Plus

Schrijfster Nicci Gerrard: 'Ik zal mezelf absoluut niet vergeven'

In Woorden schieten tekort brengt Nicci Gerrard - bekend van thrillerduo Nicci French - alle facetten van dementie in kaart. Het is ook een persoonlijk relaas over de vader van de Britse schrijfster.

Nicci Gerrard: 'Ik begreep hiervoor zelf absoluut niet hoe wreed dementie is als ziekte' Beeld Anouk van Kalmthout
Nicci Gerrard: 'Ik begreep hiervoor zelf absoluut niet hoe wreed dementie is als ziekte'Beeld Anouk van Kalmthout

Of we oesters zullen doen, vraagt Nicci Gerrard met een licht provocerend lachje na bestudering van de lunchkaart. Ja, we zullen oesters doen. 'Elke dag oesters eten': het staat op haar to-dolijstje, mocht er dementie bij haar worden vastgesteld, schrijft ze in Woorden schieten tekort. Net als onthaasten, vaker in een meertje of in de zee zwemmen of met overgave dansen.

'Ik zou al die dingen sowieso moeten doen,' spreekt ze zichzelf in haar boek toe; het leven is hoe dan ook eindig en kostbaar, waarom wachten op een diagnose.

En doet ze al die dingen nu ook daadwerkelijk? "Dinsdag oesters, vinkje. Maar nee. Het voornaamste waarmee ik zou moeten beginnen is nee zeggen. 'Nee, ik kan niet.' 'Nee, ik wil niet.' 'Nee, ik ben niet beschikbaar.' Daar ben ik, zoals veel vrouwen, heel slecht in. Het is zo erg dat mijn dochters een citaat van James Joyce boven mijn bureau hebben gehangen uit de beroemde monoloog van Molly Bloom: 'Yes
I said yes I will Yes'."

Ruim vier jaar na de dood van haar vader, die leed aan dementie, komt Nicci Gerrard (60) met een persoonlijk boek waarin ze dementie in al haar facetten onderzoekt. Ze sprak met wetenschappers, medici, filosofen, patiënten en mantelzorgers en put uit kunst, literatuur en filosofie.

En ze voelt zich kwetsbaar, nu het persoonlijke publiek wordt. Want het is een boek geboren uit diepgeworteld schuldgevoel, na het ontluisterende laatste jaar van haar ­vader John, waarbij ze volgens zichzelf heeft weggekeken.

Had hij de eerste tien jaar redelijk goed met zijn dementie kunnen leven, na een ziekenhuisopname waarbij hij vanwege een uitbraak van het norovirus geïsoleerd had gelegen, was hij een schim van zichzelf, immobiel, sprakeloos en verloren. Met een geest die afstierf en een lichaam dat aftakelde bracht hij de laatste negen maanden in bed door.

U ben in het boek heel hard over uw eigen rol. Maar vergaat het niet velen zo die eigenlijk langs de zijlijn staan bij de ziekte van een ­ouder?
"Ik zal mezelf absoluut niet vergeven dat iemand van wie ik hield zo in nood was en dat ik het niet heb gezien en niet heb begrepen. Had ik dat wel gedaan, dan had ik misschien iets kunnen doen om dat gruwelijke einde te verzachten. Maar ik zag het niet, ik weet niet hoe het gebeurd is. Ja, ik was druk, ja, ik had mijn werk, mijn kinderen. Zoals ik schrijf: blablabla ... Ik heb mijn blik afgewend."

"Terwijl ik me er altijd op heb laten voorstaan dat ik iemand ben die voor iedereen op de bres staat. 'Hier komt Nicci, to the rescue.' Maar bij mijn vader heb ik dat niet gedaan. Natuurlijk heeft een ziekenhuis regels. Sommige zijn nodig, maar niet allemaal."

"Mijn vader had daar nooit zo verschrikkelijk alleen en eenzaam mogen zijn. Het voelt alsof ik hem in de steek heb gelaten en daar zal ik me mijn hele leven slecht over voelen."

Heeft u daarom ook dit boek geschreven? Om uit iets slechts iets goeds te laten voortkomen?
"Ik heb de afgelopen jaren veel nagedacht over dementie, over identiteit en wat het betekent datgene te verliezen dat je maakt tot wie je bent. Kort na mijn vaders dood ben ik een campagne begonnen, John's campaign, om ervoor te zorgen dat mantelzorgers dementiepatiënten ook in het ziekenhuis mogen bijstaan, zoals ouders van zieke kinderen."

"Daardoor kwam ik overal en sprak ik iedereen, ik dompelde me helemaal onder in de wereld van dementie. Toen kwam ook de schrijver in mij naar boven. Maar ik wilde geen memoir schrijven over mijn vader of een 'ik'-boek. Ik wilde al die verschillende mensen een stem geven."

U beschrijft wel hoe u zich helemaal verloor in het campagnevoeren, u sloot uw broer en zussen buiten. Kunt u voor uzelf verklaren wat er gebeurde?
"Ik had de campagne met een vriendin aan de keukentafel bedacht, het was alsof de schellen van mijn ogen waren gevallen. Ik wist: dit moet ik doen. Het was zo duidelijk, zo logisch. Ik dacht: even campagne voeren en natuurlijk zegt de minister-president dan ja. Ik stortte me erin zonder van tevoren met mijn broer en zussen te overleggen - terwijl het ook hun vader was en ik zijn verhaal gebruikte, hoewel hij altijd een heel gereserveerde man was geweest."

"Ik denk dat ik probeerde alsnog mijn vader te redden. Terwijl hij niet meer te redden was. Ik voelde de plicht: er was een probleem, er was een oplossing. En ik had het platform, het verhaal. Door mijn drive heeft de campagne ook veel momentum gekregen. En de minister-president hééft ja gezegd. Maar het was, achteraf bezien, voor mij ook een manier om niet te hoeven rouwen."

U noemt dementie de 'plaag' van deze tijd, waarvoor we nog te veel onze ogen sluiten.
"Ik wil mensen ervan doordringen dat heel veel stille bommen aan het afgaan zijn. Ik begreep hiervoor zelf absoluut niet hoe wreed dementie is als ziekte, niet alleen voor de patiënt maar ook voor iedereen eromheen. Dementie is verwoestend. Vroeger werden mensen weggestopt, inmiddels is er meer bewustwording. Er zijn veel goede organisaties. Maar we zijn een vergrijzende samenleving, het is overal. En toch slagen we erin onze ogen ervoor te sluiten."

"Natuurlijk moet er meer geld komen om de sociale en medische zorg te verbeteren, maar daarnaast moeten we in onze cultuur bewuster worden van de kwetsbaarheid van deze mensen. In onze westerse wereld, in ons kapitalistische systeem, draait alles om jeugd, succes, ­gezondheid, kracht, onafhankelijkheid, individualiteit. Als je dat alles niet meer hebt in een wereld die doorraast is de impact echt dramatisch."

"Naast sociale en politieke verantwoordelijkheid is er zoiets als een morele verantwoordelijkheid die we als gemeenschap moeten oppakken. Dat is wat ik met mijn boek beoog duidelijk te maken: we moeten het samen doen. Daarom gaat het niet alleen over mijn vader, of over mij. Het gaat over 'wij'."

Ondertussen heeft u met dit boek toch een monumentje voor uw vader opgericht - voor de vader die hij was. De man met grote liefde voor de natuur, die ook zo graag danste.
"Hij zou verbijsterd zijn geweest, het was zo'n bescheiden man. Ik hoop maar dat hij het niet verschrikkelijk zou hebben gevonden. Ik heb mijn vader als gids gebruikt. Maar als het dan een monument voor hem is, laat het dan vooral ook een monument zijn voor alle mensen die net als hij de duisternis zijn ingegaan."

Nicci Gerrard, Woorden schieten tekort - Over ­dementie: een bijzonder lang afscheid. Vertaling Lid­wien Biekmann en Tjadine Stheeman, Meulenhoff, €20, 303 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden