'Scholen en bonden lieten lage lerarensalarissen gebeuren'

Schoolbesturen en onderwijsbonden hebben het zelf laten gebeuren dat basisschoolleraren relatief weinig verdienen. Veel scholen houden vast aan een zwaar verouderde functiewaardering, omdat vernieuwing te veel kost.

Docenten die in het voortgezet onderwijs werken, beginnen met ongeveer 160 euro per maand meer Beeld anp

Vakbonden zaten met de werkgevers aan tafel, maar hebben daarin geen verandering gebracht.

Dat blijkt uit een vertrouwelijk rapport waarop het AD dankzij de Wet openbaarheid van bestuur (wob) de hand heeft gelegd.

Docenten op middelbare scholen verdienen meer, omdat voor die leraren betere salarisonderhandelingen zijn gevoerd.

Dat stelt onderzoeker Hans Overduin, die zich al decennialang bemoeit met de waardering van het lerarenberoep. "Als je het mij vraagt, hoort het gros van de basisschoolleraren in een hogere salarisschaal. De laagste is echt alleen voor startende leraren."

Salarisverschil
Het ministerie van Onderwijs vroeg de adviseur al voor de zomer een rapport te maken over de oorzaak van het salarisverschil tussen leraren op basis- en middelbare scholen.

Docenten die in het voortgezet onderwijs werken, beginnen met ongeveer 160 euro per maand meer. Aan het einde van de laagste schaal (LA po, LB vo) verdienen ze zelfs zo'n 500 euro per maand meer.

De conclusie van Overduin: de sociale partners (PO Raad, AOb, CNV Onderwijs en AVS) zijn hier zelf verantwoordelijk voor.

Sinds 2006 mogen werkgevers en werknemers samen de functiewaardering bepalen. Ze kunnen bijvoorbeeld omschrijven wat van een beginnende leraar wordt verwacht en welk salaris daarbij past.

Met alle werkzaamheden die een leerkracht erbij gaat doen, krijgt die meer waardering en dus meer salaris. De waardering van basisschoolleraren blijkt echter sterk verouderd. Bovendien gebruiken veel scholen niet de nieuwste salarisschalen, zegt Overduin.

"In het nieuwe systeem hebben de leraren récht op een beter salaris dan ze nu krijgen. Krijgen ze dat niet, kunnen ze er een punt van maken en de scholen zeggen hogere salarissen niet te kunnen betalen," verklaart hij, in een aanvullend gesprek met het AD.

Twee salarissystemen
Dat de onderwijsbonden het niet voor elkaar hebben gekregen om de nieuwe functiewaardering te verplichten, vindt Overduin vreemd. "Ik heb ze er nog op gewezen.

Dat er een tijdje twee salarissystemen naast elkaar bestaan, omdat er een overgangsfase is, snap ik. Maar nu, 11 jaar later, zijn er nog steeds twee. En scholen gebruiken vooral die oude waardoor doorgroeien moeilijk is."

Voor PO in Actie, die de afgelopen maanden tienduizenden leraren op de barricaden kreeg, wordt nogmaals duidelijk: "De belangen van leraren zijn jarenlang verkwanseld."

Mede-oprichter Jan van de Ven vindt het schandalig. "We hebben steeds gehoord dat leraren toch niet om salaris geven, uit pure passie voor de klas staan, niet in actie komen. Leraren krijgen al zo lang niet wat ze verdienen. Het is de taak van de cao-tafel dat op te lossen, maar nu wordt eens te meer duidelijk dat ze dat tijdens eerdere onderhandelingen niet hebben gedaan."

Krappe bekostiging
Alle betrokken partijen kaatsen de bal richting elkaar. Sectororganisatie PO Raad zegt niet anders te hebben gekund, omdat het ministerie van Onderwijs tot 2014 bepaalde hoe hoog de salarissen mochten zijn.

De functies beter waarderen, was daardoor onmogelijk. "Dan zouden we bij veel leraren verwachtingen scheppen die we niet konden waarmaken. Hoe graag we de salarissen willen verhogen, dat kan niet als er geen geld is," aldus woordvoerder Annemieke Kooper.

Ook de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) zegt dat er geen keuzes vielen te maken over meer waardering voor leraren. "Er wordt terecht gezegd dat de cao-partners aan zet waren, er is ook over gesproken. Maar als je een krappe bekostiging hebt, kan je afspreken wat je wilt, uitvoeren lukt niet," reageert voorzitter Petra van Haren.

Het ministerie van Onderwijs kaatst de bal terug. Er zijn in 2008 al afspraken gemaakt om de leraren naar een hogere schaal te laten groeien. Destijds is daar ook 290 miljoen extra voor uitgetrokken.

"Het doel was om daarmee 40 procent van de basisschoolleraren naar een hogere schaal te helpen. Helaas is dit percentage blijven steken op 26 procent," aldus woordvoerder Ilona de Ruijter. "De reserves van scholen zijn door de bank genomen goed, dus volgens ons is dat geen goede verklaring hiervoor."

Eerlijker salaris
Omdat de werkgevers niet wilden of konden, lukte het ook de onderwijsbonden niet om een eerlijker salaris voor elkaar te boksen, zeggen ze. "Natuurlijk hebben we er op gedrukt, maar er zaten twee partijen aan tafel. Je kunt drukken wat je wilt, als de één niet wil lukt het niet," verklaart Joyce Rosenthal, bestuurder van CNV Onderwijs.

Bovendien, betoogt de AOb, is er wel degelijk geld bijgekomen door de lobby van de onderwijsbonden. In 2007 kwam er 1,2 miljard euro extra voor salarissen. Ook is er een afspraak dat 40 procent van de leraren in een hogere schaal moet komen, maar daar hebben werkgevers zich niet aan gehouden.

"Dat is ons een doorn in het oog, maar de verantwoordelijkheid ligt vooral bij hen," reageert woordvoerder Thijs den Otter.

Geen bemoeienis
Met de afspraken over het geld dat OCW aan onderwijs betaalt, hebben de bonden geen bemoeienis, aldus de AOb. "Dat ook de PO Raad zo actief lobbyt voor meer loonruimte, juichen we toe. Maar het is een nieuw fenomeen."

De bonden zeggen al langer kritiek te hebben op de waardering van leraren. De afgelopen tien jaar hebben die er allerlei taken bijgekregen, waaronder extra hulp voor zorgleerlingen in de gewone klas, complexere gesprekken met ouders en meer diversiteit zoals vluchtelingkinderen in de groepen.

De onderwijsbonden weerspreken dat zij mede debet zijn aan de lage salarissen van leraren.

"De gedachte lijkt hierbij te zijn dat sociale partners met een eenvoudige aanpassing in de techniek de LA-schaal al hadden kunnen afschaffen. Dat scenario is een papieren scenario. Geen enkele cao-tafel zal een dergelijke ongedekte cheque voor zijn verantwoording kunnen nemen,'' betoogt Den Otter.

Kip en ei-verhaal
Dat alle partijen naar elkaar wijzen, vindt PO in Actie weerzinwekkend. Volgens Van de Ven hadden werkgevers en werknemers allang samen moeten optrekken voor een beter loon voor leraren. "Het is een beetje een kip en ei-verhaal. Omdat je niet genoeg geld hebt, worden leraren onderbetaald."

"Je kunt ook redeneren: we geven ze wat ze verdienen en kloppen dan bij het ministerie aan om te laten zien wat we tekort komen. Nu hebben we een groter probleem, want we stevenen af op een fiks lerarentekort. En dan gaan ineens alle alarmbellen rinkelen."

Achteraf
De onderwijsbonden en schoolbesturen zeggen twee jaar geleden afspraken te hebben gemaakt over vernieuwing van de functiewaardering van basisschoolleraren. Tijdens eerdere gesprekken overschaduwde de discussie over de invallers en de Wet werk en zekerheid (wwz) die vernieuwing.

CNV-bestuurder Rosenthal: "Achteraf is het makkelijk zeggen wat anders had gemoeten. We zien ook hoe het er aan toe gaat in scholen. We gaan er nu vaart mee maken, zeker nu het verschil in beloning met het voortgezet onderwijs zo duidelijk is geworden. Dit moet gewoon."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden