Column

Rutte verstaat de kunst van het Anakoloeterwaals

Theodor HolmanBeeld Wolff

Rutte verstaat de kunst van het Anakoloeterwaals. Het Anakoloeterwaals bestaat uit anakoloeten plus koeterwaals.

Grootvader Hugo Brandt Corstius schreef ooit: 'Een 'anakoloet' is de zin die niet op de juiste hoewel hij misschien aantoont dat de regels niet in alle gevallen voorzien en er eentje op te schrijven niet meevalt hoewel je ze ik tenminste voortdurend uitspreek.'

Koeterwaals is een aanduiding voor onbegrijpelijke taal. Anakoloeterwaals, gebracht met flair, blijkt een krachtig politiek wapen.

Het is trouwens niet alleen het gesproken woord. Rutte heeft een anakoloeterwaalse fysiek. Als hij lacht, lacht hij niet echt, en als hij echt lacht, valt er eigenlijk niets te lachen.

In alles is hij gezellig boyish; hij bezoekt leuke dansfeesten, waar bonk-bonk­muziek wordt gedraaid, hij gaat guitig zeilen in de korte broek met en van Jort Kelder, waarbij ze gezellig hun gouden aardappelen in hun keel opwrijven met koude kak en koude chablis, al schijnt Rutte niet te drinken, en mijnheer vindt het enig om af en toe Schubert te beluisteren, in wiens muziek hij de emoties hoort die hij vreest als hij ze zou moeten tonen.

Die anakoloeterwaalse mentaliteit zie je terug als Rutte antwoord geeft; de charme van vrienden onder elkaar.

En laten we eerlijk zijn: hij is in dat politieke bedrijf reuze handig. Je kunt hem vergelijken met een stuk zeep, met een paling of een aal, met natte stront of met teflon, niets deert hem.

Alle journalisten hebben geprobeerd hem te beledigen ('Nog geneukt, Mark? Ben je homo, Mark? Waarom lieg je zoveel, Mark?'), maar elke krenking treedt hij tegemoet met een glimlach die hij, zo moeten we na jaren constateren, werkelijk meent.

Misschien moet je als minister-president wel een masochistisch gevoel voor humor hebben.

Hoe lang ik Mark ook bestudeer - ik krijg nimmer echt vat op hem. Hij is behoorlijk briljant, maar ook geslepen. Hij laat zich uitlachen, lijkt het, niet om vilein terug te zijn, maar om te verbergen dat hij het achterbakse niet schuwt. Achterbaks in dienst van het vaderland. Vermoedelijk doet hij niks voor zichzelf, maar meestal iets voor een ander.

Hij zoekt altijd een groepje. Een vriendenkring, een ministerraad, een kabinet, een parlement. Ik denk dat hij 's avonds weent van eenzaamheid. Daarom heb ik met hem te doen. Speelt hij briljant dat hij normaal is, of juist abnormaal? Ik kom er niet uit.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Lees ook: Hoe Mark Rutte andermaal een fout onder het tapijt veegt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden