Plus PS

Rob Schröder: 'Ik maak oude shit in een nieuwe context'

De vrijheid nemen om te maken wat hij wil voor wie hij wil - dat typeert filmmaker Rob Schröder (67), bekend van het collectief Wild Plakken en documentaires als Ouwehoeren. Nu is er zijn film Possessed. 'Ik zoek de nieuwe vrijheid'

Beeld Annaleen Louwes

"Ik heb alles nog," zegt filmmaker/grafisch ontwerper Rob Schröder, terwijl hij zijn MacBook openklapt. "Als je een poster of een boek maakte, kon je daar naar blijven kijken. Met die rare televisie was je een jaar aan iets bezig en, dan floep, was het weg. De VPRO was helemaal niet bezig met de conservering, er werd niks meer mee gedaan. Dus tapete ik het zelf. Het is van een slechte kwaliteit, maar ik heb alles bewaard wat ik heb gemaakt."

Met Metahaven, een Amsterdamse ontwerpstudio bestaande uit Vinca Kruk en Daniel van der Velden, maakte Schröder de eclectische essayfilm Possessed, waarin - onder heel veel meer - de effecten van de smartphone op onze maatschappij en ons zelfbeeld worden verbeeld. Een aantal van die beelden is afkomstig uit Schröders documentaires over extreemrechts, de Nederlandse Volks-Unie, Zuid-Afrika, vluchtelingen, oorlog en honger die hij de afgelopen 25 jaar maakte.

"Ik had ook beelden van anderen kunnen downloaden, maar eigenlijk vond ik de beelden de ik zelf zo her en der over de wereld heb geschoten veel beter," zegt Schröder - grijze, lange haren, donkere bril, geheel gekleed in het zwart - aan de keukentafel in zijn huis in de Oude Nieuwstraat. In zijn rechterhand heeft hij een aansteker met drie Andreaskruisen, tussen de wijs- en middelvinger van zijn linkerhand zit een vers gedraaid shaggie, dat het hele gesprek uit blijft.

Aan de muur achter hem hangt een enorme foto van Mondriaan in Madame Tussauds, gemaakt door kunstenaar Barbara Visser - een van zijn vele studenten aan de Rietveld Academie -, ernaast een pagina uit de Zuid-Afrikaanse krant The Mail & Guardian met de chocoladelettertekst 'Is the Bible Really 'true'?'.

"Ik ben dagenlang in de weer geweest met al die oude tapejes," vervolgt hij. "Zo kon ik een beetje klaarkomen met die oude shit, in een totaal nieuwe context. Ze tonen de wereld waarin ik ben opgegroeid, maar hebben nog steeds betekenis voor de generatie van nu."

U bent geboren in 1950, in mei 1968 was u 17 jaar. Bent u erg beïnvloed door de Parijse studentenopstand?
"Ik zat nog op de middelbare school, in het laatste jaar van de hbs in Hoorn. Mijn muziekleraar draaide Stravinsky en Varèse, maar liet ons ook Frank Zappa horen. Er heerste daar ook een zekere vernieuwingsdrang en vooral de jonge docenten besteedden wel aandacht aan de studentenopstand."

"Ik wist toen al wat ik wilde worden: profvoetballer of kunstenaar. Ik kon goed voetballen en heb een proefwedstrijd gespeeld tegen Volendam. Daar speelden de Mührens mee; die waren zo ongelooflijk goed dat ik dacht: dit wordt het niet. Toen besloot ik kunstenaar te worden."

Heeft u de liefde voor kunst van huis uit meegekregen?
"Van mijn moeder. Zij was een soort allround kunstenaar: ze tekende veel, ze maakte wandtapijten, maar ook kleren voor mij en mijn broers. Ze wilde altijd naar de kunstacademie, maar als vrouw kon je dat toen wel vergeten. Ze heeft me altijd enorm gesteund."

"Ik werd in 1971 aangenomen, ik weet het nog heel goed: de eerste dag dat ik door Amsterdam wandelde, 's ochtends door de Leidsestraat naar het Rijksmuseum - de allereerste les was kunstgeschiedenis - en ik dacht: nu gaat mijn leven echt beginnen."

En?
"En inderdaad, ik heb een geweldige tijd gehad op de Rietveld Academie, met geweldige docenten die geweldig werk maakten. Ik wilde schilder worden, maar kwam erachter dat er niet zo veel gebeurde op de vrije afdeling. Toen ben ik overgestapt op grafisch ontwerpen. Daar liepen Dada-achtige ontwerpers rond, op zoek naar het experiment. We zetten ons af tegen de heersende ontwerpcultuur van Total Design - op zich heel goed hoor, met die strakke grids, maar ook heel keurig en netjes. Dat wilden wij niet."

"We waren op de Rietveld ook bezig met de democratisering van het onderwijs, huisvesting, homoseksualiteit, de positie van de vrouw... allemaal zaken waar we nu nog steeds mee bezig zijn."

"We wilden meer invloed op de lessen, en meer vrijheid om de dingen te doen zoals wij het wilden. We hebben een academieraad opgericht, waarin studenten en docenten om de zo veel tijd bij elkaar kwamen. We zijn de Landelijke Studentenvereniging Kunstonderwijs begonnen. Daar hebben we ook prachtige posters voor gemaakt."

Op de Rietveld vormde u met Lies Ros en Frank Beekers het geëngageerde, zeg maar gerust activistische ontwerpcollectief Wild Plakken.
"We maakten posters voor actiegroepen waartoe wij ons verhielden, ook in de les. Voor de Asva, de stakingen in de haven, huisvesting, sociale clubs, Marokkaanse groeperingen, en voor de CPN. Mijn ouders waren echte sociaaldemocraten, maar bij de CPN voelde je de opstand. Ik wist wel wat in Oost-Europa gebeurde, ik was in Oost-Berlijn geweest en dat was afschuwelijk, maar daar wilden we geen zak mee te maken hebben. We hadden ook niets met die Stalinistische clubjes, die contacten hadden met Moskou, en toch voelden we ons thuis bij die partij. Het had iets romantisch."

"De breuk kwam rond de bouw van de Stopera. Wij waren tegen: een afschuwelijk gebouw op de verkeerde plek. Het leek erop dat we gingen winnen, maar toen organiseerde de CPN een congres, waar bouwvakkers op het podium over werk begonnen. Binnen een mum van tijd sloeg de stemming om, de Stopera kwam er. Toen heb ik mijn lidmaatschap opgezegd."

Die betrokkenheid en dat idealisme zijn altijd gebleven.
"Wij werkten op een verdieping in de gekraakte oude Bolsfabriek op de Rozengracht waar ik ook woonde. Dat kostte bijna niks, dus we hadden ook niet veel geld nodig. Geld was geen leidraad. Wij waren altijd bezig ons leven zo te organiseren dat we geen commercieel werk hoefden te maken. We verdienden geld met opdrachten in de culturele hoek, daarnaast maakte ik allerlei dingen voor niks voor clubjes waarmee we binding hadden, dat is inderdaad altijd zo gebleven."

"Langzamerhand lieten Lies, Frank en ik zien wat we met zijn drieën konden; doordat we zo veel vrijheid creëerden, bleven we ons ontwikkelen. Een aantal mensen in het Bolshuis begon het filmblad Skrien, dat gingen wij ontwerpen."

"We hebben onder andere gewerkt voor de Nederlandse Opera, we hebben van alles gemaakt voor theatergroepen en negen jaar alles voor De Balie. We hebben ontwerpen gemaakt voor bankbiljetten, die zijn nooit uitgevoerd, maar dan zit je in de hoogste echelons van het ontwerpen, en we hebben zelfs postzegels gemaakt."

Hebben jullie opdrachten geweigerd?
"Nadat we een boek hadden gemaakt over de geweldige Amsterdamse ontwerper Dick Elffers, belde Philips: of we hun jaarboek wilden maken. Met ons uitgavenpatroon hadden we daar alle drie een jaar mee vooruit gekund. Maar wij vroegen of de geschiedenis van Philips tijdens de Tweede Wereldoorlog ook aan bod zou komen. Het gesprek was snel voorbij. Zo waren er wel meer opdrachten waar we een grote auto van hadden kunnen kopen, maar geld speelde geen rol."

Heeft u daar weleens spijt van gehad?
"Nooit."

Wat drijft u dan?
"Mijn werk is eigenlijk een constant gevecht tegen het recht van de sterkste. Ik blijf mezelf maar dezelfde simpele vraag stellen: waarom hebben we een wereld bedacht waarin mensen zich dood moeten werken, drie baantjes hebben om overeind te blijven met alle gevolgen van dien? Is dat wat geluk moet zijn?"

Beeld Annaleen Louwes

Hij laat de peuk door zijn vingers gaan.

"De schoonheid van solidariteit, als middel tegen cynisme en apathie - dat is mijn leidraad. Toen ik als grafisch ontwerper voor vele emancipatoire bewegingen posters maakte, hoopte ik op een betere wereld. Sommige dingen zijn verbeterd, Apartheid in Zuid-Afrika is afgeschaft, maar het blijft een gevecht - die betere wereld. De afgelopen tien, twintig jaar lijkt veel te zijn afgebroken waar wij voor vochten. Dat houdt het vuur levend."

"De kloof tussen arm en rijk groeit. Als kunstenaar wil ik dat in mijn werk verbeelden. Een voortdurend gevecht tegen onrecht, op wat voor manier dan ook, in welk medium dan ook."

Waarom hield Wild Plakken eigenlijk op te bestaan?
"Ik werd benaderd door de VPRO; of ik wilde meedenken over een nieuw kunst- en mediaprogramma. Ik was al wel bezig met bewegend beeld. Ik gaf destijds les op de Rietveld - dat verdiende ook geen zak, maar ik vond en vind dat ik de school iets ben verschuldigd. Op de Rietveld werd een nieuwe afdeling opgericht, Voorheen Audiovisueel, en Jos Houweling had mij daarbij gevraagd als ontwerper. Dat vond ik mooi: bewegend beeld was een heel nieuwe wereld voor me."

"Media waren iets nieuws, de VPRO voelde destijds goed aan dat er iets stond te gebeuren met die computershit. Ik wilde graag meedoen, maar niet alleen als ontwerper, zei ik. Als ik het doe, wil ik binnen drie jaar documentaires maken en daar moeten jullie mij bij helpen. Ik kreeg een freelancecontractje."

"Prima Vista heette het kunstprogramma - Matthijs van Nieuwkerk is er zijn presentatieloopbaan begonnen, ik deed de vormgeving en maakte elke maand vier korte clips over media, politiek en architectuur. Ik kreeg twee Super-VHS-recorders en leerde mezelf monteren. Ik begon te spelen met bestaand materiaal, zette er nieuwe muziek onder, enzovoort, enzovoort. Daarmee is het begonnen."

"Vier lange documentaires kwamen er over de sociale en politieke gevolgen van de digitale revolutie. Ik ben ook betrokken geweest bij Laat op de avond na een korte wandeling, een programma over de ontwikkelingen in de kunst, cultuur, wetenschap, technologie en (nieuwe) media in binnen- en buitenland. Er was geen vast format en er was redelijk wat geld, we konden veel reizen en experimenteren."

"Ik maakte items en documentaires over heel uiteenlopende onderwerpen, van de Amsterdamse kraakcultuur en Chinese kunst tot Tupac Shakur en Rai Uno en de teloorgang van televisie als venster op de wereld. Voor de laatste aflevering maakte ik een collage met alles wat we in drie jaar hadden gemaakt, De snelheid. Die werd in 1998 bekroond met de H.N. Werkmanprijs, de prijs voor het beste grafisch ontwerp van het jaar. 'Dit is de eerste ontwerpersfilm,' jubelde de jury."

Schröder rommelt wat op zijn computer en laat dan een fragment zien. "De VPRO was A-omroep en er was volop ruimte voor experiment; op zondagavond konden we doen wat we wilden. Na elf uur al helemaal, programma's konden zo lang duren als we wilden. Langzaam maar zeker kregen de netmanagers het voor het zeggen. Er werd steeds meer met formats gewerkt, er moest worden bezuinigd en de kijkcijfers werden belangrijker. Toen was het gedaan met de pret. Wij maakten dingen die we zelf wilden zien. De ene keer trok dat waanzinnig veel kijkers, een andere keer keek er niemand. Maar dat was mijn maatstaf helemaal niet."

"Je maakte iets omdat je vond dat het nodig was. Daar vond je dan een geschikte vorm bij. Maar documentaires moesten ook steeds vaker in een televisieformat passen, óók die van de VPRO. Dus ben ik op zoek gegaan naar een nieuwe vrijheid. Met mijn partner Gabriëlle Provaas, die gelijktijdig bij de VPRO is vertrokken, ben ik toen zelf documentaires gaan maken."

"De eerste was Ouwehoeren, over de tweelingzussen Louise en Martine Fokkens. Die deelden twee deuren verderop een peeskamertje. Het was nog behoorlijk moeilijk om hun vertrouwen te winnen, maar na een jaar praten is het gelukt."

"We wilden een film maken over het straatje en over prostitutie in Amsterdam. Er gingen destijds stemmen op om alles maar te verbieden, vanwege de verwevenheid met misdaad en trafficking. Die verwevenheid is een reëel probleem, begrijp me niet verkeerd, maar er is ook een andere kant: het grootste deel van de vrouwen verdient hier gewoon hun geld omdat ze dat zelf willen. Daar kun je moreel tegen zijn, maar het is hun eigen keuze. Ze zijn geen slachtoffer."

De Fokkens vonden later dat ze slachtoffer van jullie waren; jullie zou grof geld aan ze hebben verdiend. De zoon van Martine Fokkens heeft jullie maanden telefonisch bedreigd.
"De opnames waren één groot feest en de dames waren geweldig; ze waren heel open en vrij. Maar toen die film een hit werd, roken ze geld. Met een documentaire verdien je als maker echt geen zak; wat ermee werd verdiend, ging naar de geldschieters: het Filmfonds en de VPRO. De dames geloofden dat niet, waardoor een heel vervelende situatie ontstond. Het was misschien een beetje naïef van ons; wij vinden geld dan niet het belangrijkste, maar in hun leven speelt geld natuurlijk wel een drijvende rol. Het is helaas nooit opgelost. We hebben geen contact meer."

Hoe raakte u betrokken bij het Meta­havenproject Possessed?
"Ik beschouw Vinca Kruk en Daniel van der Velden als de opvolgers van Wild Plakken. Zij hadden een boek gemaakt over de relatie tussen technologie en de mens, en het Amsterdamse productiehuis Dutch Mountain Film wilde daar wat mee doen. De producent wilde dat ze zouden samenwerken met een ervaren filmmaker. Toen heeft Daniel mij gevraagd."

"Hun film is een aansporing voor een nieuwe generatie om alternatieven voor zichzelf te dromen en te verzinnen, en vooruit te kijken. Dat sprak me direct aan. Het was het soort film waarover ik ook al een tijd zat te piekeren: een paraplufilm over de wereld van nu, een clash van filmstijlen én generaties."

"We werkten in totale gezamenlijkheid. Dat was vaak een enorm gevecht, logisch met drie kapiteins op een schip, maar het was het waard. Ik ben enorm trots op het resultaat."

Possessed ging dit jaar in wereldpremière op het Rotterdamse filmfestival.
"Ik dacht dat het een undergroundfilm was, voor wat liefhebbers. Maar opeens zaten we in de Tigercompetitie van het Rotterdamse filmfestival. De liefdevolle manier waarop de film er werd ontvangen was geweldig."

U heeft al lang en breed de pensioen­gerechtigde leeftijd bereikt, blijft u nog lang doorwerken?
"Na de zomer ga ik mijn laatste jaar in op het Sandberg Instituut en ik ondersteun Gabriëlle, die bezig is met een documentaire over de Amsterdamse kunstenaar Peter Schuyff. Zelf wil ik nog drie films maken. Ik ben bezig met de ultieme film over de Rotterdamse filosoof Henk Oosterling, een goede vriend van ons. Daarnaast werk ik nog steeds aan mijn eigen paraplufilm over een jonge generatie die alternatieven verzint voor de problemen van onze tijd."

"Ten slotte zou ik graag nog een film maken over mijn geliefde stad Amsterdam, een poëtische film in de stijl van Ed van der Elsken en Johan van der Keuken, over een langere periode gefilmd, als reactie op wat er nu allemaal gebeurt. De stad wordt opgevreten door toeristen en het grootkapitaal. Dat loopt parallel; het een heeft baat bij het ander. Als er niet snel wordt ingegrepen, gaan we Venetië achterna - dat is echt naar de kloten. Ik ben redelijk hoopvol gestemd door de gemeenteraadsverkiezingen; hopelijk gaat er snel een andere wind waaien."

"Kunst kan daarbij helpen. Het aloude Hollandse geloof in vooruitgang en vernieuwing, zoals dat in de kunsten een vorm heeft gekregen, daar geloof ik echt in. De Stijl, Dada, Cobra; hun gedachtegoed blijft een startpunt voor nieuwe kritische en tegendraadse bewegingen."

Hij lacht. "Er is nog veel werk te verrichten."

Possessed draait in De Balie.

Rob Schröder
13 november 1950, Oegstgeest

1962-1971
Hbs in Hoorn

1971-1976
Gerrit Rietveld Academie

1976-1992
Grafisch ontwerper bij het collectief Wild Plakken

1982-heden
Docent aan de Gerrit Rietveld Academie en het Sandberg Instituut

1991-2010
Programmamaker/eindredacteur bij de VPRO

1998
H.N. Werkmanprijs voor De snelheid

2010-heden
Zelfstandig documentairemaker. Met Gabriëlle Provaas maakte hij onder meer Ouwehoeren (2012), Plastic Harem (2014), Hollandse Meesters in de 21e eeuw - Jonas Staal (2016)

2012
Prix Europa, beste TV documentaire voor Ouwehoeren

2018
Possessed, met Metahaven

Rob Schröder woont in de Oude Nieuwstraat. Hij is vrijgezel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden