Plus

Saadia Ait-Taleb: 'Hoe ik ben behandeld heeft veel pijn gedaan'

Wat ging er nou eigenlijk echt mis tussen de ontslagen antiradicaliseringsambtenaar Saadia Ait-Taleb (34) en de gemeente Amsterdam? 'Er is op het stadhuis veel ongemak over moslims en Marokkanen.' 

'Tot de moord op Van Gogh in 2004 speelde radicalisering voor ons niet, we wisten niet eens wat het was.' Beeld Jitske Schols

Op 29 juni, de dag dat ze 34 werd, zegde Saadia Ait-Taleb na elf jaar ploeteren haar baan op bij de gemeente Amsterdam. Ze had verwacht het pand met taart en bloemen te verlaten, maar twee weken later stond de politie en het gemeentelijk Bureau Integriteit op de stoep.

Ze zou zich schuldig hebben gemaakt aan belangenverstrengeling.

Preciezer: de programmamanager radicalisering en polarisatie zou hebben verzwegen dat ze een relatie had met een van haar opdrachtnemers: Saïd J., onder meer verantwoordelijk voor het maken van filmpjes voor de geheime (en voortijdig afgebroken) grijscampagne, die radicaliserende jongeren op andere gedachten moest brengen.

"Er waren inderdaad momenten dat ik dacht: misschien kan het wat worden," zegt Ait-Taleb. "Maar dat is nooit gebeurd."

Had u niet gewoon beter moeten weten?
"Wat dan? Het was alleen geflirt. Moet je elke flirt melden? Dan krijgt het Bureau Integriteit het nog druk. Er zijn er wel meer die flirten op het stadhuis. Soms werd er op de afdeling ook een levenspartner van een collega ingehuurd. Welke reden zou ik dan hebben om een relatie te verzwijgen, als ik die al had gehad?"

Was het niet onhandig om juist te flirten met een opdrachtnemer?
"Ik werkte 24 uur per dag. Mijn hele vriendenkring bestaat uit mensen met wie ik werkte. Voor een vrouw als ik is het lastig een man te vinden: iemand die je als gelijkwaardige ziet. Het is niet zo dat je hier in Marokko leeft met veertig miljoen Marokkanen."

Moet het per se een Marokkaan zijn?
"Ik wil in elk geval iemand die begrijpt hoe ik met mijn religie omga."

Wat is nou eigenlijk echt misgegaan tussen u en de gemeente?
"Het maatschappelijk klimaat rond moslims en Marokkanen is enorm verhard. Dat snap ik wel met alle aanslagen, maar ik heb onderschat wat voor weerslag het had binnen het stadhuis. We kregen opmerkingen: nemen jullie niet te veel Marokkanen aan, kijk je uit dat je geen moslimclubje wordt? Op het stadhuis is het ongemak met moslims en Marokkanen groot."

Ait-Taleb is geboren in de Kolenkitbuurt in Bos en Lommer, als vijfde in een gezin met vier meisjes en vier jongens. Haar ouders zijn traditionele migranten uit Marokko. Berbers uit een klein dorpje in de Hoge Atlas, een uur rijden van Ouarzazate.

Taleb is Marokkaans voor 'student'. Haar vader, zegt ze, was voorbestemd de imam van het dorp te worden. Opvolger van zijn vader, zoals alle oudste zoons uit de familie hun vaders opvolgden. Maar in plaats daarvan koos hij voor de gang naar Europa, eerst Frankrijk, daarna Amsterdam. Drie jaar later volgde haar moeder.

Een hard leven in de haven als schilder van de binnenkant van grote zeeschepen. In de avonduren maakte hij kantoren schoon. De band met Nederland was er al in de familie, zegt Ait-Taleb. "Op mijn zestiende hoorde ik dat er Marokkanen mee hadden gedaan in de Tweede Wereldoorlog. Mijn vader zei: wist je dat niet? Je opa, de vader van je moeder, zat in het leger en heeft in Zeeland tegen de Duitsers gevochten."

Op haar zesde verhuisde het gezin naar Osdorp. Daar woont ze nog steeds, bij haar ouders.

Destijds was het nog een heel witte buurt.
"In die tijd verhuisden al heel veel Marokkaanse en Turkse gezinnen naar Osdorp. Ik zat op de openbare school. Daar zaten nog een paar verdwaalde blonde krullenbollen, maar voor de rest was het zwart. De witte kinderen gingen naar de katholieke school. Dat was niets voor ons, want daar moest je elke ochtend verplicht bidden. Pas op de Hogeschool van Amsterdam werd ik een uitzondering."

Hoe heeft u dat ervaren?
"Het was erg wennen, soms confronterend. Irritant als je elk jaar weer moet uitleggen dat je in de ramadan ook echt geen water mag drinken. Ik had weleens het idee: spreek ik Chinees? Het was een nieuwe wereld. In mijn vriendenkring zat eigenlijk niemand die geen moslim was. Ik kwam ook nooit de wijk uit."

Hoe groot was de rol van religie thuis?
"Het vormde ons moreel kompas. Het ging over de vraag hoe je jezelf kon verbeteren, hoe je ervoor zorgt dat je een goed mens bent. De innerlijke strijd met jezelf. Mijn vader heeft de religieuze en culturele tradities van het zuiden van Marokko meegenomen. Dat is veel minder zwart-wit dan de tradities uit een land als Saoedi-Arabië. Het begint heel eenvoudig: met zelfreflectie en een goed mens zijn. Zelfstandig nadenken en je gezonde verstand gebruiken."

"In de buurt woonden vooral gezinnen uit het noorden van Marokko. Dat is toch wel een heel andere cultuur. Mijn vader heeft ons altijd beschermd tegen het geroddel. Er werd enorm op elkaar gelet en altijd ging het over andermans dochters. Als ze die met een jongen zagen, al was het één minuut, werd er al aan de bel getrokken."

"Het was in die tijd ook heel normaal dat meisjes werden uitgehuwelijkt. Mijn vader zei tegen mij en mijn zussen: niemand gaat het huis uit voordat hij een rijbewijs heeft gehaald, een eigen huis heeft en een opleiding heeft afgemaakt. Dan ben je in staat om op je eigen poten te staan en dan mag je trouwen."

Beeld Jitske Schols

"In de wijk zag je dat broers op een gegeven moment de rol van hun vader overnamen en hun zussen gingen corrigeren als ze ergens werden gezien. Dat hoefden mijn broers niet te proberen, dat ging er echt niet in bij mijn vader."

En uw moeder?
"Een zachte vrouw, die 24 uur per dag bezig was met de zorg voor haar kinderen. Ik zou dat echt niet aankunnen. Ik vind het al knap als iemand voor één kind zorgt. Serieus. Ik weet niet eens of ik kinderen wil, laat staan acht."

U draagt een hoofddoek.
"Vanaf mijn achttiende. Het voelt goed. Geen idee of ik hem over tien jaar nog draag. Als ik hem nu af doe, zou mijn vader daar geen enkel probleem mee hebben. Hij heeft er ook geen rol in gespeeld dat ik hem ben gaan dragen, dat is het resultaat van mijn eigen zoektocht geweest. Ik ben altijd serieus geweest. Op mijn veertiende was ik al bezig met filosofische gesprekken met mezelf. Soms stuurde mijn vader ons een maand naar de Koranschool. Daar leerde je niet veel, je werd er vooral geslagen."

"In mijn jeugd was er geen islamitische literatuur in het Nederlands. Pas toen ik 18 was kwamen de eerste vertalingen uit Saoedi-Arabië. Dat land is altijd bezig geweest met de verspreiding van zijn gedachtegoed in Europa. Ik dacht ook: eindelijk literatuur die ik kan begrijpen."

"Het was heel zwart-wit. Het ging alleen over uiterlijkheden. Over wat er niet mag: geen nagellak, geen muziek. Dat je in de hel belandt als je niet doet wat er is voorgeschreven. Terwijl Allah volgens mij juist barmhartig is. Ik dacht: boekjes dicht en gewoon je gezond verstand gebruiken."

Wat was er gebeurd als een van jullie homoseksueel was geweest?
"Mijn vader zou ermee worstelen, maar ik kan mij niet voorstellen dat hij had gezegd: en nu de deur uit. Bij ons thuis mocht iedereen zichzelf zijn. Dwang bestond niet. Wij spraken ook gewoon Nederlands. Tenminste: mijn ouders spraken in het Berbers en wij spraken Nederlands terug."

Waar droomde u als kind van?
"Ik wilde gevangenbewaarder worden, hahaha. Serieus: ik zat op een gegeven moment thuis naar een documentaire over gedetineerden op Discovery te kijken. Ik dacht: hoe kan dit nou? Iedereen is toch onschuldig geboren. Ik was ervan overtuigd dat wat je gaandeweg hebt aangeleerd ook weer af te leren is. Ik geloofde echt dat criminelen te helpen waren. Voor een stage heb ik gesolliciteerd bij de Bijlmerbajes. Ze hadden geen plek. Zo erg. Daar ging mijn droom."

"Het kenmerkt hoe ik was. Mensen willen helpen. Mijn vriendinnen hadden bijbaantjes bij McDonald's, ik was voedingsassistent in een verzorgingshuis voor dementerenden. Ik heb op een kinderdagverblijf gewerkt en in het jongerenwerk gezeten. Op mijn twintigste ging ik voor een stage naar de reclassering. Ze hebben me afgewezen omdat ze vonden dat ik te lief was voor dat werk. Toen heb ik een plek geregeld bij zorginstelling Spirit, op de heftigste afdeling: het spoedhulpteam."

U bent uw carrière begonnen op het August Allebéplein bij buurthuis Oportuna, dat vlak daarna door stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch werd gesloten.
"Het was destijds beleid: de jongens binnenhouden. Dan had je er geen last van. Wij waren meer politieagenten dan buurthuiswerkers."

Was er al sprake van radicalisering?
"Nee, het was criminaliteit."

Kende u Mohammed Bouyeri, de moordenaar van Theo van Gogh?
"Ik heb hem ontmoet. Hij was actief bij bewonersvereniging Eigenwijks en had goede ideeën. Hij wilde een concurrerend jongerencentrum opzetten, maar kreeg geen steun van de gemeente. Dat heeft hem enorm gefrustreerd. Samen met een paar nare dingen die hij meemaakte in zijn privéleven heeft dat ertoe geleid dat hij in contact is gekomen met extremistisch gedachtegoed. Het was een verrassing. Radicalisering speelde voor ons niet, we wisten niet eens wat het was."

Beeld Jitske Schols

"Na de moord op Van Gogh in 2004 was iedereen in shock. Op het stadhuis zochten ze iemand die de praktijk kende, iemand die een netwerk had. Zo kwamen ze bij mij. Ze hadden zelf alleen maar mensen die nooit in de wijken kwamen. Allemaal witte mensen, die hooguit contacten hadden met oude Marokkaanse mannen uit moskeebesturen of van de traditionele linkse beweging. Niet met mijn generatie."

Hapte u meteen toe?
"Ik heb heel erg getwijfeld. Men had bedacht dat er een afdeling informatiehuishouding en radicalisering moest komen. Door allerlei administratieve systemen aan elkaar te koppelen, zouden mensen die op het punt stonden te radicaliseren er vanzelf uitpoppen. Ik zag mezelf al achter baarden en boerka's aan rennen."

Wat een naïef idee van de gemeente.
"Er werd op het stadhuis ook een meld- en adviespunt geopend. Daar kwam natuurlijk geen enkel serieus telefoontje op binnen. Op het stadhuis zeiden ze: met jouw ervaring kun je misschien een positieve bijdrage leveren. Ik hoefde alleen een cv in te leveren. Ik was 23 en had geen enkele ambtelijke ervaring. Ik wist niet eens hoe ik een mailtje moest tikken."

Wie was uw inspiratiebron?
"In die beginperiode? Job Cohen. Hij was ook zoekende. We hadden te maken met een zwakke religieuze infrastructuur. Jongeren konden nergens heen met hun identiteitsvragen. De imams waren in Marokko opgeleid en kenden de Nederlandse taal en belevingswereld niet. Dus gingen jongeren op zoek bij het jihadistisch aanbod op internet."

"Daar gingen de discussies met Cohen over: wat doe je als overheid? Je kunt niet gaan sleutelen aan iemands religie en op eigen houtje Korans vertalen. Ik zat er dubbel in. Ik vond dat de gemeenschap zijn eigen verantwoordelijkheid moest nemen en dat je ze daar hooguit een beetje bij kunt helpen als overheid."

Wat deed u wel?
"Ik ging de wijken in. Dat vonden de collega's echt heel raar. Kwam ik terug en dan was het: heb je al een signaal? Daar werd ik echt op bevraagd. Zo werkt het natuurlijk niet. Je moet opbouwen, investeren. In gesprek komen met mensen die bereid zijn misstanden aan te kaarten. Als ambtenaar zijn je bevoegdheden beperkt, dus moet je het hebben van vertrouwen. Het echte werk begint pas na vijf uur."

Hoe werd u in de gemeenschap gezien?
"Er zitten veel mensen die net zijn als ik. Die de Nederlandse normen willen verdedigen en bereid zijn om zich kwetsbaar op te stellen. Veranderaars, die opkomen voor homo's en de Joodse gemeenschap. Die niet in zaaltjes roepen wat er van ze wordt verwacht om je vervolgens achter je rug uit te lachen en thuis gewoon verdergaan met achterlijke opvattingen."

"Maar een deel ziet me natuurlijk als de vijand. De conservatieven en de extremisten waren snel klaar met mij. Ik heb slaande ruzies gehad met haatpredikers. Die vonden mij een afvallige die zijn ziel aan de duivel heeft verkocht. Er waren roddelcampagnes. Maar ik wist waarvoor ik het deed. Ik wilde echte veranderingen, mensen bewust maken in wat voor land ze wonen. Ik zei: je kunt de overheid en de media wel overal de schuld van geven, maar als jij met één vinger wijst, wijzen er drie terug."

Hoe hield u dat vol?
"Door de bescherming die mijn vader me heeft gegeven tegen het geroddel in de buurt. Het is heel makkelijk om op een stuk papier te schrijven dat er schurende gesprekken gevoerd moeten worden, maar in de praktijk gaat het er soms heel heftig aan toe."

U wordt verweten dat u er te diep in zat.
"Dat is heel pijnlijk."

Dat u een gesloten netwerk in stand hield.
"Een manager op het stadhuis zei: Saadia, kijk je uit dat je afdeling geen moslimclubje wordt. Ik ben me rot geschrokken. Los van mij: al die mensen die zich hebben ingezet voor de stad, die de Nederlandse normen en waarden verdedigden, die mag je niet in de hoek zetten. Als je deze mensen kwijtraakt, met wie wil je dan samenwerken? Met extremisten?"

"Ik probeer steeds maar weer te begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen. Als er iemand kritisch is op moslims of Marokkanen ben ik het. Ze begrijpen op het stadhuis niet hoe het veld werkt. Ik praat met salafisten, ja. Dat zijn mensen die worstelen met zichzelf en hun geloof, een generatie die zich enorm aan het ontwikkelen is. Als ik de verbinding niet leg, dan doen de ronselaars het wel. Maar wat dacht mijn directeur? Dat ik een mol was, omdat ik te amicaal met die jongens omging."

Is er op het stadhuis weerzin tegen moslims?
"Er is ongemak. Er speelt bij de directie ook een platte machtsstrijd over de vraag wie het voor het zeggen heeft."

De term witwassen is al eens gevallen.
"Kijk maar hoe het team er nu uitziet vergeleken met een jaar geleden. Kijk naar de cijfers, die kun je niet goedpraten."

Hoe was uw relatie met wijlen burgemeester Eberhard van der Laan?
"Ik heb vanuit mijn opvoeding geleerd om niet negatief te spreken over doden en hen juist te vergeven. Maar de manier waarop hij mij heeft behandeld heeft veel pijn gedaan."

Hij verweet u geen oog te hebben voor de rol van religie in radicalisering.
"Ik heb hem juist al die tijd schriftelijk gewaarschuwd voor salafisten en haatpredikers. Van der Laan dacht: geef die jongens een vrouw, een woning en werk. Bleken ze alsnog uit te reizen. Daar had hij het moeilijk mee."

"Hij was een man die pas ergens op afging als hij het zelf had ervaren. Dat gebeurde toen er vorig jaar een paar nare incidenten waren geweest in moskeeën. Op een heisessie in januari verweet hij ons dat wij niet objectief konden zijn vanwege onze moslimachtergrond, al zouden we het nog zo hard proberen."

Had u meer rugdekking verwacht?
"Het probleem is: we hebben op dit dossier stevige leiders nodig die voor hun mensen gaan staan. Wat er nu aan leidinggevenden op het stadhuis zit woont niet eens in Amsterdam. Ze stappen in hun auto en rijden de stad uit."

Bestaat het netwerk nog dat u heeft opgebouwd?
"Op enig moment waren er tweeduizend professionals en sleutelfiguren bij betrokken. Wat ervan over is gebleven, is wantrouwen. Natuurlijk: als jij of ik zie dat iemand op het punt staat een aanslag te plegen bellen we heus wel de gemeente. Maar daar was dit netwerk niet alleen voor opgezet. Dat was om een beweging op gang te brengen om in de gemeenschap de weerbaarheid en zelfreflectie te vergroten. Mensen zeggen nu tegen me: elf jaar lang heb je van alles tegen ons gezegd en kijk nu hoe ze je behandelen."

Was het het allemaal wel waard?
"Dat gesprek voer ik nu elke dag met mezelf. Ik heb mijn familie elf jaar lang verwaarloosd. Die jaren zijn me letterlijk afgenomen. Soms denk ik: wie ben ik nog nu alles is weggevallen. We hebben zaadjes gepland bij de nieuwe generatie, zodat die ook voelen: Nederland is van ons. Daar is een enorme deuk in gekomen."

Hoe ziet u uw toekomst voor u?
"Als ik aan het woordje werk denk, krijg ik het al benauwd. Of zelfs aan het woordje Amsterdam. Maar ik blijf in hart en nieren een hulpverlener. Ik kan slecht tegen onrecht. Het is altijd mijn droom geweest ooit een weeshuis op te zetten."

Antiradicaliseringsambtenaar Saadia Ait-Taleb heeft zich volgens de gemeente Amsterdam schuldig gemaakt aan belangenverstrengeling. Zij zou een relatie hebben gehad met Saïd J., die ze opdrachten gaf voor de gemeente.

Die relatie heeft ze volgens de gemeente niet gemeld bij haar leidinggevenden. De gemeente beroept zich daarbij op (anonieme) klachten, foto's en apps tussen Ait-Taleb en haar vriendinnen.

Ait-Taleb kreeg in juli strafontslag. Zij houdt staande dat er nooit sprake is geweest van een relatie, maar dat er alleen is geflirt. Donderdag diende een kort geding waarin Ait-Taleb eist dat haar ontslag ongedaan wordt gemaakt.

Volgens de gemeente ligt de lat voor ambtenaren extra hoog als het gaat om integriteit. Met deze zaak wil de gemeente 'een signaal' afgeven. Er loopt nog een onderzoek naar de zaak door het gemeentelijk Bureau Integriteit en een strafrechterlijk onderzoek van het Openbaar Ministerie.

Lees ook: Ontslag Saadia A.-T. legt onrust rondom radicalisering bloot en Hoe de geheime 'grijscampagne' totaal ontspoorde

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden