Sandro Veronesi: Troje brandt

Prometheus, euro 19,95
Vertaling: Rob Gerritsen

Met zijn adembenemende roman Kalme chaos (2006) boekte de Italiaanse schrijver Sandro Veronesi groot succes. Niet alleen kreeg hij de belangrijkste literaire prijs van Italië, de Premio Strega, maar ook bereikte hij in binnen- en buitenland meer lezers dan ooit.

De roman was dan ook de ultieme bevestiging van zijn meesterschap.

Met In de ban van mijn vader (2000), maar ook met zijn vroege werk, waaronder zijn verbluffend sterke debuut Waar gaat die vrolijke trein naartoe (1988), had hij al naam gemaakt als 'de grootste Italiaanse schrijver van zijn generatie', zoals de kwaliteitskrant Corriere della Sera hem betitelde.

Wat bezielt dan zo'n literair wonderkind om vervolgens, op het voorlopige hoogtepunt van zijn schrijverschap, de nooit eerder gepubliceerde roman die aan zijn debuut voorafging de wereld in te sturen? Is het succes hem zo naar het hoofd gestegen dat hij zich nu alles denkt te kunnen permitteren? Zoekt hij de luwte om straks iedereen te verrassen met een nieuwe roman waarin hij zichzelf weer overtreft? Of is dit wellicht een boek dat hem om autobiografische redenen dierbaar is?

Hoe dan ook is het een roman die hij kennelijk nooit heeft willen of kunnen loslaten. In zijn voorwoord schrijft hij: 'De eerste versie van deze roman dateert van twintig jaar geleden. Ik ben de tel kwijt van het aantal versies dat daarna is gekomen.' Wat hij er precies aan herschreven heeft, blijft onduidelijk. Bij vlagen voel je een sprankje van zijn buitengewone talent, maar dat is duidelijk nog op zoek naar een overtuigende vorm.

In Troje brandt vertelt Veronesi volgens beproefd recept twee verhalen die elkaar afwisselen en na vele omzwervingen bij elkaar komen. Verhalen uit de jaren zestig. Het verhaal van een kerk annex vondelingenhuis in de heuvels rond Prato (Veronesi's geboorteplaats, anno 1959), bestierd door pater Spartacus die in zijn obsessie om het geloof een nieuwe impuls te geven, steeds krankzinniger wordt, én het verhaal over recalcitrante jongens die hun uitweg kiezen in een radicaal andere richting.

Het begint met de vlucht van de vondeling Salvatore, die op twaalfjarige leeftijd onderdak vindt in de Bouwput, een niemandsland tussen de heuvels en de stad, een getto waar arme donders in krotten en barakken proberen te overleven met alles wat God verboden heeft: diefstal en smokkel, corruptie en prostitutie. Hier, op zijn geboorteplek, ondergaat Salvatore zijn inwijding in de criminaliteit, van kruimeldief tot brandstichter in fabrieken die op de rand van het faillissement staan. En hier ook wordt hij een held in de ogen van Pampa, ook Alessandro genoemd, enig kind van een hoer en 'een vader die alleen maar niet uit stelen ging omdat hij daarvoor nooit nuchter genoeg was'. Hun vriendschap betrekt ook Pampa in criminele activiteiten, maar laat hem na een uit de hand gelopen brandstichting alleen achter.

Vanaf dat moment, op tweederde van de roman, komt er eindelijk wat Veronesisch vuur in het verhaal. Tot dan toe heeft Veronesi de voortschrijdende godsdienstwaanzin van pater Spartacus met de nodige ironie beschreven, en tamelijk rechttoe, rechtaan en nogal uitgesponnen verslag gedaan van de criminele avonturen van de jongens.

Dan slaat de vlam in de pan. Hij laat de verweesde Pampa totaal ontsporen in een dierlijk, junkieachtig bestaan, terwijl de obsessie van de pater met de Maagd Maria steeds groteskere vormen aanneemt. Dan beginnen de scènes in de verte te lijken op de Veronesi zoals we hem kennen. Eenzaamheid, overlevingsinstinct en obsessie vormen een rode draad in zijn werk. Daarvan zie je in Troje brandt de allereerste contouren, maar Veronesi moet nog zijn vorm ontdekken. Het gevoel voor van hun sokken geblazen mannen is er al, maar hij beschrijft ze van de buitenkant. De grote kracht van zijn latere werk is juist dat hij je opsluit in de malende gedachtenstroom van zijn gekwelde ik-vertellers.

Ik blijf dan ook onverminderd nieuwsgierig naar 'een echte nieuwe Veronesi'. (ALLE LANSU)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden