Plus

Robert Vuijsje over schoolkeuze zoon: 'Hij twijfelt of ik een vwo-kind ben'

Ondanks zijn hoge Cito-score kan de zoon van Robert Vuijsje na de zomer niet naar zijn voorkeursschool, het Barlaeus Gymnasium. Reden: de meester durfde het niet aan.

Robert Vuijsje
null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Vorige week zat ik met meester Tim na schooltijd in een klaslokaal. Het was een lokaal in dezelfde school als die waarop ik zelf heb gezeten, in een zijstraat van de Beethovenstraat, tot ik precies vijfendertig jaar geleden naar de middelbare school ging. We zaten hier voor topoverleg over de middelbare school van Sonny, mijn oudste zoon.

Maar eerst: wat is er veranderd in die vijfendertig jaar? Toen ik acht jaar geleden voor het eerst weer het schoolplein op liep van mijn lagere school, nu basisschool geheten, dacht ik: er is bijna niets veranderd.

Ik herkende zeker vijf leraren die hier al werkten toen ik de school verliet na de zesde klas, nu groep 8 geheten. Eerst dacht ik: hoe kan dat? In mijn beleving zaten die vijf leraren destijds tegen hun pensioen aan, ze moesten dik in de vijftig zijn ­geweest.

Rekenen
Ik begon te rekenen: als zij bijna dertig jaar later nog steeds op deze school werkten, hoe oud waren ze dan toen ik ze voor het laatst zag? Ze moeten eind twintig zijn geweest - bijna twintig jaar jonger dan ik nu ben, zeg maar. In mijn hoofd rekende ik verder: wanneer ik als twaalfjarige dacht dat iemand van 28 bijna met pensioen ging, hoe oud zullen kinderen nu dan denken dat ik ben?

Rekenen, dat was een dingetje in de tijd dat ik zelf op ­deze Montessorischool zat. Ik hield niet van rekenen, dus ik deed het niet. In mijn tijd heette de leraar niet Tim, we noemden hem Meneer Smit.

Ik kan me herinneren dat hij me één keer een rekenopdracht gaf, in de zesde klas. Een uur later gaf meneer Smit me de rekentoets terug en zei: "Mavootje." Aan Cito-toetsen deden ze in die tijd niet op deze school. Nadat je drie jaar bij een leraar in de klas had gezeten, besliste die zelf wel welk schooladvies een leerling kreeg.

Een vwo-kind
Ik kreeg een vwo-advies en meldde me aan op het Barlaeus Gymnasium. En daarna was ik automatisch een leerling van die school. Ik geloof niet dat er wachtlijsten ­bestonden. Zonder te kunnen rekenen kwam ik de eerste drie jaar door, waarna ik alle exacte vakken kon laten vallen en koos voor Gymnasium-A.

De laatste vijf jaar, waarvan de zesde klas twee keer, was ik op het Barlaeus onder vrijwel permanente invloed van softdrugs, net als al mijn vrienden.

Vandaar dat ik altijd heb gedacht: zo moeilijk kan het niet zijn geweest, als wij het allemaal hebben volbracht in halfcomateuze toestand. En dat was waarom ik hier nu na schooltijd met meester Tim in een klaslokaal zat.

In vijfendertig jaar is er toch iets veranderd. Over een vwo-advies wordt nu gesproken in bijna religieuze termen, alsof het alleen is weggelegd voor elfjarige studiebollen die nooit buitenspelen en alleen maar boeken lezen. Van die ouderwetse papieren boeken.

Zoals mijn zoon Sonny zei: "Tim weet niet zeker of ik een vwo-kind ben." Alle leerlingen op Sonny's school weten: als je geen vwo-kind bent, is er toch iets mis met je.

Zoals meester Tim zei: "Vwo durf ik niet aan voor ­Sonny."

Zoals ik zei: "Nou, ik durf het wel aan."

Een van die ouders?
Natuurlijk dacht ik terwijl we in het klaslokaal zaten: ben ik nu een van die ouders geworden? Een van de vaders die langs het voetbalveld staat uit te leggen dat zijn zoon de nieuwe spits van Ajax wordt? 'Alléén Jayden, níet overspelen, die anderen kunnen er allemaal geen klote van!'

Een van de ouders die hemel en aarde bewegen om te voorkomen dat hun kind de vernedering moet ondergaan van een lyceum delen met havisten in plaats van een categoriaal gymnasium bezoeken?

Een van de ouders die vindt dat hij voor zijn kinderen een plek mag opeisen op het Barlaeus Gymnasium omdat hij daar zelf op heeft gezeten?

Een van die ouders was ik dus geworden. In maart kreeg Sonny zijn schooladvies: havo-vwo. Meester Tim dacht dat Sonny wel de potentie had voor vwo, maar zijn resultaten lieten het niet zien. Sonny moest twaalf scholen ­opgeven.

Barlaeus
Zijn eerste keuze was het Barlaeus geweest, ­alleen kon hij zich zonder vwo-advies niet aanmelden voor een gymnasium. Begin april kregen we de uitslag van de loting: Sonny was geplaatst op een prima school in ­Zuid, niet ver van zijn huis, waar hij na de brugklas havo of vwo gaat doen.

En toen volgde eind april een evenement waarvan ik de planning nog steeds onbegrijpelijk vind: de Cito-toets. Dit is dus de volgorde: eerst schooladvies, dan plaatsing op een middelbare school en ten slotte, wanneer aan die ­middelbare school niets meer valt te veranderen, half mei de uitslag van de Cito-toets.

In het klaslokaal zat ik vorige week tegenover meester Tim met een triomf waar ik in feite niets meer aan had: de Cito-toets wees uit dat Sonny een vwo-score had gehaald.

En bij het lotingsysteem van de gemeente Amsterdam had hij een gunstig lotnummer waarmee hij op het Barlaeus zou zijn geplaatst.

Ik vertelde meester Tim: welke talen ik spreek, hoe ik schrijf, hoe ik naar de wereld kijk, wie vijfendertig jaar later nog steeds mijn beste vrienden zijn - het is allemaal gevormd op het Barlaeus. Het is een cruciaal schakelpunt in het leven van een kind. Met de school waar Sonny heen gaat na de zomer is niets mis. Alleen is het geen Barlaeus.

Te weinig gymnasia
Ik zie twee problemen in de huidige situatie. Ten eerste: Amsterdam heeft te weinig gymnasia. Of te veel vraag naar gymnasiumplekken, dat kan ook.

Van de zevenenhalfduizend achtstegroepers in Amsterdam zijn er zo'n zestig niet geplaatst binnen hun top 5 van scholen. De ouders van ongeveer twintig kinderen maken actief bezwaar.

Het gaat vooral om kinderen die zich hadden aangemeld voor gymnasia. De ouders van deze kinderen, een hoogopgeleid ­gezelschap met de nodige juridische kennis, hebben een praatgroep slash actiecomité opgericht om hun kind alsnog op een gymnasium te krijgen.

Op het Calandlyceum in Osdorp is in de vwo-klas nog genoeg plaats, maar op het Barlaeus hebben ze een wachtlijst van honderdvijftig kinderen. Te veel mensen willen dezelfde begeerde gymnasiumplekken.

Ten tweede: drie jaar geleden is de Cito-toets verplaatst van februari naar april, mede omdat de Cito-obsessie uit de hand liep. Rijke ouders konden zich bijlessen veroorloven om hun kinderen te drillen voor de Cito-toets.

Niet eerlijk
Dat is ­inderdaad niet eerlijk. Het oordeel van de leraar moest weer centraal staan. Alleen heb ik de laatste jaren te veel verhalen gehoord - vaak betrof het kinderen van wie de ouders of grootouders niet in Nederland waren geboren - over leerlingen die door hun leraren te laag werden ingeschaald.

De moeder van Sonny werd geboren in Brazilië, maar dat speelde hier geen rol, denk ik. Meester Tim maakte een eerlijke ­inschatting over de potentie van zijn leerling.

Zijn moeder en ik schatten die potentie hoger in. En vorige week ­konden we dat doen met de uitslag van zijn Cito-toets in handen. Heel graag had ik de uitslag van die objectieve toets in maart al willen hebben.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden