Rutte kan zonder meerderheid in senaat best door

Het hoogtepunt van het komende politieke jaar zit, voor zover nu te overzien, al in het eerste kwartaal. Op 2 maart gaan we naar de stembus voor de Provinciale Staten, al zal vrijwel niemand wakker liggen over de politieke samenstelling van de staten.

Eind mei kiezen de staten de 75 leden van de Eerste Kamer en uiteindelijk draait het daar 2 maart natuurlijk om.

In vrijwel elke discussie over het lot van het minderheidskabinet van VVD en CDA staat de datum van 2 maart centraal. Waarom eigenlijk, kun je je afvragen. Om het een kabinet lastig te maken is heel wat nodig – voor een Eerste Kamer al helemaal.

De kans dat de oppositie in de senaat haar huidige meerderheid behoudt, lijkt me bijzonder klein. Maar zelfs al zou het wonder voor Cohen, Sap, Pechtold en anderen wel plaatsvinden dan is daarmee absoluut nog niet gezegd dat het eerste kabinet-Rutte daar ook zal stranden.

De huidige CDA-fractievoorzitter in de Eerste Kamer, Jos Werner, is daar wel bang voor. Vlak voor de algemene beschouwingen in de senaat liet hij me per mail desgevraagd weten zich niet voor te kunnen stellen dat het kabinet zonder meerderheid in de Eerste Kamer vruchtbaar zou kunnen regeren.

Waarom zo somber, meneer Werner?

Veel pessimisten (of optimisten, afhankelijk van een ieders positie) gaan uit van de fictie van een grote eensgezindheid in de oppositie. Of althans van de fictie dat de drang om het kabinet het leven onmogelijk te maken per definitie groter is dan de opdracht het beleid op zijn inhoudelijke merites te beoordelen.

Zoiets valt zelfs in de Tweede Kamer nog maar te bezien en al helemaal aan ’de overkant’.

Het debat over het belastingplan was voor velen het bewijs dat de Eerste Kamer het kabinet inderdaad voor grote problemen kan stellen. Het tegendeel bewijzen is moeilijk, want inderdaad moest staatssecretaris Frans Weekers in de laatste week voor Kerst behoorlijk door de knieën, net als dat andere lid van het kabinet, minister Henk Kamp van sociale zaken.

Bij Kamp was het nog een bedrijfsongelukje, ook de regeringsfracties hadden gewoon geen zin hals over kop de AOW-toeslag te schrappen. Bij Weekers was er meer aan de hand. Zijn positie –als de Tweede Kamer gesproken heeft, heeft de Eerste Kamer te zwijgen– was gewoonweg onhoudbaar.

Maar dit alles zegt niets over de komende jaren, ook niet met een oppositionele meerderheid in de senaat. De Eerste Kamer kan pas echt een gevaar worden voor Rutte als de voltallige oppositie het tot haar hoogste doel verklaart dit kabinet zo snel mogelijk uit de wereld te helpen.

Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Elk voorstel, dat inhoudelijk nog wel zou kunnen rekenen op de steun van één of meerdere oppositiefracties, dient dan op die grond verworpen te worden. En dat niet één keer, maar elke keer als de betreffende bewindspersoon met een voorstel komt.

Dat lijkt te veel gevraagd van een orgaan als de Eerste Kamer. En dat is ook terecht.

Natuurlijk, de Eerste Kamer is een politiek orgaan, maar wel een politiek orgaan dat vooral tweede viool moet blijven spelen. Tenzij de oppositie tegelijkertijd de discussie over het voortbestaan van de Eerste Kamer wil openen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden