Plus

'Schaam je niet voor je depressie'

Psychiater Esther van Fenema is een van de organisatoren van het Depressiegala, vanavond in het Theater Amsterdam. Ze pleit ervoor dat in elke huisartspraktijk een psychiater over de schouder meekijkt. 'Onze diagnostiek is beter.'

Esther van Fenema: 'Je moet met psychische klachten omgaan zoals je ook met suikerziekte of rugklachten omgaat' Beeld Mats van Soolingen

Violist (afgestudeerd aan het conservatorium te Brussel), opiniemaker (bij The Post Online en Café Weltschmerz), ervaringsdeskundige (paniekaanvallen) en gepromoveerd medisch specialist. Esther van Fenema (Haarlem, 1970) is het allemaal.

Uitgesproken, dat is ze ook. Ze houdt van reuring en stelligheid. In het verlengde daarvan organiseert ze samen met collega-psychiater Bram Bakker voor de tweede keer het Depressiegala. Ze willen de schaamte over psychische aandoeningen slechten.

Het is een nobel, maar ook gewaagd initiatief. Want wat is precies een depressie? Het etiket is aan inflatie onderhevig, zou je kunnen zeggen. Als je een naaste verliest, is een periode van verdriet en rouw niet meteen een depressie. Iemand die na de diagnose kanker somber is en doodsgedachten heeft, is ook niet meteen depressief. Levensproblematiek is niet vanzelfsprekend psychiatrische problematiek.

Specialistisch
Dat een depressie niet zo eenvoudig is vast te stellen als een gebroken been of een hoge bloeddruk, merkt Van Fenema dagelijks. Veel mensen die zij onderzoekt hebben van de huisarts de diagnose depressie gekregen, maar lang niet altijd trekt zij dezelfde conclusie.

"Ik schat dat de helft van de depressies die de huisarts stelt, eigenlijk geen depressie is. Dan is het de uiting van een andere psychiatrische aandoening, van een rotleven of van een periode die iemand nodig heeft om te wennen aan een grote verandering. Er zijn helaas geen bloedonderzoeken of mri's om een depressie vast te stellen, daarom is het zeer specialistisch werk."

Een huisarts is eigenlijk niet bekwaam genoeg om een goede psychiatrische diagnose te stellen, vindt Van Fenema. Daarom zou een huisarts ook geen antidepressiva mogen voorschrijven, stelt ze, in de wetenschap dat zo'n tachtig procent van alle psychiatrische pillen op huisartsrecept komt. Ze pleit er dan ook voor dat in elke huisartspraktijk een psychiater over de schouder meekijkt.

Overdiagnose
"Een huisarts heeft misschien maximaal een kwartier om iemand onafgebroken te spreken. Misschien een half uur als hij een paar dubbele afspraken inplant. In het ziekenhuis trekken psychiaters in opleiding, artsen in opleiding en de psychiater zelf drie uur uit voor diagnostiek. Onze diagnostiek is uitgebreider en dus beter."

Met de organisatie van het Depressiegala doet Van Fenema echter vrolijk mee aan die overdiagnose van depressies, zou je kunnen stellen, als je iedereen aanmoedigt om in spreekkamers over zijn donkere momenten te spreken.

"Dat klopt," zegt Van Fenema. "Dat risico nemen we. Want het weegt op tegen de mensen die wél een echte depressie hebben, maar dat verborgen houden en dus onnodig lijden. Daarnaast is meer kennis ook een middel tegen overdiagnostiek. Door meer kennis weten mensen beter of hun klachten bij een depressie horen."

"Kijk, het Depressiegala is er niet voor het cultiveren van een zieligheidscultuur. Ik vind het gewoon kut dat patiënten die ik hier snikkend in de spreekkamer heb niet tegen de buitenwereld durven te zeggen dat ze zich slecht voelen, en daardoor nog meer lijden. Studenten die op Facebook en op de studentenvereniging de schone schijn ophouden, maar alleen hier over hun doodswens spreken."

Podiumangst
"Ik vind het stom dat mensen een jaar in bed blijven liggen en verjaardagen mijden zonder goede hulp te zoeken. Je moet met psychische klachten omgaan zoals je ook met suikerziekte of rugklachten omgaat. Schaam je niet, zoek normaal hulp. Daarom is er het Depressiegala."

Zelf had ze nooit een depressie, maar ze herkende het wel bij familieleden. Ook zij zochten niet altijd de juiste hulp. Zoals ze zelf ook niet direct is behandeld voor haar paniekaanvallen. Als orkestviolist had ze vroeger panische angst om op te treden.

"Ik dacht dat ik gek zou worden voordat ik het podium op moest. Létterlijk gek. En dat ik in mijn gekte iets zou doen waardoor het optreden voor het hele orkest zou mislukken, waarna iedereen mij daarop zou aanspreken." Ze zocht er geen directe hulp voor, al had ze wel baat bij de verplichte psychotherapie tijdens haar opleiding.

Ze treedt nog steeds op. De podiumvrees is goeddeels geweken - en als ze toch vreest dat haar handen gaan trillen of dat de gedachten aan intredende gekte terugkeren, kan ze als medisch specialist wel aan een kalmerend middel komen. "Ik weet gelukkig goed hoe ik een bètablokker moet gebruiken."

René van der Gijp, Martine Sandifort, Mike Boddé

Bij het Depressiegala vanavond in het Amsterdam Theater vertellen bekende Nederlanders over hun strijd met psychische problemen. Onder hen veel artiesten (de cabaretiers Mike Boddé, Sofie van den Enk, Martine Sandifort, Marjolijn van Kooten en de jeugdige zangers Omri Tindal en Voice Kids-winnares Laura van Kaam), maar ook voetbalanalist René van der Gijp. Eerder schreef hij in zijn boek Gijp al over zijn angsten.

Ook minister Edith Schippers (Volksgezondheid) is erbij. Vorig jaar stelde ze mede naar aanleiding van het Depressiegala tien miljoen euro beschikbaar voor onderzoek naar depressie onder jongeren. Bezoekers van het Depressiegala sponsoren met de aanschaf van een kaartje projecten om jongeren te informeren over depressie.

Vorig jaar leverde het eerste Depressiegala 4000 euro op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden