PlusAchtergrond

Royal Asscher Diamond Company overgedragen aan zesde generatie

Maandag draagt Edward Asscher het familiebedrijf Royal Asscher Diamond Company (anno 1854) over aan zijn kinderen, de zesde generatie. ‘Je moet dingen los kunnen laten in het leven.’

Een replica van de Britse scepter, waarin de grootste Cullinandiamant is verwerkt die Joseph Asscher wist te slijpen.Beeld Jakob van Vliet

“Maandag zit ik op de kop af vijftig jaar op de directiestoel. De perfecte datum om op te stappen.” Een klein lachje. Edward Asscher (73) kijkt nuchter naar de dingen des levens. “Op een bepaald moment moet je de continuïteit niet in de weg zitten. De volgende generatie moet eigenhandig de verdere koers uitstippelen. Als geen van mijn kinderen het had willen overnemen, had ik de zaak verkocht. Daar moet je niet sentimenteel over doen. Al vanaf het moment dat je kinderen krijgt, moet je leren ze los te laten en hun eigen weg te laten kiezen. Natuurlijk ben ik heel blij dat ze hier de boel overnemen. Prachtig toch, de zesde generatie aan het roer?”

Asschers kinderen Mike (39) en Lita (42) ver-delen de taken: Lita is verantwoordelijk voor Amerika, Mike voor Azië en Europa (hun broer Guido bedankte voor de eer). Lita is de eerste vrouw ooit die aan het hoofd staat van het diamantairshuis.

De directiekamer ademt geschiedenis. De lambriseringen stammen nog uit overgrootvaders tijd. Op kasten en tafels staan tientallen ingelijste en gesigneerde foto’s van koningen, keizers en admiraals wier kronen, diademen en scepters Asscherdiamanten dragen. In het gouden boek, dat miraculeus (niemand weet hoe en waar) de oorlog overleefde, staan nog veel meer handtekeningen, onder meer van hoge legerofficieren die ons land bevrijdden en hier in 1945 acte de présence kwamen geven. Op tafel prijkt een marmeren plaat met daarop een grote homp ijzer in de vorm van de Cullinandiamant. Hij kan open. Vroeger werden daaruit sigaretten gepresenteerd aan de gasten. Een ijzeren afgietsel van het gebouw was ooit het inktstel van hun overgrootvader.

Belle époque

Het begon in 1854, toen Isaac Joseph Asscher zijn schoenmakersvak verliet, in de diamantwereld stapte en de Firma I. J. Asscher oprichtte in Amsterdam. Het was het juiste moment: Europa stond aan het begin van de bloeiende belle époque, en de industriële revolutie zorgde ook in de diamantwereld voor legio nieuwe mogelijkheden.

Daarbij speelde Amsterdam al sinds de achttiende eeuw een hoofdrol in de diamantsector, toen de stad het monopolie verwierf op de diamanthandel uit Brazilië. Vanuit de hele wereld kwamen slijpers en juweliers sindsdien naar Amsterdam, waardoor de stad uitgroeide tot ’s werelds City of Diamonds. Niet veel later werd de Kimberleymijn ontdekt in Zuid-Afrika, met een schier onuitputtelijke diamantvoorraad. In 1902 werd in de buurt van Pretoria de Cullinanmijn ontdekt, waar drie jaar later de grootste diamant ooit werd gedolven, een van 3106 karaat, het formaat van een forse appel. Sir Thomas Cullinan, de eigenaar van de mijn, schonk deze in opdracht van de Zuid-Afrikaanse regering aan de Engelse koning Edward VII als een soort zoenoffer in de ruzie tussen de beide landen na de Boerenoorlog.

Replica’s van de Cullinandiamanten.Beeld Jakob van Vliet

Intussen was men in de familie Asscher twee generaties verder, en heette haar onderneming niet ten onrechte I. J. Asscher Company & Sons (de pater familias had veertien kinderen). Nadat eerder vijf zoons het bedrijf hadden overgenomen, was het nu de beurt aan zijn kleinzoons Abraham en Joseph.

De laatste had het kloven en slijpen als geen ander in de vingers. Hij had in 1902 een achthoekige slijpvorm gepatenteerd, de Asscher cut, die naadloos paste in de rechtlijnigheid van de latere art deco en commercieel een enorm succes was. Mede daardoor kon men in 1906 de imposante diamantslijperij in de Tolstraat laten bouwen, die tot op de dag van vandaag bekend staat als het Asschergebouw. De impact van het bedrijf was zo groot dat de straten eromheen edelsteennamen kregen en de buurt tot Diamantbuurt werd gedoopt. Een groot deel van de slijpers kwam er te wonen.

In datzelfde gebouw hief Joseph twee jaar later zijn arm hoog, om met een speciaal daarvoor vervaardigde hamer de legendarische slag toe te brengen waarmee de Cullinandiamant in tweeën werd gespleten. Joseph was door koning Edward VII uitverkoren om uit de ruwe diamant zo veel en zo groot mogelijke sierdiamanten te slijpen. De firma Asscher werd hierdoor wereldberoemd.

Het werden uiteindelijk 9 grote en 96 kleinere stenen. De grootste (530 karaat) zit in de scepter van de Engelse kroonjuwelen, de tweede (317 karaat) in de Engelse kroon. Van nummer III (94 karaat) en IV (63 karaat) werd een broche gemaakt die koningin Elizabeth nog regelmatig draagt. Toen zij in 1958 de Asschers bezocht in Amsterdam en haar duidelijk werd dat Louis, die erbij was toen zijn broer hem kloofde, bijna blind was, deed zij de broche af en legde deze in zijn handen om te bevoelen. ‘We call them Granny’s chips’, zei ze. Oma’s steentjes.

In dat jaar was het bedrijf niet meer wat het geweest was. De oorlog was voor de Joodse familie en haar bedrijf rampzalig verlopen. Van de vijfhonderd slijpers overleefden slechts vijftien de kampen. Ook van de familie kwam een groot deel om. De zaak zelf was compleet leeggeroofd. Door de medewerking van De Beers, het bedrijf dat toen nog het monopolie bezat op de wereldwijde diamantindustrie, en met de opbrengst van de verkoop van het grootste deel van het Asschergebouw aan de gemeente kon men een herstart maken.

Dochter Lita, vader Edward en zoon Mike Asscher.Beeld Jakob van Vliet

Tegenwoordig telt Asscher 95 personeelsleden en opereert het wereldwijd, met Japan (175 verkooppunten en 2 eigen winkels) en de VS (100 verkooppunten) als belangrijkste markten. In Amsterdam heeft Royal Asscher een winkel aan de P.C. Hooftstraat 142.

Terugkijkend op zijn carrière noemt Edward een paar hoogtepunten. Het verkrijgen van de koninklijke goedkeuring in 1980, waardoor het bedrijf zich sindsdien officieel Royal Asscher mag noemen. “Behalve de eer is zo’n predicaat ook zakelijk belangrijk, vooral in het buitenland.” Ook het patenteren van de Royal Asscher cut, het speciale vierkante slijpsel met 74 facetten, is een belangrijke mijlpaal.

Máxima’s verlovingsring

Koningsgezind als hij is, ziet hij de oranje diamant die in de verlovingsring van koningin Máxima zit ook als highlight. Toenmalig koningin Beatrix kocht hem al twee jaar voor de verloving bij Asscher (‘Met tussenkomst van juwelier Steltman,’ voegt hij er snel aan toe, ‘ere wie ere toekomt.’), en ziedaar: “Twee jaar later zag ik hem ineens in die ring zitten. Dat deed me wel wat. Maar misschien wel het allerbelangrijkste is de rol die we als bedrijf hebben gespeeld, en zullen blijven spelen, in het aan alle kanten verantwoord uitoefenen van het vak. Diamant is zo’n prachtig product, daar mogen geen duistere facetten aan zitten.”

De overdracht van vader aan kinderen ging soepel en probleemloos. Vader (die ze Edward noemen sinds hijzelf vond dat ‘papa’ wat kinderachtig klonk tijdens vergaderingen) gaf zijn aandelen op zijn vijfenzestigste al door aan zijn drie kinderen.

Mike: “Sinds wij in de zaak meelopen, gaat alles in overleg. Eerst was Edward onze coach, degene die ons de weg wees en alles duidde. Gaandeweg gingen we steeds meer samen doen als trio. De laatste tien jaar nemen we alle beslissingen in consensus, nooit op basis van de meeste stemmen. Als we ergens niet uitkomen, praten we de volgende dag verder. Of we gaan de kroeg in. In al die jaren is dat altijd gelukt.”

Druk op de ketel

Dat de kinderen hun vader zouden opvolgen, stond allerminst vast. Lita: “Er was geen enkele pressie vanuit huis. Je hoort vaak bij familie­bedrijven dat er een enorme druk op de ketel staat, maar bij ons was dat totaal niet het geval. Guido heeft er nooit wat in gezien, hij is nu een IT-hot-shot, en vanuit zijn vak adviseert hij ons weleens, maar in diamant zag hij nooit wat. Voordat ik in 2002 instapte, studeerde ik international management en werkte eerst jarenlang bij Dell. Mike is de enige van ons drieën die er al van kinds af aan echt zin in had.”

Mike ging op zijn zeventiende de zaak in. Hij leerde het diamantslijpen en alles wat daarbij komt kijken in de praktijk. “Ik had na de middelbare school geen zin in studeren, wilde zo snel mogelijk aan de slag. Pas veel later ben ik gaan studeren, brand management in Rotterdam, een MBA in Nyenrode.”

Diamantslijper aan het werk.Beeld Jakob van Vliet

Bij het diamantvak komt veel meer kijken dan een mooie fonkelende steen alleen. “Al is het maken van prachtige stenen, hoe groot of klein ook, natuurlijk ons belangrijkste doel. We cut for beauty. Kwaliteit vóór kwantiteit. De meeste firma’s proberen zoveel mogelijk geslepen diamanten uit een ruwe steen te krijgen, wij kiezen voor de mooiste stenen, ook al moet je dan qua karaat wat inleveren.”

“Sinds de film Blood Diamond uit 2006, ik noem die altijd een zegen voor de diamant­industrie, is de bewustwording voor ethisch ondernemen goed doorgedrongen en zijn er steeds betere afspraken gemaakt; niet alleen over bloeddiamanten, maar ook over de werkomstandigheden in de mijnen en de daarbij horende milieuvraagstukken. Je kunt zeggen dat 99 komma zoveel procent van alle diamanten nu conflictvrij is.”

Natuurlijke groei

“Hoe wij het bedrijf gaan leiden?” Weer even die blik van verstandhouding tussen elkaar. “Gestaag,” zegt Mike, “vooral focussen op kleine schaal.” “Vooral niet te snel, te groot, te veel of te veel tegelijk,” zegt Lita. “Een mooie, natuurlijke groei.” Mike: “En zoeken naar nog meer nieuwe slijpvormen.”

Over slijpvormen gesproken: of we misschien even een kijkje wil nemen in de slijperij beneden? Drie verdiepingen lager, en tig beveiligde deuren verder, ligt een ruimte die nog het meeste wegheeft van de werkplaats van een ietwat chaotische timmerman. Achterin, in slobberig T-shirt en spijkerbroek, zit een slijper te werken aan een loepzuivere Royal Asscher cut-diamant van zo’n tien karaat. Een joekel van een steen, waar hij al weken mee bezig is, een tijdrovend proces. Ik pak hem vast. Hij schittert me tegemoet.

Schoonheid is het elimineren van onzuiver­heden, schreef Michelangelo ooit.

Waarvan akte.

Hell of a job

Edward Asscher gaat dan wel met pensioen, niksdoen zit er niet in. Zijn vrouw werkt ook nog: “Dus wat moet ik thuis?” In juni wordt vader Asscher President van de World Diamond Council, het overkoepelende orgaan van de diamantindustrie in het door de Verenigde Naties opgerichte Kimberley-Process. Dat certificatiestelsel beoogt de 81 erbij aangesloten regeringen op één lijn te krijgen inzake mensenrechten, ethiek, werkomstandigheden en milieuzaken. Een megaklus, waarvoor hij de hele wereld over zal reizen.

“Nu ik uit de zaak ben, kan ik me daar helemaal op focussen. Dat moet ook wel, want het is a hell of a jobVan wezenlijk belang ook. De diamantindustrie moet echt brandschoon zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden