Plus PS

Roos Schlikker: 'Alsof je in je blootje op de Dam staat'

Columnist en schrijfster Roos Schlikker (42) heeft haar eerste roman af: Huisje Boompje Beest. Ondanks haar angst voor kritiek, is haar tweede contract al binnen.

Roos Schlikker: 'Toen ik zeven jaar geleden begon met het boek had ik een journalistieke fascinatie voor pedo­jagers' Beeld Oof Verschuren

Columns en schrijven voor theater en televisie, dat kende ze wel, maar een roman stond nog niet op haar cv. Tot nu, want sinds vrijdag ligt Huisje Boompje Beest in de winkel.

Een verhaal over gesettelde veertigers in een doorsnee ­Vinex-wijk, waarvan het leven op zijn kop wordt gezet door de komst van Rob, de nieuwe en knappe buurman over wie geruchten over zijn voorliefde voor kinderen de ronde doen.

Zongebruind van twee weken vakantie in Portugal met haar man en twee zoons schuift Roos Schlikker ogenschijnlijk relaxed aan in café Kobalt, vlakbij haar standplaats de Jordaan.

Terug van vakantie, boek in de winkel en bij sommigen zelfs al op de plank. Ontspannen?
"Helemaal niet! Nee hoor, ik kan daar wel heel cool over doen, maar het voelt heel naakt, kwetsbaar en eng. Het schrijven van een roman, zoiets heb ik nog nooit gedaan. Het is enger dan een bundeling van mijn columns, omdat die zich voor mijn gevoel al hebben bewezen. Hierbij moet ik afgaan op het oordeel van de mensen van de ­uitgeverij."

Wat maakt het zo eng?
"Het is gewoon een heel ander vak en buiten mijn ­comfortzone. Ik vind het fijn om dit nieuwe ambacht te snappen en ben in dat opzicht best wel een nerd. Ik ben niet iemand die maar wat doet, zo van: we zien het allemaal wel. Daar ben ik veel te faalangstig voor. Echt vreselijk. Ik heb heel vaak gedacht: het is een grote grap, ik kan dit niet."

Maar het weerhield u er niet van?
"Die dagen heb ik ook, dat ik denk: nou, laat maar. Tegelijk smaakt het enorm naar meer - ik heb inmiddels een contract getekend voor een tweede roman - want ik ­geniet er ook heel erg van."

Wat is uw grote angst?
"Dat ik één ster krijg van Arie Storm (literatuurrecensent o.m. voor Het Parool, red.)." Lachend: "Arie, ik vind je eng! Een recensie is een soort kritisch gesprek met je baas, maar dan terwijl iedereen meekijkt. Alsof je in je blootje op de Dam staat."

"Ja, kritiek. Ik probeer me er tegen te ­wapenen en vind dat als je beter wilt worden in je vak, je niet alleen voor complimenten moet gaan. Tegelijk zit er in mij iemand die heel hard haar best heeft gedaan en die graag wil dat mensen zeggen dat het leuk is. Iedereen die zegt dat dat ze geen reet interesseert, liegt volgens mij."

Is dat erger dan onbekende mensen die lelijk ­reageren via sociale media?
"Dat is anders dan wanneer je werk beoordeeld wordt door mensen die er verstand van hebben. Die mensen ­zitten erop en ik nog niet, dat gevoel. Pietje de Boer uit Schiedam die vindt dat je in alle gaten ­geneukt moet worden, neem ik in zijn literatuurkritiek niet heel erg serieus. Dan denk ik: Pietje, je bent een viespeuk en je bent niet goed bij je hoofd, en blokkeer hem."

Huisje Boompje Beest Beeld -

In Huisje Boompje Beest worden de buren opgeschrikt door de komst van een pedofiel.
"Toen ik zeven jaar geleden begon met het boek had ik een journalistieke fascinatie voor pedo­jagers. Ik vond het zo interessant dat mensen die vanuit een ­superieur gevoel dat ze het moreel bij het juiste eind hebben - niet gek, want we willen ­allemaal niet dat er aan onze kinderen gezeten wordt - ­eigenlijk zelf een morele grens over gaan."

Herkent u dingen van uzelf in de buren?
"Gedurende het schrijven van het boek ontdekte ik dat ik veel meer met die mensen gemeen heb dan ik van tevoren dacht, en ik kreeg er meer mededogen voor. Evelien vond ik zelf het irritantste personage - zo'n vrouw die zich altijd overal mee bemoeit, die in alle opzichten te veel is. Maar naarmate ik meer over haar ging schrijven, snapte ik beter waar haar angsten vandaan komen en herkende ik ook wel dingen."

"Dat magisch ­denken: als ik maar zorg dat ik alles onder controle hou, ­gebeurt er niets ergs, dan gaat het niet mis. Ik ben veel meer van het leven en laten leven, maar ergens herken ik dat gevoel wel. Niet dat mijn boek nou heel therapeutisch is hoor, maar doordat ik die eigenschap bij haar ­ontroerend en lief ging vinden, ­oordeel ik er bij mezelf ook wat milder over."

Het speelt zich af in een wat ingedutte Vinex-wijk. Dat is geen Jordaan.
"En mij krijg je de stad niet uit, maar het boek is ook geen aanklacht tegen de Vinex-wijk. Dat vind ik een beetje ­elitair en clichématig om te zeggen: 'Die stakkers in die Vinex-wijk.' Nee hoor, ik ­wilde een boek schrijven over heel gewone mensen in een heel gewone Nederlandse wijk. Het gaat over hun angsten, maar vooral ook over hun verborgen verlangens. Die hebben we allemaal, dat is wat me boeit. En het feit dat we ze allemaal proberen te maskeren met een wolk Ambi Pur."

Lees ook alle columns van Roos Schlikker uit PS van de Week.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden