Schilderingen Andriessen na 230 jaar teruggevonden

Twee verloren gewaande schilderingen van Jurriaan Andriessen zijn na meer dan 230 jaar teruggevonden en te zien in het Rijksmuseum.

De Beuningkamer in het Rijksmuseum, met op de achterwand de twee teruggevonden schilderingen van Jurriaan Andriessen Beeld Eva Plevier

In de Beuningkamer, een stijlkamer uit een pand uit 1748 op Keizersgracht 187 die in het Rijksmuseum is herbouwd, zijn vanaf donderdag twee schilderingen uit 1786 te zien, van Jurriaan Andriessen te zien. De werken zijn na 230 jaar zijn teruggevonden.

Sensationeel. Zo omschrijft Jenny Reynaerts, senior conservator achttiende-eeuwse en negentiende-eeuwse schilderijen van het ­Rijks­museum, de vondst van de twee schilderingen. "Dat gebeurt bijna nooit, dat dit soort verloren gewaande decoratiedoeken worden terug­gevonden."

Geen plek
Het begon met een mailtje uit Italië. "Een man uit Milaan. Hij ging verhuizen en had in zijn huis geen plek voor twee grote schilderingen. Zijn ­plafond was te laag. Op die schilderingen stond de naam Andriessen, zei hij. 'En jullie hebben Andriessen toch in jullie collectie?' Ongelofelijk dat we na al die tijd deze schilderingen ­hebben kunnen verwerven."

De twee werken, Bachante en Vrede, zijn zogenaamde 'grisailles'; geschilderde witmarmeren beelden in een bronskleurige nis. Andriessen maakte gebruik van de Trompe-l'oeil­techniek, waardoor het lijkt of er echt beelden in de nissen staan.

De Beuningkamer werd na de ­heropening van het Rijksmuseum in 2013 ingericht. Het was een stijlkamer in een Amsterdams grachtenpand; Keizersgracht 187. In 1744, het pand was in het bezit van koopman Mathijs Beuning, werd er een achterhuis aangebouwd. Met daarin de ontvangst­kamer, die nu weer is geïnstalleerd in het Rijksmuseum.

Neo-classicistische stijl
In die kamer werden bijeenkomsten van de Hernhutters gehouden. ­Beuning was een vooraanstaand lid van deze evangelische broedergemeente. Eind achttiende eeuw, in 1784, werd het huis eigendom van Jan de Groot - hij bestierde een boekhandel en verkocht loten voor de Generaliteitsloterij (de voorloper van de Staatsloterij).

De Groot liet zijn huis in de toen modieuze neo-classicistische stijl inrichten. Hij bestelde bij de ­beroemde Amsterdamse behangselschilder Jurriaan Andriessen landschapsschilderingen en grisailles die de ruimte tussen de houten lambrisering van kostbaar mahoniehout en het stucplafond moesten bedekken.

In de Beuningkamer zijn de originele lambriseringen en het gestucte ­plafond te zien, en het bovendeurstuk, ook van Andriessen. En ook schilderijen, waaronder een van Jan de Groot en zijn familie, en een zelfportret van Jurriaan Andriessen. ­

Landschapsschilderingen
Helaas zijn de grote landschapsschilderingen wel verloren gegaan. Dat gebeurde waarschijnlijk al ruim voor 1896, toen de Raadhuisstraat werd aangelegd en de Keizersgracht doorbroken moest worden. Een deel van de grachtenpanden, waaronder nummer 187, werd gesloopt.

Op het zaalblad dat bezoekers van de Beuningkamer van informatie voorziet, is een digitale reconstructie te zien van de kamer in 1786. Met de grote schilderingen en de nu verworven grisailles. De belichting in de ­kamer is kunstmatig. "Maar," zegt Reynaerts, "het is alsof je zo de achttiende eeuw instapt. 's Middags, voordat de kaarsen worden aangestoken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden