Plus

Robert Vuijsje: 'Als je wit bent, ben je kennelijk een racist'

Robert Vuijsje (46), ooit liefhebbend schrijver over 'de intellectuele negerin met een dikke bil', houdt woensdag de Anton de Komlezing. 'Nu denken zijn bewonderaars dat de Joden in het geheim aan de macht zijn'.

Vuijsje: 'Van kinds af ben ik opgegroeid met het idee dat ik kennelijk niet hetzelfde ben' Beeld Linda Stulic

Zojuist heeft hij zijn stembiljet op de bus gedaan voor de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten. Zoals altijd heeft hij keurig het vakje van de Democraten ingekleurd. Via zijn moeder is schrijver en journalist Robert Vuijsje niet alleen Nederlands, maar ook Amerikaans staatsburger.

Kan Donald Trump de race nog winnen? Uitgesloten, zegt Vuijsje "Het is een simpele rekensom. Amerika is veranderd. Er zijn gewoon te weinig boze witte mannen over."

Woensdag houdt hij in het Amsterdamse Verzetsmuseum de achtste Anton de Komlezing. De Joodse Vuijsje voelt zich verwant met de Surinaamse schrijver en verzetsheld (1898-1945), die zich eerst in zijn vaderland keerde tegen de koloniale overheersing en daarna in Nederland tegen de nazi's.

"Net als een groot deel van mijn familie is hij omgekomen in een concentratiekamp," zegt hij.

Vuijsje, auteur van een langdurige serie interviews in de Volkskrant over diversiteit en minderheden, vraagt zich in zijn lezing af: hoe ervaart De Kom het Nederland van nu?

Miskenning
Een gedachte-experiment. Zou De Kom zich niet verbazen over de positie van de Joden, die hij kende als machteloze mensen die op de trein werden gezet om in concentratiekampen te worden vermoord?

Vuijsje: "Er bestaat ook bij veel minderheden een gevoel dat Joden heel machtige en rijke mensen zijn, die in het geheim allerlei posities hebben ingenomen. Terwijl Anton de Kom zal denken: dit waren toch de mensen die massaal werden afgevoerd uit dit land?"

Een pregnant voorbeeld, zegt Vuijsje: "Jood is tegenwoordig één van de populairste scheldwoorden voor politieagenten. Terwijl ik geen Jood ken die bij de politie werkt. Als wij een politieman zien, denken we aan de mensen die in de oorlog zo punctueel en georganiseerd hielpen om ons af te voeren."

Op 3 mei deed hij mee aan 'de dag van de empa­thie'. Daar waren sprekers van heel verschillende pluimage, onder wie Ido Abram, voormalig hoogleraar holocausteducatie aan de Universiteit van Amsterdam.

De sfeer, zegt Vuijsje, was 'knuffelachtig'. Broeders en zusters. "Op een gegeven moment moesten we allemaal elkaars hand vasthouden. Stonden we daar als een groot multicultureel feest die dag te beleven."

Aan het einde was het de beurt aan het publiek. Iemand opperde: morgen is het 4 mei, laten we dan niet de Holocaust herdenken, maar alle onrecht in de hele wereld.

Vuijsje: "Het gejuich dat toen losbarstte, heb ik die dag op geen enkel ander moment gehoord. Het was heel fanatiek: ja, dat moeten we doen! Kennelijk is er onder minderheden een groot gevoel van miskenning: zij mogen wel hun Holocaust herdenken, maar wij met onze geschiedenis..."

Tegen Abram zei hij: "Stel dat ik nu, op deze dag van empathie, zou zeggen dat we Keti Koti niet moeten beperken tot de Nederlandse slavernij, maar dat het een algemene herdenking moet zijn van al het onrecht in de wereld?"

Jaloers op de Joden. Een wedstrijdje in lijden.

Hij heeft het al eens opgeschreven in zijn bestseller Alleen maar nette mensen, zegt hij. Je hebt de Joden met hun Holocaust en de zwarte Nederlanders die zeggen: onze slavernij duurde langer en was veel erger.

En de Marokkaanse Nederlanders die erop wijzen dat hun lijden in het hier en nu plaatsvindt. "Terwijl je zou zeggen dat het prettiger is om helemaal geen leed met je mee te dragen."

Turk
Vuijsje, zegt hij, voelt zich verbonden met minderheden. Met mensen 'die eruitzien zoals ik'. "Ik en alle andere Joden die ik ken beschouwen onszelf niet als Hollandse autochtonen. Dat is niet zo vreemd in een land waar proefondervindelijk is aangetoond dat je er niet bij hoort als het erop aankomt."

Thuis was er geen ontkomen aan. Op verjaardagsfeestjes was de oorlog binnen één minuut gespreksonderwerp. Over iets anders ging het dan de rest van de avond niet meer. "Van kinds af ben ik opgegroeid met het idee dat ik kennelijk niet hetzelfde ben."

Vuijsje: 'Wat moet ik? Nog een keer uitleggen dat mijn boek vol staat met uitvergrote beelden die allerlei mensen over elkaar hebben, juist om diezelfde mensen een spiegel voor te houden?' Beeld Linda Stulic

Op straat wordt hij aangezien voor Marokkaan. Ook wel: Turk.
Vuijsje: "In mijn beleving zijn zij min of meer zoals ik, maar dat zeg ik in de volle wetenschap dat dat gevoel omgekeerd meestal niet bestaat."

Dat blijkt wel. Toen hij op Facebook aankondigde dit jaar de Anton de Komlezing te houden, barstte meteen het gekrakeel los. Vuijsje, de man die tien jaar geleden in Alleen maar nette mensen beschreef hoe zijn hoofdpersoon, een keurige Joodse jongen uit Amsterdam-Zuid, in de Bijlmer op zoek ging naar 'een intellectuele negerin met een dikke bil'.

Een witte die zwarte vrouwen reduceert tot een negatief stereotype. Wat moet die met Anton de Kom?

Spiegel voorhouden
Als het niet zo treurig was, had hij erom moeten lachen, zegt Vuijsje. Nota bene de oer-Hollandse filmmaker Sunny Bergman begon, anderen volgden snel.

Het schrijnt, zegt Vuijsje, niet in de laatste plaats omdat zijn eigen vrouw van Surinaamse komaf is. Zijn kinderen hebben elke dag nog voor ze naar school zijn gelopen al twee politiehuisjes gezien om Joden tegen geweld te beschermen.

Als hij naar zijn jongste zoon kijkt, bruin van kleur en gezegend met een flinke kop kroeshaar, vraagt hij zich weleens af hoe die zijn weg gaat vinden in het nieuwe Nederland.

Vuijsje, korzelig: "Sunny vond het kennelijk wel een goed idee om door mij te worden geïnterviewd voor mijn serie over minderheden. Ik heb heel vaak met haar gepraat. Wat moet ik? Nog een keer uitleggen dat mijn boek vol staat met uitvergrote beelden die allerlei mensen over elkaar hebben, juist om diezelfde mensen een spiegel voor te houden? Ze weet precies hoe ik erin sta."

Gloria Wekker, de Surinaamse emeritus hoogleraar sociale en culturele antropologie, zegt dan: het witte superioriteitsgevoel zit elke Nederlander ingebakken.

"Ik krijg daar een nare smaak van in de mond," zegt Vuijsje. "De zwarte mensen zijn goed, de witte mensen per definitie slecht."

Uit Amerika is een extreem soort politieke correctheid komen overwaaien, vreest hij. "Als je wit bent, ben je een racist, al besef je het zelf niet. Misschien heeft Sunny Bergman zich iets te veel vereenzelvigd met de mensen voor wie zij zegt op te komen."

Plofjood
Hij snapt best waar de boosheid vandaan komt, zegt hij. "Sommige bevolkingsgroepen hebben ook meer recht en reden om boos te zijn dan andere. Maar het blijft ongeïnformeerde agressie. Had ik, toen ik werd uitgenodigd voor de Anton de Komlezing moeten zeggen: ik begrijp waarom u mij uitnodigt, maar neemt u liever een zwarte Nederlander?"

Boosheid. Zo veel boosheid.

Volgende maand publiceert hij Alleen maar nette mensen vieren Sinterklaas, een herschreven versie van het feuilleton dat hij vorig jaar maakte voor de Volkskrant. Vuijsje was een van de eersten die zich publiekelijk uitspraken tegen de figuur van Zwarte Piet, nadat hij had ontdekt hoe diep de afkeer zat bij zijn eigen vrouw.

Kwestie van empathie: verplaats je eens in een ander. Maar hoe gaat dat tegenwoordig in Nederland? Vuijsje werd op internet uitgemaakt voor 'plofjood'.

Hij lacht hard. Reuzegrappig. Maar misschien ook wel weer niet.
Vuijsje: "Zwarte Piet staat symbool voor een veel groter onderwerp: de vraag of wij accepteren dat Nederland een ander land is geworden."

"Er is een deel van Nederland dat wanhopig blijft vasthouden aan hoe het was. Dat denkt dat de volgende stap de invoering van de sharia is. Maar in grotemensenlanden als Amerika zijn ook dingen veranderd."

Kaaskoppen

Robert Vuijsje, zoon van journalist Bert Vuijsje en neef van schrijver Herman Vuijsje, werd in Amsterdam geboren op 12 oktober 1970. Hij zat op het Barlaeusgymnasium en studeerde sociologie en amerikanistiek aan de UvA en in het Amerikaanse Memphis.

Vuijsje werd bekend met zijn bestseller Alleen maar nette mensen uit 2008, waarvoor hij in 2009 de Belgische Gouden Uil won. Ook werd hij dat jaar genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs.

Onlangs publiceerde hij de bundel Kaaskoppen, gebaseerd op een serie interviews in de Volkskrant over minderheden in Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden