Plus

Scholen gericht op jongens: veel gym, geen huiswerk

Skippyballen als stoelen, nauwelijks huiswerk en mannelijke docenten. Nu zo veel jongens blijven zitten, duiken er steeds meer scholen op met een focus op jongens. 'Fouten maken moet kunnen'

'Jongens halen veel minder vaak een diploma op het niveau dat ze op de basisschool krijgen geadviseerd'Beeld Tzenko Stoyanov

Het is best een uitkomst, de nieuwe Voxklassen in Amsterdam-Noord waar leerlingen op vmbo-basis en -kader, ­mavo, havo én vwo kriskras door elkaar zitten. Hier hoef je je niet een slag in de rondte te werken om vwo te halen omdat je anders van school af moet. Hier kan iedereen op zijn of haar eigen ­niveau functioneren.

Het is niet voor niets dat een paar jongens in de klas deze school kozen toen ze elders hun draai niet vonden. Dit zijn jongens, twaalf en dertien, die slim zijn, maar die ook moeite hebben met plannen en concentratieproblemen hebben.

Gekke stoelen
Bij Vox, waar ze aan grote keukentafels of op gekke stoelen zitten, krijgen ze tijd en ruimte om op hun eigen tempo en creatief aan de slag te gaan. Zonder te veel toetsen, bergen huiswerk en de hele dag stilzitten aan je tafeltje.

Vox is niet het enige initiatief dat erop is gericht dat jongens - en meisjes bij wie een vrijere vorm van leren beter aansluit - beter hun draai vinden in de klas. Ook Spring High in Nieuw-West, waar leerlingen op hometrainers, wiebelplanken en skippyballen zitten, probeert dat. En Kimo Steenaart, onderwijsexpert, is bezig met een 'jongens-vmbo'. Ze won met haar plan de gemeentelijke nieuwescholenwedstrijd.

Jongensprobleem
Waar komt die focus ineens vandaan? Een plotselinge trend wil ­onderwijsadviseur en 'jongensexpert' Lauk Woltring het absoluut niet noemen.

Het 'jongensprobleem' duikt sinds de jaren negentig regelmatig op in de media en onder beleidsadviseurs. Maar veel wordt er niet aan gedaan. Woltring ergert zich al jaren aan het gebrek aan serieuze aandacht voor jongens in het onderwijs. Jongens blijven elk jaar iets meer achter. En dat is heel onterecht.

Succes

Van de Amsterdamse meisjes heeft 70% een ‘succesvolle schoolloopbaan’ (een diploma op het niveau of hoger dan het advies van de basisschool),¿tegenover 62% van de jongens.

De cijfers ondersteunen zijn woorden. Jongens blijven vaker zitten dan meisjes. En jongens halen veel minder vaak een diploma op het niveau dat ze op de basisschool krijgen geadviseerd.

Ze zakken dus vaker af naar een lager niveau. In Amsterdam geldt bijvoorbeeld dat ruim 65 ­procent van de meisjes hun diploma op mavo-niveau haalt. Tegenover slechts 54 procent van de jongens. De rest haalt een lager diploma of gaat van school.

Woltring maakt zich zorgen over jongens. Ons scholensysteem past niet bij hun ontwikkeling, vindt hij. "Op sommmige vlakken zijn jongens sneller: qua grote motoriek, ­visueel, creatief. Maar op gebieden als taal, empathie, sociale vaardigheden en planning lopen ze achter. Al op de basisschool krijgen veel jongens een latente schoolhekel."

Het in de pas moeten lopen, door juffen op druk gedrag worden aangesproken, het gebrek aan beweging: het is allemaal niet bevorderlijk voor het enthousiasme over school. "Op de middelbare school kan het zich omzetten in een manifeste schoolhekel. Zelfs in weerzin, met ­als gevolg afstroom of uitval."

Gebrek aan trots
Let wel: dit geldt zeker niet voor alle jongens. Er zijn ­genoeg knullen die school doorlopen zonder significante problemen. Maar het feit dat veel jongens een minder hoog ­niveau halen dan ze eigenlijk aankunnen, is op zijn minst zonde en op zijn ergst een verlies van kenniskapitaal.

Bovendien, zegt Woltring, krijgt heel Nederland er last van. "Een gebrek aan trots op de eigen kwaliteiten leidt tot identiteitsarmoede en gebrekkige toegang tot de arbeidsmarkt. Het resultaat is vaak wrok en agressie. En dat keert zich bij jongens vaak naar buiten. Zeker bij jongens met een migranten- of vluchtelingenachtergrond."

Monique Volman, hoogleraar onderwijskunde aan de UvA, herkent het achterblijven van jongens. "Zij lijden de laatste jaren het meest onder de manier waarop we het onderwijs hebben ingericht. In Amsterdam zijn er tegenwoordig zo weinig brede scholengemeenschappen dat jongens die twee keer blijven zitten, van hun categorale school af moeten en dan moeite hebben een nieuwe school te vinden."

Volman kent genoeg voorbeelden van ouders die met hun zoons moeten leuren, en scholen die zittenblijvers liever niet aannemen omdat dat niet goed uitpakt voor hun gemiddelde resultaat.

Voor Kimo Steenaart, initiatiefnemer van vmbo Kiem voor jongens, waren haar eigen zoons, maar ook de observatie dat jongens niet tot hun recht komen op school, genoeg reden om een nieuw soort school te beginnen. Het idee kreeg al vorm toen haar zoons nog in de zandbak speelden.

"Dan hoorde ik een andere moeder klagen als ze mijn zoon druk zag spelen. Zuchtend zei ze dan: 'Ik ben blij dat ik een meisje heb.'"

Steenaart mikt met Kiem op de jongens die niet tot hun recht komen op school. Jongens die al op het vmbo zitten, maar dan alsnog afstromen. Waar komen die terecht? Aan hun intelligentie ligt het niet, aan de aanpak des te meer, gelooft Steenaart.

Energie
"Jongens vinden nieuwe ervaringen spannend terwijl onderwijs juist vaak voorspelbaar is. Ze hebben spontane, plotselinge energie, maar moeten de hele les stilzitten," analyseert Woltring, die een van de inspiratiebronnen is voor Steenaarts school.

Het feit dat het onderwijs sinds de invoering van het studiehuis steeds meer inzet op de 'meisjesvaardigheden', zoals netjes plannen en goed ­samenwerken, heeft school voor jongens moeilijker ­gemaakt.

Landelijk blijven jongens 5% vaker zitten dan meisjesBeeld Tzenko Stoyanov

­Jongens stellen huiswerk vaker uit en vinden het vaak 'niet cool' om te laten zien dat ze ergens goed voor hebben geleerd, zo beschreven onderzoekers van de universiteit van Maastricht in 2011. Woltring: "Jongens willen niet tussen die lijntjes blijven. Ze willen fouten kunnen maken en experimenteren. Meisjes zijn bang voor een vijf. Maar jongens boeit het niet."

Nooit huiswerk
Ook het talige van het huidige onderwijs wordt vaak ­aangehaald als struikelblok. Woltring wijst op het feit dat wiskundesommen tegenwoordig zelfs verhaaltjes zijn. Ook wordt er veel 'impliciet taalgebruik' toegepast in het onderwijs.

"Jongens zijn directer en duidelijker dan meisjes. Vrouwen kunnen elkaar in woorden aftasten - en ik overdrijf nu - mannen snappen die impliciete boodschappen vaak niet. Een meisje zal onmiddellijk opspringen als haar moeder zegt: 'De hond blaft,' wanneer ze de afspraak hebben dat zij de honden verzorgt. Een jongen zal zeggen: 'Ja, en?' Ook in het onderwijs zie je dat. Een juf die zegt: 'Ik zou heel graag willen dat je dit doet,' moet niet verrast zijn als een jongen antwoordt: 'Ik wil het niet.' Dat is niet brutaal, dat is direct."

'Politieke correctheid'
Hoe moet het dan? Ondanks de aandacht voor het 'jongensprobleem' zijn er nog weinig nieuwe initiatieven ontplooid die het onderwijs voor jongens inrichten. Volgens Woltring heeft dat onder meer te maken met een bepaalde 'politieke correctheid'.

"Als je de nadruk op jongens legt, zou dat getuigen van een soort seksisme. Terwijl ik niets wil afdoen aan de vrouwenemancipatie." Hij pleit voor meer mannen voor de klas, vanwege hun taal­gebruik, humor en fantasie. "Want vrouwen kunnen jongens veel leren, maar niet hoe ze een man moeten worden."

Gestopt

In 2015 stopten 72.000 jongens tussen de 18 en 25 jaar met school voordat ze een diploma haalden, ­tegenover 54.000 meisjes.

In Amsterdam zijn de kritische geluiden blijkbaar opgepikt. Zo zijn er scholen waar de leerlingen een uur gym per dag krijgen (bij Spring High), waar toetsen zijn afgeschaft (bij Vox) en huiswerk niet bestaat (Cartesius 2). Overigens pleit Woltring zeker niet voor strikt gescheiden ­jongens- of meisjesscholen. "Sommige jongens voelen zich helemaal niet prettig in een klas met alleen jongens, en hetzelfde geldt voor meisjes." ­

'Bridge brain'
Bovendien heeft pakweg één op de zeven jongens en één op de vijf meisjes een 'bridge brain', stelt hij. Die term is bedacht door de Amerikaanse sociaal-­psycholoog Michael ­Gurian en duidt op leerlingen die geen typische jongens- of meisjesvoorkeuren hebben.

"Jongensonderwijs kan ook heel goed zijn voor meisjes," benadrukt Woltring. De school van Steenaart, die in 2018/2019, zijn deuren opent, houdt rekening met de andere onderwijsbehoeften van jongens: elke dag sport op het rooster, geen huiswerk, ruimte voor fysieke ontwikkeling en veel mannelijke docenten. En ja, meisjes zijn ook welkom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden