historische reikwijdte. Was dat van meet af aan uw bedoeling?

“Ik was nog erg jong toen ik eraan begon, vanuit een zekere onschuld. Als ik had geweten waar het op zou uitlopen, zou ik het veel enger hebben gevonden. Ik had als tiener al het idee dat ik over mijn overgrootvader wilde gaan schrijven, de verhalen die in mijn familie over hem werden verteld maakten grote indruk op me. Ik heb hem nooit gekend, hij is tien jaar voor mijn geboorte overleden. Maar in mijn familie zijn we allemaal verhalenvertellers, en mijn grootmoeder en mijn tantes vertelden vaak over hem. Hilarische verhalen waren dat vaak, over hoe hij altijd woordjes Frans liet vallen, hoe hij vasthield aan zijn mooie pakken en dassen en zijn wandelstok. Vooral mijn grootmoeder wist veel te vertellen, zij heeft zo’n fantastisch geheugen. Hij sprak enorm tot mijn verbeelding, hij was zo’n karakteristieke man.”

Hilarische verhalen zegt u. Maar u geeft Midhat Kamal in uw boek juist grote tragiek mee. Zijn verloren Franse liefde, zijn nergens helemaal thuis zijn, zijn wanhopige behoefte door zijn vader te worden gezien...

“Door mijn research besefte ik dat er achter die grappige verhalen veel pathos school. Die rare trekjes van hem hadden iets vertederends. Maar hij doolde verloren rond in de wereld waarin hij leefde. Ik had natuurlijk alleen maar het raamwerk van de gebeurtenissen in zijn leven. Maar alle puzzelstukjes bij elkaar genomen: zijn terugkeer uit Parijs, het leven onder Brits mandaat, duiden erop dat er veel onrust en verwarring in hem moet hebben gewoed. Ik heb het gevoel dat ik hem heb leren kennen. Hij is als personage natuurlijk een product van mijn verbeelding. Maar zijn we dat niet allemaal voor elkaar?”

U bent diep in de Palestijnse geschiedenis gedoken.

“Voor mij begon de Palestijnse geschiedenis pas in 1948, ik wist niet dat de Palestijnse strijd om autonomie zoveel eerder was begonnen. Mijn kennis was zo vaag, dus het was heel goed voor me om daar studie naar te doen. Ik ben in Londen opgegroeid, maar had op school tot mijn schaamte en schande niks meegekregen over het British Empire – er is nooit ronduit erkend dat de bezetting van Palestina een kolonialistische onderneming was, vermomd als mandaat. Die wordingsgeschiedenis is zo gecompliceerd, ik vond het fascinerend.”

FictieIsabella HammadDe parijzenaarVertaald door Gerda Baardman en Jan Nijs, Ambo Anthos, €27,50, 592 blz.

“Er waren zoveel verschillende spelers met zoveel verschillende gradaties van slechtheid. In 1917 werd met de Balfourverklaring de stichting van een Joods thuisland in Palestina ondersteund. Ik heb de gevolgen daarvan vanuit Arabisch perspectief geschreven. De aantallen Joodse zionisten die naar Palestina kwamen schoten omhoog, bij de derde Joodse emigratiegolf van 1919 tot 1927 kwamen er zo’n veertigduizend. En die kregen van de Britten meer rechten dan de Arabische bevolking.”

Het eerste deel van uw boek speelt zich af in Frankrijk, waar Midhat Kamal zich zeer intellectualistisch de Franse zeden probeert eigen te maken. Het heeft de toonzetting van een oude Franse roman, terwijl de overige twee delen veel politieker getint zijn.

“Ja, er is een scherp contrast. Dat is wel een risico, want je verplaatst daarna als schrijver je lezer naar een heel andere wereld. Maar dat Franse verleden drong zich op, de beelden van de architectuur, de soirees, de conversaties. Ik hou er zelf erg van om me mee te laten voeren in de wereld die een boek schept, maar het is zo geen conventionele roman geworden. Tegenwoordig zijn de boeken vaak dunner. Dus ik ga tegen de trend in. Maar ik heb het niet bewust gedaan, zo verliep het schrijfproces.”

Heeft u voor dat gevoel van overal ‘anders’ zijn van Midhat geput uit uw eigen Brits-Palestijnse achtergrond?

“Een gemengde achtergrond, uit twee landen komen en nergens helemaal thuis zijn – ja, dat is wel mijn eigen ervaring als immigrantenkind. We schrijven over wat ons raakt. En ik heb natuurlijk veel nagedacht over wat het betekent om Arabisch te zijn in Europa. In creatief opzicht is het wel verrijkend. Het is goed om als kunstenaar langs de zijlijn te staan.”

U hebt een wervelende start gemaakt als beginnend schrijver. Na uw studie Engelse taal en literatuur in Oxford kreeg u beurzen voor Harvard en Cambridge en studeerde u creative writing in New York met Zadie Smith als docent. Hoe ervoer u het dat uw talent zo snel werd erkend?

“Ik denk dat ik gewoon geluk heb gehad.” Lacht. “Toen ik was afgestudeerd vond ik mezelf al heel volwassen. Maar dat was ik natuurlijk helemaal niet. Ik heb dat jaar in Nablus echt nodig gehad om volwassen te worden, die ervaring is vormend geweest. Toen ik eenmaal aan mijn boek was begonnen, zocht ik naar manieren om ermee verder te gaan, om door te kunnen zetten. Het is je eerste boek, niemand heeft je erom gevraagd. Maar door die beurzen werd dat financieel mogelijk. En het was fijn om telkens iets te moeten inleveren.”

Isabella Hammad.Beeld Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden