Column

's Avonds hef ik mijn biertje richting onze dorpsgek

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Twee neukende orka's gaan op en neer in een lift die uitkijkt over het vakantiepark waar mensen met polsbandjes de hele dag hey ho let's go-achtige dansjes maken - een glas in de ene, een hapje in de andere hand. Zo'n resort, daar kun je schamper je policor-neusje voor ophalen, mompelend dat het er niet authentiek is en jij liever met een tentje en je gezin op je rug de Kaukasische wildernis intrekt.

Ieder z'n ding, maar dat zijn doorgaans figuren die beweren geen tv te kijken omdat ze avondenlang Herodotus vertalen of veldslagen uit Napoleontische oorlogen naspelen met poppetjes die ze zelf gefiguurzaagd hebben uit ecologisch verantwoord sloophout, onderwijl genietend van een nipje cayennewater en wortels gedoopt in humus. Ik ben daar te ordinair voor.

Dus lig ik boven op enorme dieren die alleen in dit hokje te proppen zijn als ik ze in copulerende positie vouw, maar zit dusdanig klem dat ik niet bij het knopje kan en noodgedwongen stil sta op de vijfde etage. De kinderen die het zwembadspul willen berijden moeten nog even wachten.

Ik staar naar beneden en zie hem lopen. De zonderling. Nors gezicht, vreemd scheef opgetrokken lichaam ­- alsof zijn geraamte uit elkaar is gehaald en de botten verkeerd om zijn teruggezet. Hij blikt giftig richting iedere vakantiefeestganger die hem passeert, schiet zijn zwareshagpeuken richting turquoise zwembad en is rond het middaguur standaard woedend lam.

Iedereen in de enclave fluistert over hem, mijn zoons incluis. "Ik vind die meneer eng." Het is makkelijk je te laten beangstigen door het buitenissige. Het is ook eenvoudig erover te roddelen, wat wij stiekem ook doen, want we zijn geen heiligen.

Ik leg mijn gezicht op het koele plastic van de bovenste walvis en kijk naar de perfecteplaatsjesmensen die de verwarde grommerd geïrriteerd met gewapper proberen weg te jagen. Zouden ze gelukkig zijn?

De dame met de borsten opgepompt tot formaatje autoband. De dikbebuikte Engelsman, elke maaltijd op zoek naar de geruststellend dempende werking van een berg koolhydraten. De gymjuf met haar perfect gekleide kontje. De zwetende veertiger in de hotellift vergezeld van twee neukende orka's die maar door maalt terwijl ze een schep geld heeft betaald om zich te ontspannen.

Alles ziet er zo stralend uit, maar ook de resort­rimboe heeft verhalen genoeg. Het valt niet mee vakantie te nemen van jezelf. En misschien hoeft dat ook helemaal niet.

Ik reik naar het knopje en denk aan die ene quote van acteur Robin Williams. "Everyone you meet is fighting a battle you know nothing about. Be kind. Always."

Ik houd niet van tegeltjes, ik haat de gebiedende wijs, maar zie de ogen van Williams voor me en realiseer me dat niet te bepalen valt of de kreukels ernaast lachrimpels zijn of schrijnende ernst.

En ik weet: hij had gelijk. Iedereen worstelt, de Herodotusvertaler, de ecologische Kaukasustoerist, en ja, ook de juichende polsbandjesdrager in het verwende mensenparadijs. 's Avonds hef ik mijn biertje richting onze dorpsgek. Hij gromt. Dan tilt hij zijn glas op.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Lees hier al haar columns terug. Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden