Roots Open Air brengt aantrekkelijk, mondain Afrikaans geluid

Onder dreigende wolkenformaties bleef het zonnig in het Oosterpark. Het weer is het minste probleem van dit internationaal vermaarde wereldmuziekfestival: als het aan de Amsterdamse Kunstraad ligt, is deze elfde jaargang de allerlaatste editie. Die onheilstijding gaf een onmiskenbaar macaber tintje aan alle feestelijkheden. De dreiging liet zich ook niet echt wegmasseren door het geëngageerde pleidooi dat ex-Concertgebouwdirecteur, supersponsorwerver en ultralobbyist Martijn Sanders ten bate van Roots Open Air hield.

De hele dag viel bij ieder podium dezelfde mantra te beluisteren: overal riepen de presentatoren vurig op tot behoud van Roots Open Air - weer eens wat anders dan het Braziliaanse regenwoud. Maar het is dan ook een ondenkbaar scenario wanneer Amsterdam als 'metropool van internationale allure' (woorden van de Kunstraad) wérkelijk zou besluiten om dit equivalent van het New Yorkse Central Park Summer Stage of The London African Music Festival zomaar van de evenementenkalender te schrappen. Amsterdam heeft geen festival dat zó onnadrukkelijk en elegant verschillende bevolkingsgroepen met elkaar in contact brengt.

Terwijl je bij vergelijkbare festivals zoals Festival Mundial in Tilburg en Ortel Dunya in Rotterdam eerst door anderhalve kilometer goede doelenmarkt wordt gejaagd, worden de artiesten op Roots Open Air vooral op artistieke merites gepresenteerd. Dat maakt alle verschil: Amadou et Mariam (Mali), Atongo Zimba (Ghana) en Neco Novellas (Mozambique) lieten de afgelopen jaren het Oosterparkpubliek een aantrekkelijk en mondain Afrikaans geluid horen, dat in niets deed denken aan campagnes voor de tragische Afrikaan, voor eeuwig treurend in zijn noodlot.

Het oordeel van de Kunstraad dat Roots Open Air artistiek te weinig onderscheidend zou zijn, werd vroeg in de middag al gelogenstraft. Op het Couleur Locale-podium, waar Nederlands wereldmuziektalent centraal staat, schitterde Kara Dara, een project van Fra Fra Sound-gitarist Andro Biswane. Met origineel en jazzy repertoire weet deze groep stevige transatlantische kabels tussen Suriname en Senegal te trekken. De Gambiaan Ebou Gaye Mada is hun geheime wapen: met chirurgische precisie dropt deze percussionist een clusterbom van complexe polyritmiek in mbalax stijl. Met deze extreem hectische Senegalese dansmuziek kreeg de jonge Youssou N'Dour ooit het uitgaanspubliek van Dakar aan zijn voeten. Kara Dara weet mbalax haast achteloos met Afrosurinaamse, funk- en jazzinvloeden te verweven.

Even later bood Watchaclan uit Marseille bij het Zap City-podium reggaebaslijnen van een diepgang waarmee je met gemak het grote veld kon omploegen. Dit furieuze trio zou met gemak een Lowlandspubliek kunnen overtuigen, terwijl subtiele Marokkaanse percussie Watchaclan nog juist wat extra cachet geeft. Tegelijkertijd hief even verderop KAL uit Belgrado louter met behulp van snelheid alle grenzen tussen zigeunermuziek en ska op.

Bij het Zap City podium besloot DJ Bouger Bouger de dag met aanstekelijke Afrikaanse pop. Onder Nederlandse deejays van Afrikaanse muziek moet deze makamba (blanke) wel de best ingevoerde zijn: zijn allernieuwste danshits uit Ivoorkust en Congo vonden een dankbaar publiek.

Terwijl de zon achter de bomen schoof, bood Zap City prachtige taferelen. Dansend tussen het mooiste publiek denkbaar drong de gedachte zich onvermijdelijk op: integratie, excusez le mot, gaat door de maag en op de dansvloer - twee culturele arena's waar je columnisten en politici nou nooit eens over hoort. (JAIR TCHONG)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden